Bloesem plukken onder vuur : dagboeken 1965-2000
Bloesem plukken onder vuur : dagboeken 1965-2000
Details
634 p. : ill.
Besprekingen
De Standaard
'Ik ben bijzonder in mezelf geïnteresseerd. Dat is een Waarheid.' De Amerikaanse schrijfster en feministe Alice Walker is amper 24 jaar oud als ze die zinnen in 1968 in haar dagboek schrijft. In 1980 bevestigt ze dat met: 'De eerste vereiste voor wijsheid is zelfkennis.'
Walker hield een leven lang dagboeken bij en in deze door Valerie Boyd geredigeerde en volgens decennia gestructureerde compilatie lezen én leven we ruim zeshonderd pagina's mee van 1965 tot 2000 over Walkers ontwikkeling van 21- tot bijna 56-jarige vrouw.
Wat een leven. Alice Walker als schrijver, als Zwarte vrouw en als burgerrechtenactivist in de sixties, als echtgenote die - tegen het verbod op interraciale relaties in - in Mississippi samenleeft met haar witte, Joodse man. Walker als moeder, dochter, zus, vriendin en feminist - correctie: womanist , de door haarzelf gemunte term uit de essaybundel In search of our mothers' gardens: womanist prose . Want: 'Womanist is to feminist as purple is to lavender.'
Voorwaardelijk
De grootste kracht van deze dagboeken is hun eerlijkheid en helderheid: ze zijn meedogenloos, zozeer zelfs dat Walker er niet altijd flatterend uitkomt. 'Het zit me dwars dat het grote publiek me vooral met TCP ( The color purple of De kleur paars , uit 1982) lijkt te associëren. Ik begin die kleur een beetje zat te worden', schrijft ze in 1996 terwijl ze twee zinnen verder plannen maakt voor de musicalversie van haar gelauwerde boek. Het typeert de wispelturige tegenstrijdigheden in Walkers privé- en professionele leven.
De jaloerse opmerkingen over het succes, de verdiensten en de literaire kwaliteiten van collega-schrijver Toni Morrison - net als Walker winnaar van een Pulitzer Prize en National Book Award - zijn mij als groot Morrison-fan dan weer té vilein.
De pijnlijkste passages in Bloesems plukken onder vuur gaan over Walkers moederschap. Na de geboorte van dochter Rebecca in 1969 besluit ze dat ze het bij dit ene kind houdt. Sporadisch is ze een verrukte moeder, maar doorgaans valt het moederschap haar zwaar: maandenlang kampt ze met aanhoudende neerslachtigheid. Rebecca is amper zes als Walker schrijft dat ze haar dochter later nodig zal hebben als steun en toeverlaat. Bij mij gaat hier de alarmbel af.
Waar Rebecca's adoratie voor haar moeder onvoorwaardelijk en grenzeloos lijkt, voelt de liefde van Walker voor Rebecca beperkt, vermijdend-chaotisch gehecht en zelfs voorwaardelijk. Rebecca zal de tekortkomingen van haar moeder later ook benoemen en bekritiseren. Walker noteert het in haar dagboek, maar zonder veel emotie. Net zomin als het haar lijkt te raken dat Rebecca op volwassen leeftijd alle contact verbreekt. Sterker nog, vlak na de breuk dankt Walker in haar dagboeken jubelend het universum voor alle levensgeluk. Ze lijkt helemaal losgekomen van emotie én realiteitszin.
Nochtans kan ze voelen. Walker schrijft liefdevol over haar relaties met onder meer Melvyn Leventhal, Robert Allen, Quincy Jones en vanaf haar 47ste ook met vrouwen, onder wie Tracy Chapman. Ondanks hun relatiebreuk omschrijft Walker haar liefde voor Chapman als de belangrijkste transformatie in haar leven. In een brief aan de singer-songwriter zegt ze dat zij de enige persoon is van wie ze net zoveel hield als van haar moeder.
Full
Wat haar biseksualiteit betreft, gelooft Walker niet in het onderscheid tussen heteroseksuele en lesbische vrouwen. 'Als je bedenkt dat je een man en een vrouw als ouder hebt, lijkt me dat je beide kanten in jezelf verenigt en in staat moet zijn om op beide te reageren.' Later kiest ze, geïnspireerd door een zangeres die 'I am a full woman' zingt voor het woord 'full'. Walker: 'Net als het woord womanist, waaraan ik de voorkeur geef boven “zwarte feministe”, komt het voort uit onze cultuur en onze volkstaal. Hij (of zij) is full grown , volgroeid. Het is een woord waarin een eeuwenlang verleden doorklinkt, wat je niet hoort als je zegt dat “hij of zij biseksueel” is. Deze man of vrouw heeft een rijke ziel en is volledig mens. Het is iemand die vanbinnen vrij is.'
Van de 327 delen van Privé-domein is dit slechts het tweede boek van een Zwarte vrouwelijke auteur en het eerste over een Zwarte vrouwelijke queer auteur. Dat maakt het boek literair-historisch een belangrijke uitgave voor wat betreft Zwarte literatuur in de Lage Landen. Het onderstreept hoe bar weinig ervaringen van Zwarte en queer vrouwen terug te vinden zijn in het dominante narratief.
Daarom alleen al is Bloesems plukken onder vuur van enorm belang. Dat lees ik, en dat voel ik. Als ik het boek de voorbije weken niet bij me had, miste ik het. Als ik het bij me droeg, kon ik niet stoppen met lezen … Het vooruit- en terugbladeren, onderstrepen van indringende fragmenten en vooral het blijven nadenken over de kwesties die Alice Walker aanhaalt - colorisme, loyaliteit, racisme, womanism , schrijverschap, moederschap, seksualiteit, dagboekschrijven als zelfheling en zoveel meer - maken dat ik het boek ervaar als essentieel leesvoer voor eenieder die interesse heeft in de Afro-Amerikaanse literatuur en geschiedenis.
Neske Beks is kunstenares en schrijfster van onder meer Echo (2021).
Vertaald door Pauline Slot en Paul van der Lecq.
De Arbeiderspers, 636 blz., € 34,99 (e-boek € 11,99).
De Volkskrant
In april 1983, ze had zojuist de Pulitzerprijs gewonnen voor de roman The Color Purple, zette ze op haar antwoordapparaat: 'Hallo, hier spreekt een heel vermoeide Alice Walker. Als u belt om me te feliciteren, dank u wel. Als u belt voor een interview, ik ben helemaal uitgepraat. Als u me ergens anders over wilt spreken, laat dan uw naam & nummer achter.'
De quote - te vinden in het pas verschenen Privé-domeindeel Bloesem plukken onder vuur - is de Amerikaanse schrijfster Alice Walker (1944) ten voeten uit: geestig, maar ook nogal vervuld van zichzelf. Tegelijkertijd, een niet ongebruikelijke combinatie, hunkert ze van jongs af aan naar bevestiging. Voor haar geliefden (m/v) blijkt dat niet altijd even makkelijk. Over muzikante Tracy Chapman, met wie ze rond 1995 een verhouding had: 'Ik weet hoe onvoorstelbaar druk ze het heeft, maar het probleem is dat ik gekoesterd wil worden & haar vaardigheid op dat gebied is beperkt.' Over een andere minnares: 'Gezegd tegen Z. dat ik me niet gekoesterd voelde. Ze wist niet wat ze hoorde. Voelde zich gekwetst, net als ik.'
Bepaald indrukwekkend is het ontwaken van Walkers schrijverschap. Terwijl ze welbeschouwd alles tegen had - geboren en getogen als jongste in een groot en straatarm gezin in het diep racistische Zuiden - zette ze vastberaden door. Zelf wijst ze een incident in haar jeugd aan als belangrijkste stimulans. Een van haar broers beschoot haar per ongeluk met een luchtbuks waardoor ze als 8-jarige het zicht in haar rechteroog verloor. Om haar broer te beschermen zei ze tegen haar ouders dat ze op prikkeldraad was gestapt.
Pas veel later hoort ze dat haar vader had geprobeerd een lift te krijgen naar het ziekenhuis, maar dat niemand bereid bleek om een zwarte man mee te nemen. 'Zes jaar lang bedekte het grijze littekenweefsel het grootste deel van de pupil en ruïneerde zo - dacht ik - mijn uiterlijk. Het was gedurende die zes jaar dat er veel nieuwe gevoelens in mij ontwaakten. Die zes jaar hebben een mens van me gemaakt. Die zes jaar - zo ongelofelijk pijnlijk - maakten van mij een schrijver.'
De talentvolle Walker kreeg de kans om met een beurs te studeren. Ze trouwde jong, met een Joodse advocaat uit de burgerrechtenbeweging waarin ze actief was. Aanvankelijk bejubelt ze hem in haar dagboek als 'De Ene' die haar 'voor eeuwig' veroverd heeft en is ze verrukt als ze een dochtertje krijgen. Maar al snel verveelt ze zich bij hem. Volop stort ze zich in de vrije liefde die in de jaren zeventig in progressieve kringen opgeld deed.
Met haar dochter is de verhouding van meet af aan complex. 'Twee dagen met Rebecca, hoe lief ze ook is, is genoeg om me grijze haren te bezorgen.' En: 'Als je echt alleen maar wilt kunnen schrijven, is het moederschap een te zware last.' Nu eens vindt ze Rebecca sprekend lijken op haar Joodse ex-schoonmoeder, aan wie ze een vreselijke hekel heeft, dan weer schrijft ze: 'We zijn vriendinnen aan het worden.' Er zijn perioden waarin ze elkaar amper zien en perioden waarin ze in één bed slapen. Op de ene bladzij: 'Rebecca blijft maar zeggen dat ik tekort ben geschoten in de opvoeding.' Enkele bladzijden verderop noemt ze haar 'precies de dochter die ik wil'.
Aandoenlijk motief in het dagboek: Walkers permanente angst om weer in armoede te vervallen, ook als ze dankzij The Color Purple ruimschoots roem en rijkdom heeft vergaard. Die bezweert ze vooral door voortdurend huizen te kopen die ze afwisselend bewoont. 'Ik bedenk vaak dat het er te veel zijn, hoewel ik ze allemaal goed benut.' In de beste Amerikaanse traditie schenkt ze daarnaast veel aan goede doelen en betoont ze zich gul voor armlastige vriendinnen en vrienden. Haar gekwetstheid is steevast groot als die zich daarvoor niet dankbaar genoeg betonen.
Even aandoenlijk: haar jalousie de métier. 'Heb er de pest over in dat mijn buurman, een leraar Engels, mijn werk niet kent - maar wel Toni Morrison leest, die hij met Steinbeck & Faulkner vergelijkt.' En, over dezelfde schrijfster: 'Er is haar een belangrijke positie aangeboden op Princeton. Ik ben blij dat ze zoveel succes heeft. Het is niet mijn soort succes.' Geen wonder dat 'gemengde gevoelens' haar bestormen als Morrison in 1993 óók nog eens de Nobelprijs voor Literatuur ontvangt.
Minder invoelbaar, althans voor deze lezer, is hoe Walker zich met het stijgen der jaren in toenemende mate wendt tot het new-age-gedachtengoed. Het levert zinnetjes op als: 'Het was vollemaan vannacht. Ik voelde het aan mijn eierstokken.' Steeds vaker richt ze zich tot de hogere machten in het universum. 'Grote Schoonheid, ik dank u. Er is zoveel in mijn leven om dankbaar voor te zijn! Dat ik dingen creëer, net als u!'
Haar activisme - elders door haar fraai gedefinieerd als 'de huur die ik betaal voor het leven op deze planeet' - is wat mij betreft al even onnavolgbaar. Enerzijds investeert ze ruimhartig in campagnes tegen vrouwelijke genitale verminking, anderzijds fellowtravelt ze dikwijls naar Cuba, waar ze op zeker moment bij dictator Fidel Castro zelve op de thee mag komen. Er vloeit geen kritisch woord uit haar pen.
De dagboeken eindigen in januari 2000. In het wat fletse nawoord belooft Walker dat het niet bij dit ene deel zal blijven. Dus zullen we ooit kunnen lezen waarom ze zich in deze eeuw stortte op de Palestijnse Zaak, waarom ze de verzamelde werken van de Britse Holocaust-ontkenner en samenzweringsdenker David Icke van harte aanbeval, waarom ze een nieuwe Hebreeuwse vertaling van The Color Purple verbood en waarom ze een gedicht publiceerde waarin ze de Talmoed aanwees als bron van alle kwaad. Op z'n minst interessant.
★★★★☆
Uit het Engels vertaald door Paul van der Lecq en Pauline Slot. De Arbeiderspers; 634 pagina's; € 34,99.