Boek
Nederlands
Andere formaten
Toegankelijke formaten:

Kleine handen

Andrés Barba (auteur), Irene Van De Mheen (vertaler), Jos Kockelkoren (vertaler)
+1
Kleine handen
×
Kleine handen Kleine handen

Kleine handen

Andrés Barba (auteur), Irene Van De Mheen (vertaler), Jos Kockelkoren (vertaler)
Een zevenjarig meisje wordt plotseling wees en moet zich zien te handhaven in een weeshuis waar de meisjesgemeenschap haar ervaart als een indringster.
Titel
Kleine handen
Auteur
Andrés Barba
Vertaler
Irene Van De Mheen Jos Kockelkoren
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Spaans
Oorspr. titel
Las manos pequeñas
Uitgever
Amsterdam: De Bezige Bij, 2020
109 p.
ISBN
9789403185408 (hardback)

Andere formaten:

Toegankelijke formaten:

Andere talen:

Beschikbaarheid in Vlaamse bibliotheken

Meer dan 150 keer in Vlaamse bibliotheken

Besprekingen

Met de poppen spelen

Roman. De kindertijd is allesbehalve onschuldig in Andrés Barba's korte roman Kleine handen.

Kinderen zijn geen lieverdjes. Het zijn wrede, destructieve wezens die elkaar de vreselijkste dingen aandoen. Dat die kleine ettertjes onschuldig zouden zijn, is een hardnekkig misverstand dat eindelijk eens de wereld uit moet, vindt Andrés Barba. Koters die opgroeien voor galg en rad spelen de hoofdrol in het proza van de Spaanse schrijver, die in 2001 doorbrak met Het zusje van Katia, een roman over de dochter van een prostituee. In Republiek van licht (2017), dat een jaar geleden in vertaling verscheen, liet hij een bende straatkinderen een provinciestadje onveilig maken. De voorloper van dit meesterwerkje, Kleine handen, zag in 2008 het licht, maar is nu pas in het Nederlands vertaald. Voor deze novelle haalde de auteur de mosterd bij Clarice Lispector. In het verhaal 'De kleinste vrouw ter wereld' vertelde de Braziliaanse schrijfster het verhaal van een stel weesmeisjes die het overlijden van een van hen voor de opvoeders hadden verzwegen en haar lijk in een kast hadden…Lees verder

Kleine handen

Eerste zin. Haar vader was op slag dood, haar moeder overleed in het ziekenhuis.

Haar herinneringen aan het ongeluk zijn messcherp. Marina voelt nog steeds de autogordel in haar schouder snijden, ziet nog steeds de voering van de passagierszetel dichterbij komen – de bekleding met de ragfijne streepjes, haar moeders stem tegen haar vader: ‘Niet inhalen nu.’

Marina distilleert het drama tot één zinnetje: haar vader was op slag dood, haar moeder overleed in het ziekenhuis. Ze herhaalt het tegen de verpleegsters, tegen haar pop, die ook Marina heet, tegen de psychologe die haar vertelt dat ze straks naar een fijne nieuwe plek mag, een plek vol meisjes van haar leeftijd en lieve volwassenen die nu voor haar zullen zorgen.

Een weeshuis dus, een oord waar ze zich niet thuisvoelt: ‘Hun gezichten waren allemaal te bruin, overmatig blootgesteld aan de zon. Hun jurken allemaal te vrolijk.’ Tijdens de spelletjes blijft ze in de schaduw staan en even weigert ze zelfs te eten maar haar tienerhonger overwint haar mage…Lees verder

Ik ben anders. Dat beseft Marina wanneer ze op zevenjarige leeftijd van het ene op het andere moment terechtkomt in een weeshuis, doordat haar ouders zijn omgekomen bij een verkeersongeluk. Marina is anders omdat ze nieuw is in het weeshuis en dingen heeft meegemaakt die de andere wezen niet hebben beleefd: pretparken, films, reizen… Dat wekt nieuwsgierigheid maar ook vijandigheid bij hen op. Marina wordt gezien als een indringster die het vertrouwde evenwicht in deze meisjesgemeenschap verstoort. De schrijver brengt niet zozeer de gebeurtenissen voor het voetlicht – de ‘spelletjes’, de toenaderingspogingen, Marina’s weigering om te eten – als wel de mentale processen die daarmee gepaard gaan. Hij doet dat op volstrekt onsentimentele wijze en dat heeft een huiveringwekkend effect. Voor pijn, wanhoop en verdriet is geen plaats. Marina moet zien te overleven en om dat voor elkaar zien te krijgen schakelt ze haar gevoelens uit. Dat zegt de schrijver niet met zoveel woorden, maar hij sugg…Lees verder

Zinderende weesmeisjes

Andrés Barba kruipt in de huid van Marina (7) die bij een auto-ongeluk haar ouders verliest en in een weeshuis belandt.

Vorig jaar maakt de Spaanse schrijver Andrés Barba (1975) diepe indruk op me met zijn 'Republiek van licht', een beklemmende roman over hoe 32 zwerfkinderen het leven in een Zuid-Amerikaanse provinciestad ontwrichten. Barba's roman 'Het zusje van Katia' was eerder al vertaald in het Nederlands; Mijke de Jong maakte er in 2008 een film van die nog steeds ontroert, met het verhaal van een jong meisje dat in de harde wereld van de Amsterdamse prostitutie anderen probeert te troosten en te verzorgen. Ook het inmiddels twaalf jaar oude, nu dan vertaalde 'Kleine handen' gaat over kinderen: over hun onschuld en afhankelijkheid, maar ook over hun wreedheid en macht, deze keer vooral ten opzichte van elkaar.

In 'Kleine handen' is Barba in het lijfje van het zevenjarige meisje Marina gekropen, vanaf het moment dat ze na een verkeersongeluk gewond in het ziekenhuis ligt en te horen krijgt dat haar vader op slag dood was en haar moeder in coma ligt. In de eerste hoofdstukken van …Lees verder