Ergens waar je niet wil zijn : [Koreaanse versie]
Ergens waar je niet wil zijn : [Koreaanse versie]
Details
[176] p. : ill.
Besprekingen
De Standaard
Hoewel hij amper 23 is, is supertalent Brecht Evens met Ergens waar je niet wil zijn aan zijn vierde album toe. Dankzij zijn frisse en onbevangen aanpak geldt Evens sinds zijn debuut, Een boodschap uit de ruimte (2005), als een van de grootste beloften van de Vlaamse strip. Die bewering maakt hij opnieuw waar met dit nieuwe album.
Ergens waar je niet wil zijn is nauwelijks te vergelijken met Evens' vorige werk, al staan ook ditmaal relaties centraal. Het verhaal vertelt enkele dagen uit het leven van drie personages. De immer weifelende Gert organiseert een reünie voor zijn studiegenoten. Zijn gasten vragen zich vooral af of de populaire Robbie ook zal komen. Niet dus. Later wordt de onzekere Noemi in een discotheek opgepikt door Robbie, die zich de dag nadien uitgebreid verontschuldigt bij Gert omdat hij niet naar diens feestje is gekomen. Er gebeurt relatief weinig in het boek, maar Evens' efficiënte vertelstijl en zijn fascinerende, geaquarelleerde tekeningen laten je geen moment los. Topklasse. (mk)
Het Belang van Limburg
"Deze 'Ergens waar je niet wil zijn' gaat over die foute stemming in je hoofd: piekeren over wat de mensen van je denken. Een heel egocentrische houding. Zo'n stemming die je op feestjes kan overvallen. Als je zo het gevoel hebt dat je de enige bent die zich niet amuseert. Robbie, het ene hoofdpersonage danst door het leven. Straalt positiviteit uit. Inderdaad, een soort rattenvanger van Hameln, zo'n onweerstaanbaar iemand. Zo had ik het nog niet bekeken. Terwijl Gert, het andere hoofdpersonage, zich vastklampt aan het weinige positieve dat hem overkomt."
"Neen, dit was niet therapeutisch. Het was eerder andersom. Een zwaarmoedige bui is juist bruikbaar voor een verhaal. Maar ik ken het gevoel wel goed van in mijn puberteit. Al ben ik wel een feestjesmens. Als ik teken, zit ik binnen. Als ik mensen wil ontmoeten, ga ik naar feestjes."
Chaotisch
"Op voorhand had ik niets uitgeschreven. De grote lijnen zaten in mijn hoofd. Ik werk heel organisch. Ik heb het niet gemaakt zoals je het leest, ik heb echt alles dooreen getekend. Spannend, ja. Maar veel minder saai. Anders had ik maanden aan een stuk mensen op een stoel moeten tekenen bij dat huisfeestje uit het eerste hoofdstuk. Terwijl het nu visueel boeiend blijft, vind ik. Ik werk chaotisch, inderdaad. Toch was ik blij toen ik het verhaal las: het blijft coherent. Dit vind ik tot nu toe mijn beste werk. En dat wil ik wel in het buitenland laten zien."
"Ik heb weer een nieuwe stijl, ja. Heeft even geduurd eer ik die te pakken had. Maar een mens moet veranderen. Nu verf ik rechtstreeks. Met ecoline. Ik werk af met plakkaat. Soms met potlood en stift. Elke tekening begint met een ruwe veeg. Zo'n tekening maakt lelijke fases door. Altijd weer een avontuur. Maar ik heb altijd het gevoel dat ik er wel uitraak."
Sober
"Als je het werk dat je er insteekt, afweegt, betalen illustraties beter. Dat weet elke striptekenaar. Maar een illustratie verdwijnt eens ze gepubliceerd is. Een strip blijft. Maar een strip is ook zot. Dat zijn duizend en meer prenten. Ik ben een van die gelukkigen die gesteund wordt door het Vlaams Fonds voor de Letteren. Ik heb de maximumpot gekregen: 12.000 euro. Ik kan daarvan leven, ik leef sober. Als het Fonds er niet was, zou ik inderdaad dingen moeten herdenken. Dan zou ik geen anderhalf jaar aan een strip kunnen werken. Maar zo krijg ik wel tijd. Het systeem werkt, vind ik. Zo kunnen we goeie boeken maken die ook in het buitenland interesse kunnen wekken. Zodat we uiteindelijk zelfbedruipend worden."
Knack
Ergens waar je niet wil zijn begint met een scène op een tergend saai feestje die Evens in een vroegere versie in de bloemlezing Hic Sunt Leones 2 publiceerde. De gasten zijn alleen maar gekomen om de populaire Robbie te zien, en die blijft uiteindelijk liever in zijn tweede thuis de discotheek rondhangen. Vervolgens komt Robbie zelf in beeld, vooral dan in zijn discotheekhabitat. Populair zijn of het krampachtig proberen te zijn, daar draait het boek om.
Evens zet na zijn vorige boeken Een boodschap uit de ruimte , Vincent en Nachtdieren weer een Neil Armstrongachtige stap vooruit. Grafisch valt dat het eerst op. Hij heeft een nieuwe, boeiende stijl ontwikkeld. Veel striptechnische hulpmiddelen als tekstballonnen en kaders laat hij achterwege en hij mengt kleurtinten al schilderend op de pagina. Zijn pagina's zijn volledig uit kleur opgetrokken, want ook contourlijnen blijven afwezig. Meestal is Evens zuinig met decors, maar af en toe werkt hij een achtergrond uit over een hele pagina en laat hij zijn personages er vrij in rondlopen. Zo wisselen sobere en drukke pagina's elkaar af.
De sobere pagina's benadrukken de dialogen, want eigenlijk wordt in dit boek vooral gepraat. Misschien kunnen sociale thema's als populariteit en de mechanismen die daarover beslissen nog met Evens' leeftijd verbonden worden. Maar ook als een grijsaard dit boek had geschilderd, zouden we aan een liederlijke polonaise begonnen zijn. Ergens waar je niet wil zijn behoort met Slaapkoppen van Randall. C en My Boy van Olivier Schrauwen tot het grote artistieke vuurwerk waarvan we tien jaar geleden nooit geloofd hadden dat het in Vlaanderen zou kunnen ontstaan. In Evens' wereld willen wij wél zijn.