Details
608 p.
Besprekingen
De Standaard
Clarice Lispector (1920-1977) zag eruit als een diva en schreef alsof haar leven ervan afhing. Tegenwoordig wordt de schrijfster in Brazilië op handen gedragen, maar destijds werd haar werk alleen gesmaakt door een select groepje kunstenaars en intellectuelen. Haar internationale bekendheid heeft ze te danken aan haar Amerikaanse biograaf, Benjamin Moser, die superlatieven tekort komt om 'de sfinx van Rio de Janeiro' te bezingen. De man, die niet vies is van enige dichterlijke overdrijving, noemt haar 'een vrouwelijke Tsjechov op het strand van Guanabara', de belangrijkste joodse auteur sinds Kafka en de grootste schrijfster die de Braziliaanse literatuur ooit heeft voortgebracht. Of dat klopt, kan de lezer voortaan voor zichzelf uitmaken, want De Arbeiderspers, die eerder al Mosers boeiende biografie, een bundel lezenswaardige kronieken en twee van haar romans publiceerde, brengt nu ook Alle verhalen uit, een turf van ruim zeshonderd bladzijden dik.
Pikant
'Deze bundel is het verslag van het leven van een vrouw, geschreven in de loop van dat leven', legt Moser in zijn woord vooraf uit. De 85 verhalen gaan over traditioneel vrouwelijke thema's als huwelijk en moederschap, de geneugten van het huisvrouwenbestaan, de schoonheid van de jeugd en de verschrikkingen van het ouder worden. Een feministe was Lispector niet. De schrijfster, een telg uit een straatarme migrantenfamilie van joods-Oekraïense afkomst, had rechten gestudeerd, maar gaf haar baan op om te trouwen met een diplomaat van wie ze zestien jaar later zou scheiden. Ook het merendeel van haar vrouwelijke personages streeft ernaar 'de vrouw van een man te zijn', al valt hier en daar toch een feministische oprisping te rapen. Zo maakt een dochter zich vrolijk over haar moeder, die haar eigen ideeën had over vrijheid en gelijkheid tot haar vader op het toneel verscheen: 'En tegenwoordig naait en borduurt moeder, zingt ze aan de piano en bakt ze op zaterdag cakejes, alles even punctueel en opgewekt. Ze heeft nog steeds haar eigen ideeën, die zich laten samenvatten als: de vrouw is altijd ondergeschikt aan de man'. Gaandeweg raken haar personages besmet met haar eigen desillusies. De teleurstelling van een ongelukkige huisvrouw en de wrok van een verbitterde oude dame, Lispector weet ze feilloos in woorden te vangen en kan zich zelfs moeiteloos inleven in een baby, als de nood aan de man komt. Dat doet ze op een heel aparte manier, die niet bij iedereen in de smaak valt.
'Die Clarice gaf mensen een ongemakkelijk gevoel', merkt de vertelster van een van haar laatste verhalen op. In de jaren 70 schreef Lispector plots verrassend pikant proza over hoogbejaarde vrouwen die dromen van seks met een tv-idool en een beroep doen op zelfbevrediging. De dertien stuks uit De kruisweg van het lichaam, een bundel die drie jaar voor haar voortijdige dood verscheen, kwamen in amper één weekend tot stand. Ze werden destijds afgedaan als 'bagger' en de schrijfster zelf was het daar volmondig mee eens. Mettertijd ging ze steeds slordiger te werk. Ze associeerde er vrolijk op los, draaide haar hand niet om voor een anakoloet en liet haar zinnen zorgeloos ontsporen.
Mystiek
Aan intellectualisme had Lispector een broertje dood. Instinct en zintuiglijkheid primeerden op ratio, wat nog niet betekent dat haar werk toegankelijk is. 'Haar literatuur is niet voor iedereen', waarschuwt haar biograaf in zijn inleiding. Haar hele oeuvre is een zoektocht naar het mystieke in het alledaagse, een poging tot een instinctief begrip van de wereld. Dat levert een uniek, maar hermetisch proza op, dat uiterst langzaam gesavoureerd dient te worden. Neem nu 'De kip en het ei', verreweg het krankzinnigste verhaal. Het opent heel onschuldig met een ei dat op de keukentafel ligt, maar algauw lijkt het of de schrijfster stiekem aan de spacecake heeft gezeten: 'Het ei zien is onmogelijk: het ei is superzichtbaar zoals er supersonische geluiden zijn. Niemand is in staat het ei te zien. Ziet de hond het ei? Alleen machines zien het ei. Een hijskraan ziet het ei. - Toen ik oud was streek er een ei op mijn schouder neer.' Dat gaat zo nog bladzijdenlang door. Er zijn lezers die voor minder afhaken.
'Coherent zijn, dat wil ik niet meer. Coherentie is mutilatie. Ik wil wanorde', denkt een van de vrouwelijke personages, en ze constateert: 'Het was niet waar dat je maar één gedachte tegelijk kon hebben: zij had een heleboel gedachten die dwars door elkaar heen liepen en erg van elkaar verschilden.' Dat Lispector al die gedachten niettemin op papier probeert te dwingen, verklaart het grote aantal mislukte verhalen. De schrijfster zat daar niet mee. Ze hield van het onvoltooide, 'van datgene wat op onbeholpen wijze de lucht in probeert te fladderen en weinig elegant weer op de grond neerploft.' Sommige probeersels komen niet van de grond, andere dwarrelen alle kanten op, en wie zich onverschrokken onderdompelt in haar kolkende gedachtestroom, gaat geregeld kopje onder. Een en ander verklaart allicht dat haar werk zo lang onopgemerkt is gebleven. Lispector lag er allemaal niet wakker van: 'Naar de hel met mijn oeuvre. Ik weet niet waarom mensen literatuur zo belangrijk vinden.'
Vertaald door Adri Boon, De Arbeiderspers, 608 blz., 39,99 € (e-boek 15,99 €), Oorspr. titel: Todos os Contos.
Knack
Clarice Lispector (1920‑1977) geldt al langer als de grande dame van de Braziliaanse literatuur. Dat haar naam en faam de laatste jaren ook ons taalgebied bereikt, is aan één man te danken: haar biograaf Benjamin Moser, die onlangs ook het leven van Susan Sontag in een monumentale biografie perste. Nu heeft hij alle verhalen van Lispector in één prachtig uitgegeven band verzameld, een perfecte introductie tot haar enigmatische literatuur.
Door de chronologische aanpak kun je haar stijl en onderwerpkeuze zien evolueren. In haar vroege jaren merk je een grote vrijheidsdrang bij haar overwegend vrouwelijke hoofdpersonages. Soms lopen ze verscheurd heen en weer tussen minnaars, soms trekken ze zelf de deur achter zich dicht maar de catharsis komt altijd uit een herwonnen vrijheid. Later sluipt er absurdisme in haar teksten – zo krijg je een inkijk in de gedachten van een kip – en ontwikkelt ze een eigen grammatica die haar verhalen iets raadselachtigs geeft. Lees na haar verhalen vooral ook De ontdekking van de wereld , waarin ze zichzelf aan de hand van essays, overpeinzingen en columns portretteert. Wereldklasse.
****
De Arbeiderspers (oorspronkelijke titel: Todos os contos), 608 blz., € 39,99.