Details
20 p. : ill.
Besprekingen
Leeswelp
De ijsberen worden in hun natuurlijke omgeving afgebeeld: in een wereld van sneeuw en ijs dus. Niet meteen de spannendste achtergrond voor een illustrator, maar Jane Chapman heeft dit mooi opgelost door af en toe een andere kleurtint te gebruiken: van lichtblauw over zacht paars tot pastelgroen. Bovendien wordt gefocust op de ijsberen. Telkens worden zij in een andere positie uitgebeeld: liggend, zwemmend, staand, gehurkt, springend, rollebollend... Chapman heeft elk perspectief uitgeprobeerd. Zij sluit het verhaal af met een close-up van een slapende mama beer met Tijs in een innige knuffel.
Hoewel de illustratrice haar uiterste best heeft gedaan om met beperkte middelen een interessant prentenboek te tekenen, gaan de schattige beren na een tijdje toch flink vervelen. Je wordt er slaperig van.
[Vanessa Joosen]
NBD Biblion
Pluizer (2)
Stevig kartonboekje met een zachte kaft. Op de voorzijde zijn de titel en de sneeuwvlokjes met licht reliëf aangebracht waardoor je ze tactiel kan waarnemen. Dit schept verwachtingen voor de inhoud, maar eens je het boekje openslaat, zie je enkel gewone afbeeldingen van water, ijs en sneeuw met mama en kleine ijsbeer. Er zit zeer weinig variatie in de afbeeldingen, behalve lichte kleurschakeringen, de houdingen en de mimiek van de ijsberen. Het zijn echter de typische afbeeldingen die je in zoveel boekjes over ijsberen ziet.
De inhoud gaat vooral over het fysieke groot worden en wat je motorisch dan allemaal kan. Hoe het voelt om groot te zijn komt niet echt aan bod. Alleen omdat het zo fijn is om met mama te stoeien, vindt kleine ijsbeer het toch niet zo erg dat hij niet groot is. De verhaallijn is zeer beperkt.
De tekst is eenvoudig, maar de voorlezer moet door zijn intonatie verduidelijken wie aan het woord is opdat de kinderen zouden kunnen volgen. Door de afwisseling tussen verhalend en citerend schrijven is het niet echt gemakelijk om dit boekje voor te lezen. Het woordgebruik is echter wel zeer eenvoudig.
Kleine Beer wil zo groot worden als zijn moeder. Moeder Beer zal hem eens laten zien hoe het is om groot te zijn. Je moet hard kunnen rennen en zwemmen. Kleine Beer is vol bewondering voor zijn moeder. Moeder Beer brengt Kleine Beer op haar rug terug naar hun hol, ze zijn allebei moe van al dat stoeien. Kleine Beer komt tot het besluit dat hij niet te vlug groot wil worden. Ook Moeder Beer vindt haar beertje precies goed. En lekker knus tegen de vacht van zijn moeder, valt Kleine Beer in slaap. De zachte velletjes van Moeder Beer en Kleine Beer kan je het hele boek door voelen. Dit is misschien leuk voor jonge kinderen. Voor het overige zijn de prenten nogal saai: steeds de twee ijsberen tegen een egale en weinig uitgewerkte achtergrond. Het verhaal brengt ook weinig nieuws.