Details
149 p.
Besprekingen
De Standaard
Badjens is de monoloog van een zestienjarig meisje dat leeft tussen gehoorzaamheid en verzet, tussen onzichtbaarheid en de hunkering naar vrijheid. Officieel heet ze Zahra, maar haar moeder noemt haar Badjens, een bijnaam die in het Perzisch zowel 'brutaal' als 'verkeerd geslacht' betekent. Door haar vader wordt ze veracht omdat ze geen zoon is; haar jeugd wordt getekend door patriarchale vernedering, seksueel geweld en de dagelijkse dwang van de hidjab die haar letterlijk de adem beneemt. “Ik draag de wanhoop zoals ik de sluier draag”, zegt ze.
Het hoogtepunt in deze korte roman is de scène waarin ze op een vuilniswagen klimt en haar sluier in brand steekt. Het beeld is geïnspireerd op de zestienjarige Nika Shakarami die tijdens de straatprotesten in Iran in 2022 hetzelfde deed voor een juichende menigte, en tien dagen later dood werd teruggevonden. Die straatprotesten waren een nationale reactie op de dood van Mahsa Amini, die overleed na een hardhandige arrestatie omdat ze volgens de zedenpolitie haar hoofddoek 'foutief' droeg.
Ademruimte
Toen Delphine Minoui de protesten volgde, viel haar op dat de voorste linies bestonden uit tienermeisjes, de Tiktok- en Instagramgeneratie die in het Westen vaak als apolitiek en oppervlakkig wordt weggezet, maar die nu bereid bleek haar leven te riskeren.
Via sociale media zocht de journaliste en schrijfster contact met tien meisjes verspreid over Iran. Ze belden, lieten haar hun kamers zien via hun smartphone, namen haar virtueel mee naar parken en winkelcentra waar ze hun hoofddoek aflegden. Uit al die stemmen ontstond het personage Badjens, dat spreekt in een taal die tegelijk rauw en poëtisch is, doordrenkt van slogans en echo's van Perzische dichters als Forough Farrokhzad.
Minoui groeide op in Frankrijk als dochter van een Franse moeder, en een Iraanse vader die zweeg over zijn land en haar nooit Farsi leerde. Na haar studie journalistiek in Parijs trok ze in 1997 voor een familiebezoek naar Teheran. Tien dagen werden tien jaar. Ze leerde de taal, werkte er als correspondent voor Le Figaro en Franse radiozenders, en zag er de sluiproutes naar vrijheid: illegale feestjes, clandestiene drank, jongeren die ondanks alles een leven uitbouwden. In 2016 werd ze persona non grata; sindsdien woont ze in Istanbul, van waaruit ze nog steeds het Midden-Oosten verslaat. Steeds draait Minoui's werk om de vraag hoe mensen onder censuur toch hun stem behouden.
Badjens is een intense roman die leest als een stroom van bekentenissen en kreten, een intiem dagboek waaruit een collectieve stem spreekt. Het laat voelen dat de revolutie misschien neergeslagen is in de straten, maar in de hoofden van de jongeren onomkeerbaar is. Die zijn, schrijft Minoui, als moderne Antigones: bereid offers te brengen, maar gedreven door een onbedwingbare drang tot leven.