Boek
Nederlands
Andere formaten
Toegankelijke formaten:

Dood weermiddel en andere verhalen

F.B. Hotz (auteur)

Dood weermiddel en andere verhalen

In de reeks:
Grote ABC; 269
Genre:
Zeventien verhalen deels eerder verschenen in Maatstaf en De Gids, zich afspelend medio 19e eeuw en in de eerste helft van de 20e eeuw.
Titel
Dood weermiddel en andere verhalen / Hotz, F.B.
Auteur
F.B. Hotz
Taal
Nederlands
Uitgever
Amsterdam: De Arbeiderspers, 1976
274 p.
ISBN
90-295-2104-X

Andere formaten:

Toegankelijke formaten:

Beschikbaarheid in Vlaamse bibliotheken

Meer dan 1 keer in Vlaamse bibliotheken

Besprekingen

Deze verhalenbundel bevat 12 verhalen, waarvan er eerder een aantal verscheen in tijdschriften als "Maatstaf" en "De Gids". Ze spelen voor het grootste gedeelte medio vorige eeuw en in de eerste helft van de 20ste. Het titelverhaal handelt over een militair ingenieur die in de jaren 1840 op een buitenpost in de Hollandse polder een bastion wil bouwen als weermiddel tegen mogelijke Pruisische aanvallen. Ondertussen veranderen de vechttechnieken en het weermiddel is overbodig geworden. Hotz is niet alleen een waardig stilist, maar bovendien ook een opmerkelijke observator. Wat hij ziet, registreerd hij met een preciesheid die vaag aan Elsschot en Carmiggelt herinnert. Afgezien van de symboliek van het "dood weermiddel" laat Hotz zijn figuren de "strijd der sexen" bloedig strijden. Kleine druk. Heruitgave in de serie De Leeslijst: tien Nederlandse klassiekers.

Over F.B. Hotz

Frits Bernard Hotz, publicerend als F.B. Hotz (Leiden, 1 februari 1922 – aldaar, 5 december 2000), was een Nederlandse jazztrombonist en schrijver, voornamelijk van verhalen.

Leven en werk

Hotz volgde de ambachtsschool en daarna enige tijd een middelbare opleiding werktuigbouwkunde aan de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen, maar daar lag zijn belangstelling niet. Daarom stapte hij in 1942 over op de kunstafdeling van dezelfde academie. Ook nam hij trombonelessen, omdat hij jazzmusicus wilde worden. Hij bewonderde vooral de muziek van Paul Whiteman en Bix Beiderbecke. Deze voorkeur voor 'blanke Amerikaanse jazz' van de jaren twintig is hij altijd blijven koesteren. Vlak na de Tweede Wereldoorlog kreeg hij tuberculose, waardoor hij enkele jaren het bed moest houden en langdurig verbleef in een sanatorium in Frederiksberg nabij Kopenhagen.

Van 1949 tot eind jaren zestig speelde…Lees verder op Wikipedia