GVDKU
×
GVDKU GVDKU
In de reeks: Eigentijdse poëzie ; #16
Nederlands
2012
Volwassenen
GVDKU is de debuutbundel van Freda Kamphuis [1965]. Naar eigen zeggen probeert Freda het leven - vaak tegen beter weten in - als een speeltuin te blijven zien. GVDKU is dan ook een speeltuin geworden, waarin heel veel mag. Zoals gedichten bouwen van woorden, die niet alleen door hun inhoud veelzeggend zijn, maar ook door hun bijzondere vorm. En haiku's schrijven die alleen over zichzelf gaan, waar…
GVDKU is de debuutbundel van Freda Kamphuis [1965]. Naar eigen zeggen probeert Freda het leven - vaak tegen beter weten in - als een speeltuin te blijven zien. GVDKU is dan ook een speeltuin geworden, waarin heel veel mag. Zoals gedichten bouwen van woorden, die niet alleen door hun inhoud veelzeggend zijn, maar ook door hun bijzondere vorm. En haiku's schrijven die alleen over zichzelf gaan, waardoor je naar de werkelijke inhoud alleen maar moet raden. Of naar mensen kijken en die met één pennenstreek neerzetten. Verheug u op de route tot God, gratis kunst en veel grafisch genoegen.

GVDKU is deel 16 in Voetnoots reeks Eigentijdse Poëzie.
Genre Gedichten
Titel GVDKU
Taal Nederlands
Editie 1
Uitgever Antwerpen: Voetnoot, 2012
63 p. : ill.
ISBN 9789078068938

Leeswolf

Freda Kamphuis schrijft hoekige maar verstaanbare poëzie, waarin liefdesobjecten in glazen potjes gestopt worden, gebouwen als uit dood gehouwen zijn en vissen tot leven gewekt worden. Maar verstaanbaar hoeft nog niet te betekenen dat er staat wat er staat. Het heeft in ieder geval een bundel opgeleverd die zich in een breed spectrum beweegt: haiku’s, visuele poëzie, klankgedichten, ze komen allemaal aan bod in GVDKU. De dichteres blikt in constante verwondering om zich heen en doet dit in begrijpelijke, licht ironische bewoordingen. Sommige voorwerpen van observatie willen zichzelf tot kunst verheffen, zoals het elastieken koffiekopje in ‘Gratis kunst voor poëzieliefhebbers’. Er duiken gewone mensen op zoals ouderen met rollators en griezelig herkenbare echtparen, maar ook anomalieën zoals bedrukte eekhoorns en terrasgangers, die met de hallucinerende wezens op de schilderijen van Dali vergeleken worden. Sommige observaties zijn vertrouwd, andere werken licht bevreemdend.
Het taalgebruik is soms spitsvondig, soms werkt het ook helemaal niet en dan wordt het ronduit flauw, zoals dat in sommige haiku’s het geval is. Heel aardig is de woordspeling in het gedicht ‘Beestje’, waarin de ik-persoon de geliefde in plaats van in een doosje als een kruipend insect in een glazen potje zou willen stoppen omdat ze hem dan in al zijn naaktheid kan bekijken. Mooi is het gedicht ‘Avondmeisje’, dat vanuit het perspectief van een in de avondzon huppelend kind is geschreven en een zekere zwierigheid van zinnen bezit, waardoor de poëzie het vastomlijnde en thematische verlaat, dat veel gedichten in deze bundel kenmerkt. Grappig is het gedicht ‘Route tot God’, maar echt verheffende poëzie is het niet. Het probleem met deze bundel is dat veel gedichten beter tot hun recht zouden komen als ze worden voorgedragen. Dat geldt zeker voor de klankgedichten, mits op de goede manier, zoals de Eindhovense slamdichter ACG Vianen dat op onnavolgbare wijze doet. Of Kamphuis gaat het podium op, of ze legt zich meer toe op de poëzie en stijgt boven zichzelf uit zoals het huppelende avondzonmeisje. [Jolies Heij]

NBD Biblion

Els van Geene
Dit is een deeltje uit de reeks "Eigentijdse poëzie". De dichteres heeft, als beeldend kunstenaar, haar bundel deels zelf verlucht. De werkelijkheid is volgens haar't mooiste wat er is, maar de taal is onmachtig haar te beschrijven. Daarom speelt zij allerlei spelletjes met (verschillende) talen,geeft ze vers-regels ritmisch weer (dezelfde "ritmische typografie" die de dadaïsten destijds al gebruikten), schrijft ze nonsensverzen à la Daan Zonderland en "promoot" ze de pindakaasvloer van Wim T. Schippers uit 1962. Toch kun je er ook anders naar kijken. 't Is niet toevallig dat Edward Hopper, de schilder van isolering en eenzaamheid, favoriet bij haar is. De zieke man, wachtend op zijn dood; de eenzame oude flatbewoonster; zelfs de kraaien, die "kouden" van dagen, zijn indrukwekkender dan surrealistisch gedaas. Kamphuis' gedichten zijn soms 'n beetje "déjà vu" of te opzichtig modern. Maar ze kan ook raak typeren en er valt wel wat te lachen.