Boven is het stil
Details
Onderwerp
Dood,
Blinden en slechtzienden,
Verkeersongevallen
Titel
Perenbomen bloeien wit
Auteur
Gerbrand Bakker
Taal
Nederlands
Editie
8ste dr.
Uitgever
Amsterdam: Cossee, 2015 (Andere uitgaven)
137 p.
137 p.
ISBN
9789059362857
Besprekingen
Leeswelp
De debuutroman van Gerbrand Bakker (geb. 1962), over een jongen die blind wordt bij een ongeval,…
De debuutroman van Gerbrand Bakker (geb. 1962), over een jongen die blind wordt bij een ongeval, getuigt van gedegen en vaardig werk. Het gezin Tolgaarder bestaat uit een 16-jarige tweeling (Kees en Klaas) en hun drie jaar jongere broer Gerson die met hun vader, die ze Gerard noemen, op het platteland wonen. Moeder is jaren geleden met de noorderzon vertrokken. En dan is er nog de Jack-Russellterriër Daan, die alleen naar Gerson luistert. Al tien jaar spelen de drie jongens zwart: met gesloten ogen proberen ze een door een van hen opgegeven doel in de omgeving te bereiken. Op een mooie meizondag raakt het gezin tijdens een uitstapje naar de grootouders betrokken bij een ongeval: Gerson is zwaar gekwetst en blijkt achteraf blind te zijn. Het lukt hem niet om zijn handicap te aanvaarden.
Het verhaal wordt overwegend verteld vanuit een wijoptiek en in de verleden tijd, een halfjaar na de gebeurtenissen. Achter de wijvorm schuilt de tweeling ("Wij en Gerson hadden gezwommen in het zwembad van Avignon"). Of beter een soort van onzichtbare en ontastbare wijfiguur, een immaterieel tweevoud dat niet alleen over de anderen vertelt maar ook in de hijvorm over Kees en Klaas: "Gerard en Kees keken ook naar Klaas, die aan het voeteneind van het bed stond". Een ongewoon en intrigerend vertelstandpunt, meteen een suggestie van een sterke samenhorigheid, een hoge verbondenheid in denken en voelen, al zijn er voldoende verschillen. Soms dacht ik even dat wij meer Kees dan Klaas was, maar meestal is wij de tweeling samen. Na zes wijhoofdstukjes, vanaf het moment dat voor Gerson, na anderhalve week coma, de wereld weer bereikbaar wordt, komen er regelmatig ook belevende ikpassages (in cursieve letter) voor (in de tegenwoordige tijd) waarin de lezer met Gerson voelt wat er met hem gebeurt. Het laatste cursieve ikhoofdstukje is verrassend (in de OVT) geschreven vanuit de hond Daan, die erbij was toen Gerson een definitieve beslissing nam m.b.t. zijn leven. De passage bevat nogal wat elementen die impliciet in de andere hoofdstukken vervatten zitten en is in die zin overbodig.
De titelwerkwoorden geven het gebeuren vaart en vordering naar het einde toe, dat onafwendbaar al van bij het begin vastligt. Dat einde is zwart als de titel van het eerste hoofdstuk, alleen is er geen sprake meer van een spel.
Met een prospectieve techniek houdt de verteller de lezer voortdurend in spanning. Dat doet hij ook op minder geladen momenten. O.m. daardoor is het boek zo boeiend. Spannend is ook de aftelling vanaf 27 juli tot die fatale 10 augustus. De spanning groeit bladzij na bladzij.
Een bijzonder vertelstandpunt, wisseling van optiek, een uitgekiende spanningsopbouw... Gerbrand Bakker biedt ons meer dan een goed verhaal over de verwerking van een handicap. Dat hij daarnaast ook nog bijzondere aandacht heeft voor de taal is niet verwonderlijk voor iemand die al twee etymologische woordenboeken voor beginners op zijn actief heeft. Hij laat merken hoe lastig het is in de aanwezigheid van een blinde geen woorden of uitdrukkingen te gebruiken met oog, zien, blind, blik, enz. Hij toont ook hoe er een taalverschil is tussen grootouders en kleinkinderen. Met zijn pregnante taalgebruik geeft hij de lezer ruimte een en ander zelf in te vullen. Vanaf 13 jaar. [Herman De Graef]
Het verhaal wordt overwegend verteld vanuit een wijoptiek en in de verleden tijd, een halfjaar na de gebeurtenissen. Achter de wijvorm schuilt de tweeling ("Wij en Gerson hadden gezwommen in het zwembad van Avignon"). Of beter een soort van onzichtbare en ontastbare wijfiguur, een immaterieel tweevoud dat niet alleen over de anderen vertelt maar ook in de hijvorm over Kees en Klaas: "Gerard en Kees keken ook naar Klaas, die aan het voeteneind van het bed stond". Een ongewoon en intrigerend vertelstandpunt, meteen een suggestie van een sterke samenhorigheid, een hoge verbondenheid in denken en voelen, al zijn er voldoende verschillen. Soms dacht ik even dat wij meer Kees dan Klaas was, maar meestal is wij de tweeling samen. Na zes wijhoofdstukjes, vanaf het moment dat voor Gerson, na anderhalve week coma, de wereld weer bereikbaar wordt, komen er regelmatig ook belevende ikpassages (in cursieve letter) voor (in de tegenwoordige tijd) waarin de lezer met Gerson voelt wat er met hem gebeurt. Het laatste cursieve ikhoofdstukje is verrassend (in de OVT) geschreven vanuit de hond Daan, die erbij was toen Gerson een definitieve beslissing nam m.b.t. zijn leven. De passage bevat nogal wat elementen die impliciet in de andere hoofdstukken vervatten zitten en is in die zin overbodig.
De titelwerkwoorden geven het gebeuren vaart en vordering naar het einde toe, dat onafwendbaar al van bij het begin vastligt. Dat einde is zwart als de titel van het eerste hoofdstuk, alleen is er geen sprake meer van een spel.
Met een prospectieve techniek houdt de verteller de lezer voortdurend in spanning. Dat doet hij ook op minder geladen momenten. O.m. daardoor is het boek zo boeiend. Spannend is ook de aftelling vanaf 27 juli tot die fatale 10 augustus. De spanning groeit bladzij na bladzij.
Een bijzonder vertelstandpunt, wisseling van optiek, een uitgekiende spanningsopbouw... Gerbrand Bakker biedt ons meer dan een goed verhaal over de verwerking van een handicap. Dat hij daarnaast ook nog bijzondere aandacht heeft voor de taal is niet verwonderlijk voor iemand die al twee etymologische woordenboeken voor beginners op zijn actief heeft. Hij laat merken hoe lastig het is in de aanwezigheid van een blinde geen woorden of uitdrukkingen te gebruiken met oog, zien, blind, blik, enz. Hij toont ook hoe er een taalverschil is tussen grootouders en kleinkinderen. Met zijn pregnante taalgebruik geeft hij de lezer ruimte een en ander zelf in te vullen. Vanaf 13 jaar. [Herman De Graef]
NBD Biblion
Redactie
Heruitgave, in 2007 herzien en bewerkt, van de jeugdroman van de schrijver die inmiddels ook met…
Heruitgave, in 2007 herzien en bewerkt, van de jeugdroman van de schrijver die inmiddels ook met veel succes debuteerde voor volwassenen met 'Boven is het stil'* (winnaar Gouden Ezelsoor, de Debutantenprijs, IMPAC Dublin Literary Award). Klaas en Kees, 15 jaar, zijn een tweeling en hebben een drie jaar jonger broertje, Gerson. Hun moeder gaat er met hun mooiste auto en een Italiaan vandoor, zij houden een klein oud autootje waarmee zij met hun vader en hun hondje Daan op zondag naar hun vaders ouders gaan. Tijdens een discussie waarin Gerson beweert dat 'perenbomen wit bloeien', worden ze aangereden en belanden ze allemaal in het ziekenhuis. Gerson is blind geworden. Na tien dagen in coma te hebben gelegen moet hij dit zien te verwerken. Schrijver, neerlandicus, gebruikt de woorden van een jongensboek, maar kan met groot raffinement achter deze eenvoud grote drama's laten gebeuren en diepe emoties verbergen. Hij werkt met het 'Paul de Leeuw-effect': noemt de schokkendste zaken en grootste drama's bij naam waardoor zij wrang lachwekkend worden. Het hondje speelt een belangrijke rol in het verhaal en wordt ontroerend en herkenbaar neergezet. Door de soberheid van het verhaal maakt het een diepe indruk en is het uitermate geschikt als discussieverhaal. Vanaf ca. 14 jaar.