Boek
Nederlands

Vogelmeisje

Gil Vander Heyden (auteur), Greet Bosschaert (illustrator)
+1
Vogelmeisje
×
Vogelmeisje Vogelmeisje
In de reeks:
Doelgroep:
Vanaf 9-11 jaar
Er groeien knobbeltjes op Eeltjes rug. Misschien worden het wel vleugels. Haar beste vriend Arne wil niets liever dan leren vliegen. Er ontstaat een bijzondere vriendschap tussen de twee. Vanaf ca. 10 jaar.
Titel
Vogelmeisje
Auteur
Gil Vander Heyden
Illustrator
Greet Bosschaert
Taal
Nederlands
Uitgever
Hasselt: Clavis, 2008
91 p. : ill.
ISBN
9789044809282

Beschikbaarheid in Vlaamse bibliotheken

Meer dan 100 keer in Vlaamse bibliotheken

Besprekingen

Ruim tien jaar geleden schreef Joke van Leeuwen het met een Zilveren Griffel bekroonde boek Iep! (Querido, 2004), over een vreemd wezen dat door een man wordt gevonden en meegenomen naar huis, en door zijn vrouw 'Viegeltje' wordt genoemd. Het meisje dat op een vogel lijkt, of de vogel die op een meisje lijkt, zegt alleen maar 'iep' en heeft een bijna voortdurende drang erop uit te vliegen, totdat ze aan het eind van het verhaal inderdaad sterk genoeg is om met andere vogels naar het zuiden te vertrekken. Van Leeuwen vertelde dit verhaal vanuit het perspectief van het echtpaar en vanuit hun verlangen naar een kind. In Vogelmeisje kiest Gil Van der Heyden voor het perspectief van een vogelmeisje, maar ze snijdt wel overeenkomstige thema's aan, zoals identiteit en de ouder-kindrelatie. Daarnaast speelt ook vriendschap met geestverwanten een belangrijke rol.
Als zesjarige beseft Eeltje dat ze anders is dan andere kinderen: ze heeft jeukende knobbeltjes onder haar schouder…Lees verder
Eeltje lijkt een doodnormaal meisje. Ze maakt zich een beetje zorgen, er groeien rare knobbeltjes op haar rug. Wat nou als ze vleugels krijgt? Ze praat er met niemand over, alleen met haar fanatasievriend Juki, en later met haar nieuwe buurjongen Arne. Het is zijn grootste wens om ooit te kunnen vliegen. Terwijl de knobbeltjes blijven groeien, bouwt Arne aan een vliegmachine en ontwikkelt zich een mooie vriendschap tussen de kinderen. Als Eeltjes moeder naar het ziekenhuis moet en tante Wies komt oppassen, moet Eeltje goed opletten dat haar geheim niet wordt ontdekt. In vijf hoofdstukken wordt dit letterlijk en figuurlijk ietwat zweverige verhaal verteld, waardoor dit boek eerder aandoet als een filosofisch sprookje dan als een fantasieboek voor kinderen. Toch leest het boek vlot door de vele dialogen en elegante schrijfstijl. De kunstzinnige, collageachtige zwart-witillustraties ogen niet erg aantrekkelijk voor kinderen. Vanaf ca. 10 jaar.

Suggesties