Boek
Nederlands
Andere formaten
Toegankelijke formaten:
Alder beschrijft in deze roman het leven van een aantal mannen en vrouwen in een niet bij name genoemde provinciestad van het keizerlijke Oostenrijk, en hoe ieder van hen probeert te ontsnappen aan zijn dagelijkse lot. Centraal staat de wording en verwording van Titus Quitek, would-be schilder maar nu tekenleraar. Zoals zovelen was ook hij naar de stad gekomen met de hoop dat dit een tussenstation
Titel
De kleine stad
Auteur
Hans Adler
Vertaler
Goverdien Hauth-Grubben
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Duits
Oorspr. titel
Das Städtchen
Uitgever
Amsterdam: Atlas, 2012
303 p.
ISBN
9789045019109 (hardback)

Andere formaten:

Toegankelijke formaten:

Andere talen:

Beschikbaarheid in Vlaamse bibliotheken

Meer dan 50 keer in Vlaamse bibliotheken

Besprekingen

Of er in het naargeestige provincienest waar hij zijn tijdelijke overplaatsing vanuit Wenen moet uitzitten, ook iets te beleven valt. Dat is zowat het eerste wat staatsambtenaar Seylatz wil weten van hoofdcommissaris Breitenfeld bij zijn aankomst in de kleine stad. Plechtstatig vertrouwt die hem toe dat ze geregeld samenkomen ‘bij enkele landheren, […] natuurlijk met de officieren, en bij gelegenheid ook met de burgemeester. Een rijke kerel, heeft nog in Engeland gewoond. Knappe dochter. … Er is een wijnlokaal waar vroeger door vrouwelijk personeel werd bediend, maar dat leidde tot onbehoorlijkheden en men heeft de waard dat louche gedoe verboden. De stadsschouwburg is betrekkelijk goed. De tweede soubrette schijnt … maar daarover weet ik eigenlijk niets concreets’.
Hiermee is de toon — satirisch, soms ietwat karikaturaal — gezet. Ook inhoudelijk geeft dit fragment al een aardige inkijk in het liederlijke bestaan van de gegoede kringen in dit stadje. Naast de schouwburg en het wi…Lees verder
De enige roman (uit 1926) van de Oostenrijkse jurist (1880-1957). In een stijl die het midden houdt tussen Joseph Roth en Robert Musil wordt hier een genadeloos beeld getekend van een kleine Oostenrijkse provinciestad rond 1900. Een Weense ambtenaar - voor wie het een tree in zijn carrièreladder is - ontmoet hier een oude studievriend. Deze was ooit een veelbelovend talent, maar suddert weg als tekenleraar. De ambtenaar vindt moeiteloos aansluiting bij de hogere kringen, corrupt en hypocriet als in de romans van Zola. De politici, de functionarissen bij de politie, de officieren, de fine fleur van het plaatselijk theater, de fabrieksmeisjes, alles gaat met elkaar naar bed of ontmoet elkaar in het bordeel, waarvoor een plaatselijke caféhouder het materiaal levert. Dat alles gebeurt binnen de ijzeren regels van wet en conventie, die poreus blijken voor wie de weg weet. De enige zuivere geest is de kunstenaar, die dan ook ellendig aan zijn end komt. Allerminst een 'vermakelijke' roman (f…Lees verder