Nooit denk ik aan niets
Details
Genre
Gedichten
Titel
Van mij en van jou / Hans & Monique Hagen ; met tek. van Jan Jutte
Auteur
Hans Hagen 1955-
Auteur
Monique Hagen 1956-
Illustrator
Jan Jutte
Taal
Nederlands
Uitgever
Amsterdam: Querido, 2007 (Andere uitgaven)
[52] p. : ill.
[52] p. : ill.
ISBN
9789045104195
Besprekingen
Leeswelp
Hans en Monique Hagen zijn met Van mij en van jou niet aan hun proefstuk toe. Het duo klimt wel…
Hans en Monique Hagen zijn met Van mij en van jou niet aan hun proefstuk toe. Het duo klimt wel vaker samen in de pen om poëzie op kindermaat te schrijven. In 2000 verscheen Jij bent de liefste (De Leeswelp 2006, p. 237), een boekje vol kleutergedichten met sfeervolle tekeningen van Marit Törnqvist, dat herdruk na herdruk beleefde. Of Van mij en van jou hetzelfde succes te wachten staat, is moeilijk te voorspellen, maar hoe dan ook is dit nieuwe poëzie- en prentenboek een waardige opvolger.
De gedichten van Hans en Monique Hagen zijn zeer eenvoudig. Het tweetal gaat aan de slag met alledaagse ? en dus voor kleuters toegankelijke ? woorden, maar creëert daarmee toch verrassende tekstjes. Met het gedicht 'Bloem' tonen ze op speelse wijze aan dat taal vol dubbelzinnigheden kan zitten: "iris, roosje en margriet/ madelief, jasmijn/ een bosje bloemen/ kan ook/ een bosje meisjes zijn".
De dichters spelen met klanken en maken overvloedig gebruik van (eind)rijm. Er zit een aangename, nergens drammerige kadans in de gedichten. Daardoor zijn ze prima om voor te lezen én om uit het hoofd te 'leren'. Het zijn geen teksten om stijfjes voorin de klas op te dreunen, maar wel om te pas en te onpas kleuteractiviteiten wat op te fleuren. Kleuters zullen de gedichten niet eens uit het hoofd hoeven te leren; ze zullen ze na een poosje automatisch kunnen opzeggen. Op die manier doen ze bv. denken aan het werk van Miep Diekmann, met een gedicht als 'Wiele wiele stap' (1977), dat destijds steevast gepaard ging met een stap op de roltrap: "een twee hop/ de roltrap op// allemaal benen/ allemaal tenen/ allemaal tassen// en nu op passen [sic]// een reus van een stap/ dág, roltrap!" Ook bij het wassen en het naar bed gaan, hoorde een gedicht. Hans en Monique Hagen zullen met hun kindergedichten allicht in de voetsporen van Miep Diekmann treden. Van mij en van jou bevat immers heel wat teksten die aansluiten bij de dingen waar kleine kinderen mee bezig zijn: gaan slapen, in bad gaan, een brief schrijven aan Sinterklaas... Herkenbaar is het gedicht over het krijgen van een broertje of zusje, dat eindigt met de woorden: "je woont bij ons/ je hoort er bij/ maar ik lijk niet op jou/ en jij lijkt niet op mij". Hans en Monique Hagen schreven ook een leuk aftelrijmpje dat verstoppertje spelen ongetwijfeld een stuk poëtischer maakt.
Ook al is Van mij en van jou in de eerste plaats een luchtige en vrolijke bundel, de schrijvers schuwen enige ernst niet. Zo dichten ze bv. over doodgaan, op een sobere manier die tot nadenken stemt: "als je dood bent/ ben je stil/ dan is er niks meer wat je wil/ dan kun je nooit meer wakker zijn/ je hoeft geen pleisters meer/ geen prikken en geen pillen/ nooit meer tranen/ nooit meer pijn/ je hoeft niks meer te willen/ misschien is dood wel fijn". De teksten van Hans en Monique Hagen zijn wel vaker filosofisch van toon, maar nooit te hoog gegrepen. De dichters lijken zich uitstekend in te leven in de denkwijze van kleuters en observeren de wereld op kinderlijke wijze: nieuwsgierig en vol verwondering. Dat resulteert in leuke vraaggedichten als 'Water': "komen/ alle druppels/ van de regen/ elkaar tegen/ als ze later/ samen water/ zijn in zee".
Net als bij Jij bent de liefste kozen Hans en Monique Hagen ervoor om bij Van mij en van jou samen te werken met een illustrator met een stevig palmares. Deze keer nam Jan Jutte de tekeningen voor zijn rekening. Jutte gebruikt vrolijke maar gedempte kleuren en creëert grappige figuurtjes. Zijn schilderijen roepen een wereld vol fantasie op. Zeer mooi is de illustratie bij het gedicht 'Hemel' over doodgaan; een jongen en een beer kijken samen naar de lucht, terwijl wat verderop een schaap zorgeloos in het gras ligt. De laatste illustratie, op de binnenflap van het boek, lijkt wel een knipoog naar Winnie De Pooh.
Van mij en van jou kan kleuters heel wat kijk- en poëzieplezier verschaffen. Het is een schattig boek, in de positiefste zin van het woord. [Reine De Pelseneer]
De gedichten van Hans en Monique Hagen zijn zeer eenvoudig. Het tweetal gaat aan de slag met alledaagse ? en dus voor kleuters toegankelijke ? woorden, maar creëert daarmee toch verrassende tekstjes. Met het gedicht 'Bloem' tonen ze op speelse wijze aan dat taal vol dubbelzinnigheden kan zitten: "iris, roosje en margriet/ madelief, jasmijn/ een bosje bloemen/ kan ook/ een bosje meisjes zijn".
De dichters spelen met klanken en maken overvloedig gebruik van (eind)rijm. Er zit een aangename, nergens drammerige kadans in de gedichten. Daardoor zijn ze prima om voor te lezen én om uit het hoofd te 'leren'. Het zijn geen teksten om stijfjes voorin de klas op te dreunen, maar wel om te pas en te onpas kleuteractiviteiten wat op te fleuren. Kleuters zullen de gedichten niet eens uit het hoofd hoeven te leren; ze zullen ze na een poosje automatisch kunnen opzeggen. Op die manier doen ze bv. denken aan het werk van Miep Diekmann, met een gedicht als 'Wiele wiele stap' (1977), dat destijds steevast gepaard ging met een stap op de roltrap: "een twee hop/ de roltrap op// allemaal benen/ allemaal tenen/ allemaal tassen// en nu op passen [sic]// een reus van een stap/ dág, roltrap!" Ook bij het wassen en het naar bed gaan, hoorde een gedicht. Hans en Monique Hagen zullen met hun kindergedichten allicht in de voetsporen van Miep Diekmann treden. Van mij en van jou bevat immers heel wat teksten die aansluiten bij de dingen waar kleine kinderen mee bezig zijn: gaan slapen, in bad gaan, een brief schrijven aan Sinterklaas... Herkenbaar is het gedicht over het krijgen van een broertje of zusje, dat eindigt met de woorden: "je woont bij ons/ je hoort er bij/ maar ik lijk niet op jou/ en jij lijkt niet op mij". Hans en Monique Hagen schreven ook een leuk aftelrijmpje dat verstoppertje spelen ongetwijfeld een stuk poëtischer maakt.
Ook al is Van mij en van jou in de eerste plaats een luchtige en vrolijke bundel, de schrijvers schuwen enige ernst niet. Zo dichten ze bv. over doodgaan, op een sobere manier die tot nadenken stemt: "als je dood bent/ ben je stil/ dan is er niks meer wat je wil/ dan kun je nooit meer wakker zijn/ je hoeft geen pleisters meer/ geen prikken en geen pillen/ nooit meer tranen/ nooit meer pijn/ je hoeft niks meer te willen/ misschien is dood wel fijn". De teksten van Hans en Monique Hagen zijn wel vaker filosofisch van toon, maar nooit te hoog gegrepen. De dichters lijken zich uitstekend in te leven in de denkwijze van kleuters en observeren de wereld op kinderlijke wijze: nieuwsgierig en vol verwondering. Dat resulteert in leuke vraaggedichten als 'Water': "komen/ alle druppels/ van de regen/ elkaar tegen/ als ze later/ samen water/ zijn in zee".
Net als bij Jij bent de liefste kozen Hans en Monique Hagen ervoor om bij Van mij en van jou samen te werken met een illustrator met een stevig palmares. Deze keer nam Jan Jutte de tekeningen voor zijn rekening. Jutte gebruikt vrolijke maar gedempte kleuren en creëert grappige figuurtjes. Zijn schilderijen roepen een wereld vol fantasie op. Zeer mooi is de illustratie bij het gedicht 'Hemel' over doodgaan; een jongen en een beer kijken samen naar de lucht, terwijl wat verderop een schaap zorgeloos in het gras ligt. De laatste illustratie, op de binnenflap van het boek, lijkt wel een knipoog naar Winnie De Pooh.
Van mij en van jou kan kleuters heel wat kijk- en poëzieplezier verschaffen. Het is een schattig boek, in de positiefste zin van het woord. [Reine De Pelseneer]
NBD Biblion
Redactie
Een bundel van het schrijversduo – zij is bekend van Klokhuis, hij van de serie over Jubelientje –…
Een bundel van het schrijversduo – zij is bekend van Klokhuis, hij van de serie over Jubelientje – met 27 gedichtjes voor kleuters. Eerder verschenen van hun hand ‘Ik zie lichtjes in je ogen’ en de bestseller ‘Jij bent de liefste’. De lezer vindt hier het eerste (titel)gedicht onverwacht op het schutblad voorzien van een illustratie in eveneens onverwacht zachte kleuren en met zachte lijnen. De getitelde gedichten variëren in lengte, rijmschema en toon; nergens staan hoofdletters of leestekens. De auteurs maken veelvuldig gebruik van woordgrapjes, sluiten met hun eenvoudige teksten aan op de belevingswereld van jonge kinderen en nodigen uit tot nadenken. Ze gaan in op luchtige onderwerpen als meisjesnamen, rovers en verstoppertje, maar ook op wat zwaardere onderwerpen als de dood, jagen en jaloezie. Overal spelen de illustraties een grote rol. Ze versterken de sfeer van de teksten (melancholisch in ‘Hemel’ en humoristisch in ‘Vis’), geven vaart of verstillen juist. De spread bij ‘Vuur’ en ‘IJs’ koppelt de twee gedichten en weet op een onopvallende manier tegelijkertijd de contrasten weer te geven. Fraaie en knappe dichtbundel, die leest als een prentenboek. Vanaf ca. 4 jaar.
Pluizer
Van mij en van jou
Lieve Raymaekers - 22 januari 2015
“... vroeger heel erg lang geleden was opa ook een kind ik weet niet of het waar is of dat hij het…
“... vroeger heel erg lang geleden was opa ook een kind ik weet niet of het waar is of dat hij het verzint” (p. 12) Bovenstaand voorbeeld is sprekend voor deze hele dichtbundel: een perfect ritme, een vloeiend, haast vanzelfsprekend rijm, een eenvoudige woordenschat zonder arm te zijn. Op een heel gebalde en toch zachte manier, met een groot gevoel voor humor, geeft het schrijverskoppel in elk gedicht een gevoel, een indruk, een droom, een vaststelling weer, telkens vanuit het standpunt van het kind zelf. En bovendien ook perfect begrijpbaar voor een jong kind. Het is heerlijk om even samen met je kind stil te staan en in te gaan op de uitnodiging tot nadenken die in elk gedichtje geboden wordt. Na 'Jij bent de liefste', een must voor elke kinderboekenkast, is dit een nieuw meesterwerkje van het schrijversduo Hagen. Die bovendien in Jan Jutte een perfecte partner hebben gevonden voor de illustraties. Elke illustratie sluit geweldig aan bij de sfeer van het gedicht, of die nu ingetogen, triest, dan wel heel vrolijk is. “... het onweer drijft voorbij twintig, tachtig, honderd een verre flits, ik hoor niks meer het is weer opgedonderd” (p. 43)