Met drie in de klas
×
Met drie in de klas Met drie in de klas
Nederlands
2020
Vanaf 6-8 jaar
Lan, Rik en Mo wonen bij elkaar in de buurt. Ze zitten ook in dezelfde klas. Verhalen van AVI-Start t/m AVI M5. Met weetjes, spelletjes, recepten en grappige kleurenillustraties. Zelf lezen vanaf ca. 6 jaar.
Onderwerp Schoolleven
Leesniveau AVI 1, AVI 2, AVI 3, AVI 4, AVI 5, AVI 6, AVI Start, AVI M3, AVI E3, AVI M4, AVI E4, AVI M5
Titel Met drie in de klas
Illustrator Julie van Hove
Taal Nederlands
Uitgever Antwerpen: Davidsfonds /Infodok, 2020
191 p. : ill.
ISBN 9789002272295

NBD Biblion

W.H.G. Lammers
Lan de rode pandabeer, Rik de haas en Mo de woestijnvos wonen bij elkaar in de buurt én zitten bij elkaar in de klas. Ze gaan samen naar school, voetballen samen, krijgen zwemles en beleven nog veel meer alledaagse avonturen. De verhalen over de drie vrienden zijn geïllustreerd met veel kleurentekeningen. Het boek is met 191 pagina’s behoorlijk dik, het is namelijk een 'groeiboek'. Het bevat verhalen in een oplopend leesniveau, van AVI-Start t/m AVI-M5. Voor elk leesniveau zijn er vier, en in een geval vijf verhalen. Voor veel kinderen is het fijn om telkens over dezelfde personages te lezen. Het boek bevat geen hoogdravende of ingewikkelde verhalen, maar juist kleine, alledaagse verhalen. De verhalen worden afgewisseld door spelletjes, raadsels, weetjes en recepten, een erg leuke toevoeging aan het boek. De illustraties zijn aansprekend en bevatten een fijne humor. In dezelfde opzet verschenen meerdere meegroeiboeken van verschillende auteurs, zoals 'Mijn eerste groeiboek: ik lees het zelf! : op stap met Snor'* (2017) van Mariette Vanhalewijn. Zelf lezen vanaf ca. 6 jaar.

Pluizer

Mijn eerste groeiboek: ik lees het zelf!
Hedwige Buys - 14 april 2021

Alweer een eerste groeiboek! Hoofdfiguren zijn Lan, Rik en Mo, drie dieren van dezelfde leeftijd. Ze wonen in elkaars buurt en zitten in dezelfde klas. Dit keer spelen de in moeilijkheidsgraad stijgende verhalen, van AVI-start naar AVI M5, zich af in de nabije schoolwereld van eerste lezers. De auteur deed erg haar best om daarbij aan te sluiten. De verhaaltjes die wat moeilijkheidsgraad betreft snel oplopen en vaak wel een hoge denkactiviteit van de lezer vragen, vulde ze aan met uitdagende woordspelletjes en weetjes.



Rik, het konijn woont al z’n hele leven in ons land. Lan, een meerkat heeft een Chinese achtergrond en het woestijnvosje Mo, Mosa in zijn eigen taal, blijkt een Iraakse vluchteling. Die interculturele achtergrond bood de auteur de mogelijkheid om de jonge lezers met diverse talen, tekens, recepten ... in aanraking te brengen. Dat maakt de bundel rijker en gevarieerd. De kleurrijke illustraties, waarin de dieren onschuldig en lief worden voorgesteld, brengen vooral in het begin ondersteuning. Naarmate de teksten langer worden, zijn ze eerder decoratief.



Dit elfde deel uit de reeks zal ten gevolge van de aantrekkelijke vormgeving tal van eerste lezers uitnodigen. Wie als volwassene meeleest en vertrouwd is met het schoolse leven, vindt er inspiratie om de taal van jonge kinderen te verrijken.