Het eiland onder de zee
Het eiland onder de zee
Details
Genre
Historische literatuur,
Romans
Onderwerp
Slavernij,
Haïti ; 18de eeuw,
New Orleans,
Liefde
Titel
Het eiland onder de zee
Auteur
Isabel Allende
Vertaler
Rikkie Degenaar
Taal
Nederlands, Spaans
Oorspr. taal
Spaans
Oorspr. titel
La isla bajo el mar
Uitgever
Amsterdam: Wereldbibliotheek, 2020 (Andere uitgaven)
447 p.
447 p.
ISBN
9789028424609
Besprekingen
Leeswolf
Isabel Allende is een productief schrijfster. In haar autobiografische roman De som der dagen (2008)…
Isabel Allende is een productief schrijfster. In haar autobiografische roman De som der dagen (2008) vertelt ze dat ze zich al 25 jaar lang op acht januari aan het schrijven van een nieuw boek zet. Ditmaal resulteerde deze discipline in Het eiland onder de zee, een historische roman over de zwarte slavin Zarité.
Al heel jong wordt Tété (Zarité) toegevoegd aan de huisslaven op de suikerrietplantage van de Fransman Toulouse Valmorain op Saint-Domingue, het tegenwoordige Haïti. Ze is aangekocht om als persoonlijke slavin van Valmorains Spaanse echtgenote te dienen. Wanneer deze Spaanse dame echter almaar verder van de werkelijkheid verwijderd raakt, eist ook Valmorain het meisje in zijn eenzame nachten op. Ze krijgt twee kinderen van hem; de oudste wordt haar afgenomen, maar het meisje Rosette mag ze houden. Zij groeit op als een soort zusje van Valmorains wettige zoon. Tété zelf ondergaat alles gedienstig en berustend. Ze heeft maar één droom: vrij zijn. Een droom die ze vele jaren later, na hun vlucht van Saint-Domingue, zal verwezenlijken in New Orleans.
De onderwerpskeuze biedt Allende volop de mogelijkheid de geliefde exotische elementen in te voegen. Voodoopraktijken, zwarte magie, mambo's, de legendarische slaaf Macandal: ze past ze op natuurlijke wijze in het verhaal in. De roerige tijden van de slavenopstanden, de politieke perikelen in Frankrijk (de roman speelt rond 1800) en de uiteindelijk veroverde onafhankelijkheid van Saint-Domingue vormen een prima achtergrond om Zarité's tragische levensverhaal te vertellen, waarbij personages van diverse pluimage de vertelling verlevendigen: cocottes, Afrikaanse krijgers en genezeressen, wrede opzichters en plantagebezitters, een goedhartige Spaanse playboy annex levensgenieter, rechtschapen militairen, verwende, ontaarde blanke dames, mulatten in allerlei schakeringen, een dokter met het hart op de goede plaats, een zeer ruimhartige priester... Voeg daar nog het Caribisch gebied (Saint-Domingue, Cuba) en de stad New Orleans aan toe, en je hebt voldoende ingrediënten voor een kleurrijke en sfeervolle roman.
In de door een alwetende verteller verhaalde geschiedenis krijgt Zarité een eigen stem. In korte hoofdstukken geeft ze haar eigen visie, een afwisseling die de roman ten goede komt. Een minpunt is dat sommige personages nogal zwart-wit worden neergezet. Zo bezitten de slechteriken blijkbaar geen enkele goede eigenschap en valt aan het hoofdpersonage Zarité werkelijk geen smetje te bespeuren, die ene keer dat ze gegrepen werd door de trommels en haar meesters zoontje Maurice uit het oog verloor niet meegerekend. Bij de kritische lezer wekt dit de nodige irritatie. Hoewel Allende schrijnende misstanden en ander onrecht beschrijft, wil deze roman ? allicht net door de eendimensionaliteit ? maar niet onder je huid gaan zitten. Maar de Allende-fan zal zeker genieten van deze vlot leesbare roman, die uitloopt op een typisch happy end. [Jacqueline Visscher]
Al heel jong wordt Tété (Zarité) toegevoegd aan de huisslaven op de suikerrietplantage van de Fransman Toulouse Valmorain op Saint-Domingue, het tegenwoordige Haïti. Ze is aangekocht om als persoonlijke slavin van Valmorains Spaanse echtgenote te dienen. Wanneer deze Spaanse dame echter almaar verder van de werkelijkheid verwijderd raakt, eist ook Valmorain het meisje in zijn eenzame nachten op. Ze krijgt twee kinderen van hem; de oudste wordt haar afgenomen, maar het meisje Rosette mag ze houden. Zij groeit op als een soort zusje van Valmorains wettige zoon. Tété zelf ondergaat alles gedienstig en berustend. Ze heeft maar één droom: vrij zijn. Een droom die ze vele jaren later, na hun vlucht van Saint-Domingue, zal verwezenlijken in New Orleans.
De onderwerpskeuze biedt Allende volop de mogelijkheid de geliefde exotische elementen in te voegen. Voodoopraktijken, zwarte magie, mambo's, de legendarische slaaf Macandal: ze past ze op natuurlijke wijze in het verhaal in. De roerige tijden van de slavenopstanden, de politieke perikelen in Frankrijk (de roman speelt rond 1800) en de uiteindelijk veroverde onafhankelijkheid van Saint-Domingue vormen een prima achtergrond om Zarité's tragische levensverhaal te vertellen, waarbij personages van diverse pluimage de vertelling verlevendigen: cocottes, Afrikaanse krijgers en genezeressen, wrede opzichters en plantagebezitters, een goedhartige Spaanse playboy annex levensgenieter, rechtschapen militairen, verwende, ontaarde blanke dames, mulatten in allerlei schakeringen, een dokter met het hart op de goede plaats, een zeer ruimhartige priester... Voeg daar nog het Caribisch gebied (Saint-Domingue, Cuba) en de stad New Orleans aan toe, en je hebt voldoende ingrediënten voor een kleurrijke en sfeervolle roman.
In de door een alwetende verteller verhaalde geschiedenis krijgt Zarité een eigen stem. In korte hoofdstukken geeft ze haar eigen visie, een afwisseling die de roman ten goede komt. Een minpunt is dat sommige personages nogal zwart-wit worden neergezet. Zo bezitten de slechteriken blijkbaar geen enkele goede eigenschap en valt aan het hoofdpersonage Zarité werkelijk geen smetje te bespeuren, die ene keer dat ze gegrepen werd door de trommels en haar meesters zoontje Maurice uit het oog verloor niet meegerekend. Bij de kritische lezer wekt dit de nodige irritatie. Hoewel Allende schrijnende misstanden en ander onrecht beschrijft, wil deze roman ? allicht net door de eendimensionaliteit ? maar niet onder je huid gaan zitten. Maar de Allende-fan zal zeker genieten van deze vlot leesbare roman, die uitloopt op een typisch happy end. [Jacqueline Visscher]
NBD Biblion
Drs. Elly Poppe-Stolk
De bekende Chileense schrijfster (1942) debuteerde tijdens haar ballingschap in Venezuela succesvol…
De bekende Chileense schrijfster (1942) debuteerde tijdens haar ballingschap in Venezuela succesvol met de roman ‘Het huis van de geesten’ (1982). Sinds 1988 woont ze in Californië. Vijftien jaar na ‘Fortuna’s dochter’ (1994) publiceerde zij opnieuw een historische roman. Ditmaal over de slavernij, met als - genuanceerd beschreven - achtergrond de Franse kolonie Saint-Domingue (nu Haïti), Cuba en Louisiana in de roerige periode 1780-1812. De knappe slavin Zarité (Tété) werd, voordat ze haar vrijheid had bevochten, door een Franse plantage-eigenaar uitgebuit, misbruikt en van een kind beroofd, maar vervulde niettemin toegewijd de moederrol voor diens wettige zoon en bood redding bij een slavenopstand en andere rampspoed. Naast deze verhaalstreng zijn vaardig vele dramatische, romantische en avontuurlijke nevenverwikkelingen ingepast. De summier getekende personages (met ondernemende vrouwen als Tété in de hoofdrol), de typische humor, de toefjes magie en ook die bizarre uitglijders ten koste van de geloofwaardigheid, ze horen bij Allende. Deze roman behoort beslist tot haar beste. Kleine druk.