Boek
Nederlands

Margareta van Oostenrijk : parel van Bourgondië 1480-1530

Johan De Cock (auteur)
+1
Margareta van Oostenrijk : parel van Bourgondië 1480-1530
×
Margareta van Oostenrijk : parel van Bourgondië 1480-1530 Margareta van Oostenrijk : parel van Bourgondië 1480-1530

Margareta van Oostenrijk : parel van Bourgondië 1480-1530

Biografie van Margaretha van Oostenrijk (landvoogdes van de Nederlanden ; 1480-1530).
Titel
Margareta van Oostenrijk : parel van Bourgondië 1480-1530
Auteur
Johan De Cock 1947-
Taal
Nederlands
Uitgever
Mechelen: Uitgeverij Elena, 2021
272 p., [32] p. platen
ISBN
9789463883764 (hardback)
Plaatsingssuggestie
936.1 (SISO) Middeleeuwen ; Nederlanden (ZIZO)

Beschikbaarheid in Vlaamse bibliotheken

Meer dan 100 keer in Vlaamse bibliotheken

Besprekingen

De dood van de laatste Bourgondische hertog Filips de Schone in 1506 veroorzaakte een woelige periode in de Nederlanden. Zijn dochter Maria trouwde met de Habsburger Maximilian en kon zo de Nederlanden behouden. Door een slimme huwelijkspolitiek kregen de Habsburgers zelfs half Europa in handen. Hun dochter Margaretha vormde één van de pionnen in dit spel. Haar huwelijken met de koningen van Frankrijk en Spanje mislukten door politieke intrige en zelfs een overlijden. Een derde huwelijk met de hertog van Savoye bracht geluk, maar eindigde met een tragisch jachtongeval. Intussen had Margaretha ook het bestuurlijke virus te pakken gekregen. In Savoye omringde zij zich met professionele ambtenaren, die haar ook ondersteunden bij haar volgende uitdaging als landvoogdes van de Nederlanden. Haar diplomatiek talent en netwerk vrijwaarden dit gebied van de grote Europese oorlogen. Naast bestuurlijke perikelen biedt dit boek ook inzicht in de persoonlijkheid van Margaretha, gebaseerd op haar u…Lees verder

Over Johan De Cock

Johan (Jo) De Cock (Sint-Niklaas, 1955) was een Belgisch topambtenaar.

Levensloop

De Cock studeerde van 1972 tot 1978 aan de Universitaire Instelling Antwerpen en de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is licentiaat in de rechten en criminologie.

In 1977 ging hij aan de slag als assistent op de Rechtsfaculteit-Instituut voor Sociaal recht van de Katholieke Universiteit Leuven. Vervolgens werd hij werkzaam als secretaris bij het CEPESS, de toenmalige gezamenlijke studiedienst van de CVP en de PSC. Van 1985 tot 1993 was hij werkzaam op achtereenvolgens de kabinetten van Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene.

Op 1 oktober 1993 werd hij aangesteld als adjunct-administrateur-generaal bij het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). Sinds 1 april 1995 is hij er administrateur-generaal. Dit mandaat werd verlengd in 2015 en 2020. In 2021 ging hij met pensioen.