Boek
Meertalig

De vorstelijke gedichten

Johan Van Cauwenberge (auteur), Bernard De Coen (vertaler)
Gedichten in het Nederlands en Frans over de monarchie in Belgie͏̈.
Titel
De vorstelijke gedichten
Andere titel
Les poèmes souverains
Auteur
Johan Van Cauwenberge
Vertaler
Bernard De Coen
Taal
Meertalig, Nederlands, Frans
Uitgever
Leuven: P, 2009
33, 33 p.
Aantekening
Gedichten in het Nederlands en het Frans Keerdruk
ISBN
9789079433308 (paperback)

Beschikbaarheid in Vlaamse bibliotheken

Meer dan 9 keer in Vlaamse bibliotheken

Besprekingen

Johan van Cauwenberghe houdt onmiskenbaar veel van theatraliteit. Ook in zijn vorige bundels speelde hij graag rollen, ging hij als dichter graag schuil achter de visuele voorstellingen van de kunstenaars die zijn werk meemaakten, of achter de legendarische dichter Dante. In De vorstelijke gedichten richt hij zich als onderdaan tot de koning. Uiteraard zijn toespelingen op de eigen situatie en het politieke en ideologische wespennest van België daarbij niet ver weg. Toch gaat het de dichter niet om anekdotische poëzie. In zijn reeks verzen hanteert hij veeleer de strategie van het groteske om een kritisch geluid te laten horen op het principe zelf van 'soevereiniteit', waarbij het gezag wordt uitgeoefend door een symbolische vorst. Die vorst staat boven en los van zijn volk, maar tegelijk is hij door en door een vertegenwoordiger daarvan (in die zin zijn de vele hilarische anekdotes over het Belgische koningshuis typisch genoeg). Van Cauwenberghe etaleert daartoe de paradoxen d…Lees verder
In 'De vorstelijke gedichten' richt de Vlaamse dichter Johan van Cauwenberghe zich als onderdaan tot de koning. Uiteraard zijn toespelingen op het politieke wespennest van België daarbij niet ver weg, maar toch gaat het de dichter niet om de anekdote. Via de strategie van het groteske lijkt hij nl. veeleer een kritisch geluid te willen laten horen op het principe van 'soevereiniteit', waarbij het gezag wordt uitgeoefend door een symbolische vorst. Die vorst staat boven zijn volk, maar is er tegelijk vertegenwoordiger van. Aan de hand van dergelijke paradoxen schetst de dichter een embleem, dat een kritische doorlichting geeft van de maatschappij en de mens. Tegelijk echter gaat de kritiek ook gepaard met een forse dosis (zelf)ironie; in feite is het dichterlijke ik niet superieur aan de vorst, maar belichamen beide protagonisten keerzijden van dezelfde universele spiegel. Die groteske kijk wordt ook gerealiseerd in de pompeuze vormgeving van dit boek, met een integrale Franse vertalin…Lees verder