Picasso troont Fernande mee naar zijn geboorteland Spanje. In een afgelegen dorp in Catalonië sjachert hij niet alleen met de lokale smokkelaars, maar doet hij vooral nieuwe inspiratie op. Picasso’s kunst bereikt een hoogtepunt. Hij maakt het ene meesterwerk na het andere. Tot ze in het holst van de nacht terugkeren naar Parijs, op de vlucht voor een zogenaamde tyfusepidemie. Terug in Frankrijk is
Titel
Matisse
Scenarist
Julie Birmant
Illustrator
Clément Oubrerie
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Frans
Oorspr. titel
Matisse
Editie
1
Uitgever
Antwerpen: Blloan, 2014
84 p. : ill.
ISBN
9789462101777 (hardback)

Andere talen:

Beschikbaarheid in Vlaamse bibliotheken

Meer dan 50 keer in Vlaamse bibliotheken

Besprekingen

Eigenlijk had deze reeks beter 'Fernande' kunnen heten. In de eerste drie albums is Fernande Olivier (1881-1966) immers de focus en muze van het verhaal, zoals ze dat ook was van Picasso. Olivier is bekend omdat ze de eerste van een lange reeks vrouwen was in het leven van de artiest, en wel tijdens een cruciale periode. Bovendien schreef ze later haar memoires neer over die tijd, en ongetwijfeld hebben Julie Birmant en Clement Oubrerie die goed gelezen voor ze aan dit indrukwekkende tijdsbeeld begonnen. In het eerste deel van de reeks ontvluchtte Fernande een ongelukkige jeugd, en daarna een al even dramatisch huwelijk, om uiteindelijk in Parijs terecht te komen, waar ze al snel het hoofd boven water houdt door modellenwerk. Haar leven loopt parallel aan dat van Picasso, tot ze elkaar ontmoeten via de dichter Max Jacob. Zijn naam geeft de titel aan die eerste strip, voor de tweede is dat die andere dichter, Apollinaire. Pas in dat album geeft de terughoudende Fernande zich echt helem…Lees verder
In een beeldverhaal wordt een deel van het leven van Pablo Picasso naverteld, vooral zijn artistieke strijd met Matisse, maar niet met hem alleen: veel bijfiguren zijn kunstenaars uit de eerste decennia van de twintigste eeuw. Hoe loffelijk ook de poging, het hervertellen van de biografie van Picasso wordt door de veelheid aan gebeurtenissen en details nergens echt meeslepend. De argeloze lezer krijgt behoefte aan verklarende noten of tenminste aanvullende informatie. Een niet in deze periode of kunst geïnteresseerde lezer zal al snel afhaken, ook wellicht door de naïeve tekenstijl, die een soort onschuld weerspiegelt, die niet in de gebeurtenissen terugkomt. Dit derde deel is het vervolg op het tweede, 'Apollinaire' (2013)*.