Papperdidas en het speelgoed van de Sint
Details
247 p. : ill.
Besprekingen
NBD Biblion
Pluizer (2)
In dit tweede dikke boek over Sinterklaas en het kleinste pietje Papperdidas kom je opnieuw meer te weten over het leven van de pieten en Sinterklaas. Het grote, lange verhaal is opgesplitst in korte behapbare hoofdstukken. Hierdoor leent het zich ideaal als boek om in de periode voor Sinterklaas elke avond een (paar) hoofdstukje(s) voor te lezen.
De mooie tekeningen van Seppe Van den Berghe – soms paginagroot en soms kleinere details – geven het boek nog meer leven. De harde kaft, linnen rug en bladwijzer vormen zo’n mooi geheel dat het zelfs wat weg heeft van het grote boek van Sinterklaas zelf.
De hoofdpersonages in het boek zijn Sinterklaas, Pedro (de oudste zwarte piet), Papperdidas (het jongste pietje), Basil (een speelgoedmaker) en Myra (een verwend prinsesje). Het verwende prinsesje heeft zoveel speelgoed maar is toch nooit tevreden. Alle Pieten gaan aan de slag en proberen het perfecte speelgoed te maken om Myra blij te maken. Verder ontdekt Papperdidas dat er ook nog kinderen zijn bij wie de Sint niet komt en de ring van Sinterklaas is zoek. Genoeg verhaallijnen om tijdens het lezen geboeid te blijven.
De Sinterklaasperiode ... voor heel veel kinderen en hun ouders de mooiste tijd van het jaar. Elke avond, gezellig knus bij elkaar een sinterklaasverhaaltje voorlezen hoort er zeker bij. Zo kan je aftellen naar 6 december. Kristien Dieltiens heeft dit hier goed aangepakt: een leuk verhaal met in de hoofdrollen Sinterklaas (natuurlijk), Petro (de oudste zwarte piet), Papperdidas (de jongste piet die de letter r niet kan uitspreken) en Myra (een prinses bij wie de Sint nog nooit langs was geweest).
Myra, die eigenlijk alles al heeft (noem haar gerust verwend), wil graag iets krijgen wat niemand heeft. De zwarte pieten worden uitgedaagd om een leuk stuk speelgoed te ontwerpen. Tussendoor moet er ook nog gezocht worden naar de ring van de Sint en zelfs naar de kleine prinses.
De verschillende verhaallijnen zorgen ervoor dat het boek best wel dik geworden is. Het bestaat uit 53 hoofdstukken. Stel dat je elke dag één hoofdstukje voorleest, dan betekent dat wel dat je al begin oktober moet starten ... en dan zou het wachten wel eens heel lang kunnen duren. Er wordt heel veel beschreven en er worden veel bijvoeglijke naamwoorden gebruikt. Dat maakt het geheel soms wat langdradig. De stijl is eeder klassiek te noemen. Een meer gebalde en directe manier van schrijven had een verhaal van minder hoofdstukken opgeleverd en was de leesbaarheid ten goede gekomen. Bij elk hoofdstuk hoort een duidelijke, bijpassende paginagrote illustratie en de tekst wordt ook verlucht met kleinere tekeningen. Sinterklaasliedjes en gedichtjes vullen het geheel aan. Ze zijn cursief in het groen of het rood gedrukt.
Een stevig boek met een harde kaft en netjes afgewerkt met een linnen rug en een bladwijzerlintje: met een beetje fantasie doet het wat denken aan het grote boek van Sinterklaas himself.