E-boek

Klokgelui : roman

Klokgelui : roman
×
Klokgelui : roman
E-boek

Klokgelui : roman

Nederlands
2023
Volwassenen
Een vriendengroep komt jaarlijks bijeen op een zomers terras. Het zijn bonte, drukke, door elkaar lopende gesprekken die daar gevoerd worden. Wat vooral bijblijft is de terloopse vermelding van een ouder burenkoppel dat je alleen van ziens kent. Binnenshuis blijkt zich bij die twee een drama af te spelen. Hun namen kunnen mij niet schelen, dacht ik altijd. En moeite om ze nader te leren kennen had…

Een vriendengroep komt jaarlijks bijeen op een zomers terras. Het zijn bonte, drukke, door elkaar lopende gesprekken die daar gevoerd worden. Wat vooral bijblijft is de terloopse vermelding van een ouder burenkoppel dat je alleen van ziens kent. Binnenshuis blijkt zich bij die twee een drama af te spelen. Hun namen kunnen mij niet schelen, dacht ik altijd. En moeite om ze nader te leren kennen had ik dan ook nooit gedaan. Maar nu geneerde ik me daar toch voor.

Klokgelui is een roman waarin een toneelgordijn van gepraat wordt opengetrokken om het verborgen drama van een vereenzaamd koppel te tonen en geloofwaardig te maken. Met een feilloos observatievermogen tekent Leo Pleysier in dit boek zijn nieuwe miniatuur uit. Via ijzersterke dialogen toont hij een gemeenschap die elkaar scherp in het oog houdt, elkaar de maat neemt en waarin het een grootse zonde is niet te weten wie je buren zijn.

Genre Romans
Titel Klokgelui : roman
Auteur Leo Pleysier
Taal Nederlands
Uitgever Amsterdam: De Bezige Bij, 2023
1 digitaal bestand (128 p.)
ISBN 9789403129754

De Morgen

Recensie -Een nieuwe symfonie van luistervink Leo Pleysier
Dirk Leyman - 07 oktober 2023

'Dat er mensen zijn die altijd alles wat ge hun vertelt op zichzelf betrekken en die meteen hun eigen verhaal daaraan vastknopen, zegt Leen Marissen. En luister jij dan nog naar wat ze te zeggen hebben? zegt Jan Simons.'

Het is een nerveus geknetter van stemmen waaraan Leo Pleysier ons in Klokgelui in eerste instantie overlevert. We horen de gemeenplaatsen in het rond fluiten, alsof iedereen maar wat debiteert en de kunst van het naast elkaar praten bedrijft. Alsof men niet echt luistert en maar wat mompelt in de ijlte. Of elkaar met geruchten bevoorraadt. 'Overal en meer dan ooit draait de meningenindustrie op volle toeren, zegt Liesbeth Jorissen.'

We zitten midden in de heen en weer kaatsende gesprekken van een ruime vriendengroep wandelaars, die jaarlijks bijeenkomt op een zomers terras, ergens in de Kempen, ver van het stadsgewoel. Maar bijna terloops laat Pleysier de toon wijzigen en komt een ouder vereenzaamd burenkoppel ter sprake: Jef, de ooit zo hypergeorganiseerde hulpmagazijnier én Germaine, werkzaam als inpakster in een Turnhoutse sigarenfabriek tot de fabriek bruusk dichtging. Wat speelt er zich af in hun woning?

Het is buurvrouw, weduwe Ludwina Pans, die als boodschapper fungeert en te weten komt dat Germaines dementie hand over hand toeneemt en het leven achter de rolluiken vergruizelt. 'Hun namen kunnen mij niet schelen, dacht ik altijd. En moeite om ze nader te leren kennen had ik dan ook nooit gedaan. Maar nu geneerde ik me daar toch voor.' Uiteraard wint de nieuwsgierigheid het van de schaamte bij Ludwina.

Klokgelui is als het ware vintage Pleysier. Tegen wil en dank sleurt hij je mee in het gefezel van Ludwina en de wanhoop van Jef, die zijn buurvrouw van alles toevertrouwt over het wegglijden van Germaine. Jef weet niet meer wat hij met zijn echtgenote moet aanvangen. In de tragikomische taferelen die hij oproept, nemen de verbijstering en ontreddering toe, maar er zit ook een stuk ontkenning in.

Auditief

Pleysier doet waar hij goed in is: uit een snoer van stemmen en gefluister een kleine gemeenschap laten oprijzen, die vooral toekijkt (of ongezond curieus is). De roman wordt mee gestructureerd door het gebeier van kerkklokken, en ook door de vraag wie er gestorven is als je ze op een bepaalde manier hoort luiden: is het een man of is het een vrouw? (De drie hoofdstuktitels dragen de woorden Bim / Bam / Bim.)

Voormalig Staatsprijswinnaar Pleysier schrijft auditief, als een luistervink van frasen en zinnen, gebabbel en woordgeruis, een klankentapper. Hij weet er telkens iets bijzonders uit te distilleren. Tegenover de wat brave grabbelton van herinneringen uit zijn vorige, Heel de tijd (2018) is dit een roman die beklijft en beklemt. Hij past naadloos in een oeuvre vol kleine symfonieën van kakelende karakters, zoals in zijn bekroonde klassieker Wit is altijd schoon (1989) al het geval was.