Ik haat politiek
×
Ik haat politiek Ik haat politiek
Nederlands
2010
Vanaf 9-11 jaar
Na de dood van haar bij de politiek betrokken vader haat Camilla (12, ik-figuur) politiek. Haar houding verandert na de ontmoeting met Aristoteles, een zwerver die haar de principes van de politiek en democratie uitlegt. Vanaf ca. 12 jaar.
Onderwerp Dood, Identiteit
Titel Ik haat politiek
Vertaler Peter Jansen
Taal Nederlands, Italiaans
Oorspr. taal Italiaans
Oorspr. titel Camilla che odiava la politica
Editie 1
Uitgever Nijmegen: Tutti, 2010
207 p.
ISBN 9789490139087

NBD Biblion

K. Ghonem-Woets
De 12-jarige Camilla (ik-figuur) vertelt over haar leven in een klein Italiaans dorp. Haar vader was ooit burgemeester, raakte betrokken bij frauduleuze praktijken en pleegde zelfmoord. Camilla, haar moeder en haar broertje worden hierop aangekeken. Ze laat echter niet over zich heen lopen, zeker niet na haar ontmoeting met de zwerver Aristoteles. Hij brengt haar de principes van de politiek bij: luisteren, meedoen en dienen. Camilla stelt samen met Aristoteles het politieke misbruik in haar dorp aan de kaak. Gevoelig verteld verhaal dat meer lagen bevat: het is een verhaal over de verwerking door een jong meisje van de dood van haar vader en een morele roman over democratie en naastenliefde. De moraal ligt er af en toe wel erg dik bovenop, overigens zonder dat Camilla een heilige wordt. Wat goed is, is dat de lezer meteen te zien krijgt wat morele principes in de praktijk betekenen. De journalist en schrijver schreef jeugdboeken over actuele onderwerpen als de strijd tegen de maffia en de oorlog in Afghanistan. Origineel verhaal over grote onderwerpen dat klein wordt verteld vanuit het perspectief van de jonge hoofdpersoon. Vanaf ca. 12 jaar.

Pluizer

Ik haat politiek
Annie Beullens - 22 januari 2015
Camilla is twaalf en woont in een klein stadje in Noord-Italië. Zij vertelt waarom ze politiek haat. Om te beginnen stelt ze haar familie voor. Over haar vader Roby spreekt ze in de verleden tijd, over mama in de tegenwoordige. Ze laat de lezer niet lang in twijfel want ook al op de eerste bladzijde zegt ze: Papa is overleden toen ik zes was. Mijn leven is in tweeën gespleten als een appel. De eerste helft smaakte zoet en sappig, de andere helft smaakt bitter, met wurmpjes. Mama was een bekende tv-journaliste. Zes jaar geleden gaf ze haar job op en nu werkt ze aan de kassa van de supermarkt. Papa was een bekwame ingenieur bruggenbouw. Hij bouwde niet alleen bruggen over ravijnen en rivieren maar ook tussen mensen. Want papa was onder invloed van zijn professor en leermeester in de politiek gestapt en burgemeester van het stadje geworden. Hij zorgde voor sociale huisvesting en zette een degelijk milieubeleid op poten. Toen woonde Camilla met haar ouders in een grote villa. Papa stierf toen broertje Kiko nog een baby was. Hij werd beschuldigd van geldverduistering en stierf in de gevangenis. Toen verhuisden ze naar een flatje in de sociale woonblokken. Veel mensen lieten hen toen vallen. Omwille van de roddel gaf mama haar job als journaliste op. Mama en Camilla zijn ervan overtuigd dat papa onschuldig was. Zijn mentor, de minister, verdween zes jaar geleden spoorloos. Mama weigert alle hulp van buitenaf, ook van haar vader, een rijke snoepjesfabrikant. De nieuwe burgemeester is het tegengestelde van Camilla's vader. Camilla heeft heel wat te verduren van het zoontje van de burgemeester maar ze staat haar mannetje. Ze speelt niet voor niets rugby.
Sinds enige tijd loopt er in het stadje een zwerver rond met gevulde plastic zakken en enkele honden en katten. Hij laat zich Aristoteles noemen en zit dikwijls te schrijven in het bushokje. Camilla praat vaak met Aristoteles. Hij geeft haar tips om op een democratische manier beslissingen te nemen in de klas, bijvoorbeeld over de klasschikking. Als Camilla hem triomfantelijk komt vertellen dat zij gewonnen heeft bij de stemming zegt Aristoteles: Jij wordt nog eens een belangrijke politica. Dan roept Camilla: Ik haat politiek! ... het haalt mensen bij je weg ... De politiek heeft mijn papa vermoord! (p. 54).
Nu gaat het verhaal naar de kern. Aristoles geeft Camilla een inleiding in de politiek in drie lessen en stilaan krijgt Camilla inzicht in wat er met papa gebeurd is. De professor-minister hield zich met duistere zaakjes bezig en liet papa smeergeld transporteren zonder dat hij wist wat de inhoud van de koffertjes was. Want papa was loyaal tegenover zijn mentor. Camilla heeft al een tijdje het gevoel dat de ogen van Aristoteles haar bekend voorkomen. Na de lessen in de politiek wordt ook stilaan duidelijk wat Aristotels in de zakken onder de schelpen vervoert. Alles wordt uitgeklaard als één iemand de moed heeft om eindelijk te spreken. Een echt happy end kan het niet meer worden want papa komt nooit meer terug, maar Camilla en haar mama kunnen toch weer naar de toekomst kijken.
De lessen in de politiek (hoofdstukken 7, 9 en 12) zijn interessant om met jongeren over te praten. De lessen vertrekken telkens van een woord. Eerste woord: het anagram van politiek is 'Ik let op'; het tweede woord 'polis' betekent stad, een gemeenschap waarin iedereen inspraak heeft; het derde woord: ministrum = dienaar; een goed politicus dient, bedient zich niet.
Is dit een triest boek? Soms wel, maar er zit ook veel humor in. Het is in bevattelijke taal geschreven ook al is het onderwerp zwaar. Heel af en toe is het verhaal voorspelbaar en aan het eind iets te veel geïdealiseerd. Maar het blijft een sterk verhaal. Een jonge eigenzinnige uitgeverij om in de gaten te houden!