Patrick Conrad : leven, liefdes en werken van een Pink Poet : biografie
Patrick Conrad : leven, liefdes en werken van een Pink Poet : biografie
Filmregisseur Robbe de Hert zei ooit tegen Patrick Conrad: "Schat, awen beste film is oewaige leve." Dat klopt: het levensverhaal van dichter, tekenaar, filmmaker, schilder en misdaadauteur Conrad is een rollercoaster. Het speelt zich af in Antwerpen, Porto Alegre (Brazilië) en de Franse Provence. Hij was vier keer gehuwd en had talrijke minnaressen, waaronder Charlotte Rampling.
Dit boek schetst via zijn verhaal een beeld van de Vlaamse artistieke scene tussen 1960 en 1990, vooral die rond de privéclub VECU, met onder meer Hugues C. Pernath, Paul Snoek en Hugo Claus, en de Pink Poets, het illustere dandyeske genootschap, waarvan Conrad de oprichter was.
MinderDetails
605 p. : ill.
Schrijvers (ZIZO)
Besprekingen
De Standaard
Dichter, beeldende kunstenaar, filmregisseur, man van twaalf ambachten en dertien ongelukken, rokkenjager, man van vier echtgenotes en veel meer exen, geldverkwister, mythomaan, wereldreiziger, liefhebber van lekker eten en dure auto's, geleefd als god in Frankrijk, berooid gestrand in Brazilië: Patrick Conrad.
Waarschijnlijk is Conrad vandaag vooral bekend als thrillerschrijver, maar hij is ook auteur van een vuistdik poëtisch oeuvre en met Mascara (1987) draaide hij de eerste Vlaamse film over genderfluïditeit. De geschiedenis gaat hij evenwel in als een van de oprichters van het illustere dandygenootschap de Pink Poets. Rond die Antwerpse herenclub uit de jaren 70, een soort literaire loge, heerst heel wat geheimzinnigheid. Ik had gehoopt de wilde verhalen die erover de ronde doen bevestigd of doorprikt te zien in de biografie van Conrad: Leven, liefdes en werken van een Pink Poet .
We lezen wel over de met alcohol overgoten etentjes, de tentoonstellingen en optredens, de onderlinge ruzies. Maar niets over de rituelen, de seksuele en andere uitspattingen. Waarom precies noemden deze dichters zichzelf 'roze'? Toch niet alleen omdat de stichters het idee kregen bij het lepelen van een aardbeienijsje?
Fabulator
Het is een representatief voorbeeld voor dit boek, dat niet zo diep graaft. Het begint nog sterk als biograaf Manu van der Aa de mythe van Conrads adellijke afkomst ontkracht. Ook zijn brokkenparcours in de liefde komt aan bod, net als zijn eeuwige geldgebrek, maar zonder veel (smakelijke) details. We zien het tripeltalent Conrad vooral hard werken en krijgen van elk boek en elke expositie een samenvatting van de kritische ontvangst. Het maakt van deze levensbeschrijving eerder een kunstenaarsportret dan een biografie.
In zijn dankwoord schrijft Van der Aa: “Voor het eerst in mijn carrière als biograaf kan ik ook de protagonist bedanken, Patrick Conrad, voor de vele hartelijke en waardevolle gesprekken en de toegang tot zijn persoonlijke archief.” Een nog levend onderwerp staat garant voor info uit de eerste hand, en het boek is dankzij de toegang tot Conrads privéarchief ruimhartig geïllustreerd met uniek fotomateriaal.
Maar Van der Aa steunt soms wel erg sterk op Conrads ongepubliceerde memoires, die hij overneemt zonder wederhoor of kritische kanttekeningen. Hij gelooft vaak zomaar zijn onderwerp, wat bij een notoir fabulator gevaarlijk is. Cruciale figuren als sommige exen, de kinderen of actrice Charlotte Rampling, die in Mascara de hoofdrol speelde en nadien een crush op Conrad gehad zou hebben, worden niet gesproken. Ze komen enkel aan het woord op basis van documenten uit het archief en Conrads herinneringen - de vraag is in hoeverre die zijn geretoucheerd.
Voor een man over wie filmregisseur Robbe de Hert gezegd heeft dat hij een leven als een filmscenario geleefd heeft, bevat deze levensbeschrijving weinig smeuïge verhalen. Ja, het is een geaccidenteerd leven met veel verhuizingen en verschillende liefdes, maar dit boek leest als een verslag van een werkzaam leven, eerder dan als de schelmenroman die het beloofde te zijn.