Boek

Ondergedoken als Anne Frank : verhalen van Joodse kinderen in de Tweede Wereldoorlog

Ondergedoken als Anne Frank : verhalen van Joodse kinderen in de Tweede Wereldoorlog
×
Ondergedoken als Anne Frank : verhalen van Joodse kinderen in de Tweede Wereldoorlog Ondergedoken als Anne Frank : verhalen van Joodse kinderen in de Tweede Wereldoorlog
Boek

Ondergedoken als Anne Frank : verhalen van Joodse kinderen in de Tweede Wereldoorlog

Nederlands
2011
Vanaf 9-11 jaar
Dit boek vertelt het verhaal van veertien jonge kinderen die WOII overleefden doordat ze konden onderduiken bij gastgezinnen.
Titel Ondergedoken als Anne Frank : verhalen van Joodse kinderen in de Tweede Wereldoorlog
Auteur Marcel Prins
Taal Nederlands
Editie 1
Uitgever Amsterdam: Querido, 2011 (Andere uitgaven)
208 p. : ill.
ISBN 9789045111964
Plaatsingssuggestie Nederland 945.3 (SISO)
Wereldoorlogen (ZIZO)

Leeswelp

In Van Dale staat bij het lemma ‘onderduiken’: ‘zich schuilhouden om zekere maatregelen te ontgaan, tijdelijk uit het openbare leven verdwijnen (met name tijdens de Tweede Wereldoorlog).’ Die ‘zekere maatregelen’ waarop de definitie doelt, zijn in dit boek de verordeningen die de Duitse bezetter uitvaardigde ten aanzien van het Joodse deel van de Nederlandse bevolking. Konden in het begin van de Tweede Wereldoorlog die maatregelen nog gezien worden als vervelende, maar niet levensbedreigende pesterijen, in 1942 namen ze rigoureuze vormen aan en hadden ze tot doel de Joden uit te roeien. Dat gebeurde volgens een zorgvuldig voorbereid en met onmenselijke precisie uitgevoerd plan. Voor de Joodse Nederlanders waren er maar weinig mogelijkheden om aan de deportatie te ontkomen, onderduiken was er een van. Voor de meeste Joden was er geen plek waar ze in betrekkelijke veiligheid het einde van de oorlog konden afwachten en van degenen die wel zo’n plek vonden, zijn er velen door onvoorzichtigheid of door verraad alsnog in een kamp terechtgekomen. Er zijn er echter ook die, dankzij de hulp die ze kregen bij het onderduiken, de oorlog hebben overleefd. In dit boek zijn veertien verhalen bijeengebracht van jonge kinderen — de jongste was vierenhalf — die de kans kregen onder te duiken. Het zijn de herinneringen van mannen en vrouwen van boven de zeventig aan een periode waarop ze niet waren voorbereid. Welk kind verwacht dat het van de ene dag op de andere uit zijn vertrouwde omgeving moet vertrekken om bij wildvreemde mensen terecht te komen? Voor kinderen die uit een gezin kwamen waar de Joodse leefregels stipt werden nageleefd, was die overgang extra groot. Zowel voor de kinderen als voor de gastgezinnen moet het vaak een cultuurschok hebben opgeleverd. Onderduiken betekende ook het verlies van de eigen identiteit: zo vertelt Jack Eljon dat hij zich voortaan Henkie Mulder moest noemen en dat hij niemand zijn echte naam mocht vertellen, wat na de bevrijding nog problemen opleverde. Enkele kinderen hadden het geluk dat ze samen met hun ouder of met een broertje of zusje onderdoken, maar meestal was het een eenzaam avontuur. Hoewel, het kan ook gebeuren dat je terechtkwam bij een gastgezin dat al enkele onderduikers herbergt. ‘Op een gegeven moment leefden we dag en nacht met veertien man op twintig vierkante meter’, herinnert Benjamin Kosses zich. Zolang er geen gevaar dreigde, was het onderduikadres een vaste, veilige plek, maar zodra de situatie door wat voor oorzaak ook te riskant werd, moest er een nieuw adres gezocht worden. Kwam je in een landelijke omgeving terecht en werd er gezegd dat je een stadskind was dat moest aansterken of van wie de ouders bij een bombardement waren omgekomen, dan kon er soms nog van een ‘normaal’ kinderleven sprake zijn. Maar meestal betekende onderduiken binnenzitten en waren er voorzieningen getroffen waar de onderduiker zich kon verbergen als de Duitsers een huiszoeking hielden. Dat kon een dubbel beschot op de zolder zijn, een vluchtluik onder het tapijt in de huiskamer, een grote kast met dubbele bodem of achterwand, een kruipruimte onder het huis en, in geval van uiterste nood, een vuilnisemmer, zoals Jaap Sitters meemaakte: ‘Ik liet me er vliegensvlug inzakken met het deksel op mijn kop […] Iemand stortte een lading schillen en ander vuil op mijn hoofd’. Je kon niet genoeg op je hoede zijn en het was puur geluk als mensen in de omgeving wel iets vermoedden, maar erover zwegen. Een bibliothecaresse vertelde dat ze wel dacht dat er bij een familie onderduikers zaten want: ‘Jullie vroegen ineens om heel andere boeken’, en in een ander geval waarschuwde een buurvrouw naar aanleiding van de was die buiten te drogen hing: ‘Wat daar allemaal hangt is niet alleen van jullie […] die was moet je weghalen want wat ik zie, zien anderen ook’.
Toen eindelijk de bevrijding kwam, was alle leed nog niet geleden. Ouders en kinderen moesten weer herenigd worden en soms leverde dat navrante situaties op, zeker bij de jongste kinderen voor wie hun eigen moeder een vreemde was geworden en die terugverlangden naar hun onderduikmoeder. Voor sommigen brak een periode van angstig wachten aan, zou het familielid dat wél opgepakt was nog terugkomen uit het concentratiekamp? Donald de Mavras verwoordt het als volgt: ‘Op één neef en één nicht na bleek onze hele familie te zijn vermoord. Er begon een huilbui van jaren. Eigenlijk levenslang. De oorlog is pas over bij mijn laatste snik.’
Veertien verhalen, veertien werkelijkheden; soms lijken ze op elkaar, soms verschillen ze hemelsbreed. We kunnen niet anders dan respect hebben voor de veertien getuigen die het opbrachten de pijnlijke herinneringen aan hun jeugd op te halen en door te geven. Toch zou het boek aan betekenis gewonnen hebben als er ook — eventueel in een paar redactionele artikelen — aandacht was besteed aan de mensen die het onderduiken mogelijk maakten en hun leven voortdurend in de waagschaal stelden: de (verzets)mensen die de kinderen naar hun onderduikadres brachten en de gastgezinnen. Of op z’n minst een verwijzing naar relevante literatuur. Ida Vos, zelf ooit ondergedoken, schreef het volgende gedicht:
 
Stil
 
wees stil
want niemand
mag je horen
 
wees stil
ondergedoken kind
 
je naam je huis
heb je verloren
 
zorg dat men niet
je lichaam vindt [Herman Kakebeeke]

NBD Biblion

B. Handgraaf
Veertien joodse onderduikers vertellen hoe zij als kind tijdens de Tweede Wereldoorlog hun huis moesten verlaten om niet weggevoerd te worden naar een concentratiekamp. Sommige onderduikers waren nog erg klein en begrepen niet waarom hun ouders naar een ander adres gingen dan zij. Anderen kwamen op vreselijke plekken terecht waar ze mishandeld werden. Gelukkig zijn er ook verhalen waar op onderduikadressen vriendschappen voor het leven ontstonden. In dit boek treffen we persoonlijke verhalen aan, op eenvoudige wijze verteld. Moeilijke woorden worden toegelicht. Ook is er een bijbehorende website, waarop de verhalen te horen zijn. Jammer genoeg staan daar alleen animaties op. Het was nog interessanter geweest als er filmpjes uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog getoond zouden worden. Of dat met opzet niet gedaan is, is onduidelijk. In ieder geval brengen deze verhalen de oorlog zeer dichtbij voor kinderen van nu. Het boek is daarom prima te gebruiken op de basisschool. Vanaf ca. 10 jaar.

Pluizer

Ondergedoken als Anne Frank
Gonda Lesaffer - 22 januari 2015

Veertien verhalen in de ik-persoon van Joodse mensen uit Nederland die tijdens de Tweede Wereldoorlog moesten onderduiken. Het zijn erg verschillende verhalen over zeven jongens en zeven meisjes, die de oorlog hebben overleefd. Sommigen waren erg jong toen de oorlog uitbrak, anderen waren bijna volwassen. In Amsterdam werden de opgepakte Joden bijeengedreven in de Hollandsche Schouwburg. Via Westerbork belandden ze dan in een Duits of Pools concentratiekamp. Soms viel het gezin uiteen en kwamen de kinderen op een ander onderduikadres terecht dan hun ouders. Ze moesten dikwijls verhuizen, één iemand zelfs 42 maal. Dit zijn veertien hartverscheurende verhalen van nog levende Joden, die als kind vervreemd raakten van hun ouders. Na de oorlog was het nog tien keer erger, getuigde iemand. Vaak konden ze niet meer terug naar hun huis, dat intussen door vreemden was ingenomen. Veel familieleden keerden niet meer terug uit het concentratiekamp. De ouders waren erg getraumatiseerd, zaten vast in hun verdriet en hadden het moeilijk om hun kinderen met de nodige warmte te omringen. Bij elk verhaal hoort een foto en een kaartje. In de kantlijn staan tekeningetjes die horen bij de website www.ondergedokenalsannefrank.nl. Veel termen worden onderaan de tekst uitgelegd, bijvoorbeeld NSB, razzia, Sperre.