Details
223 p.
Besprekingen
Leeswelp
Al in de eerste zinnen zet ze de lezer zelf aan het werk. Hij wordt uitgedaagd op zoek te gaan naar de identiteit van Pell Ridley, naar de reden van haar vlucht en het verband met de trouw. Met weinig woorden en een minimum aan literaire trucjes brengt Meg Rosoff de lezer in een zintuiglijk scherp getekende wereld van zo'n anderhalve eeuw geleden. De lezer ruikt met haar de stank van het bloed van de naast de weg geslachte paarden, hij ziet de uitgehongerde en bange gezichten van de kinderen in het armenhuis, hij voelt met Pell de ijzige kou in de bouwvallige stal die haar tot woning dient. Wie wil weten hoe het er op het Engelse, en mutatis mutandis ook op het Vlaamse, platteland toeging in de 19e eeuw, moet dit boek lezen. Romantische leugens over de goede oude tijd hebben in dit boek geen plaats, waarmee de schrijfster meteen aanknoopt bij auteurs als Charles Dickens en bij de realistische en naturalistische Europese literaire stromingen.
Hedendaags is de schrijfster dan weer door het doordachte en uitgebalanceerde gebruik van de wisselende optiek en de flashbacks. De lezer stapt in medias res in Pells verhaal binnen: hij verneemt pas later mondjesmaat waarom ze wegloopt, hoe het er in het gezin met een vaak afwezige en dronken vader, een uitgeputte en afgesloofde moeder en een heel nest hongerige kinderen toeging, hoe het jonge stiefbroertje Bean daar terechtgekomen is... De vermoedens en verwachtingen die door dat uitstel van informatie bij de lezer rijzen, intrigeren hem niet alleen, maar ze zetten hem ook aan tot snel verder lezen. Door het wisselende vertelstandpunt, meestal vanuit Pell, maar ook vanuit Bean of de zigeunermoeder, de Hondenman en soms ook vanuit de verteller, krijgt de lezer een gediversifieerd en accuraat beeld van wat er allemaal met en om Pell en de anderen gebeurde.
De schrijfster slaagt erin de lezer bijna lijfelijk aanwezig te laten zijn in het gezin waarin Pell opgroeit. Met een uitgebluste en om haar dode zoons treurende moeder, met zusjes die "niet half zoveel waard zijn als jongens" en die aan het werk moesten zo gauw ze konden lopen, en met een waardeloze vader-predikant wiens passie voor God en een flauw sprankje charme alleen maar dienden om een rampzalige innerlijke zwakte te verhullen. Die aanschouwelijkheid geldt voor het hele verhaal. Toch overweegt de intrige met de oplossing van een boel onzekerheden van Pell over haar familie en haar verdwenen broertje, maar ook over haarzelf, over haar kijk op het leven, haar toekomst, haar dromen, haar vlucht naar het geluk... Daarnaast is dit ook een boek over dieren, vooral over Pells intieme band met paarden en honden. De lezer ontmoet in dit boek paarden in allerlei omstandigheden: dravend door de heuvels, werkend op het veld, stervend langs de weg, opgekalefaterd te koop gesteld op de veemarkt ... Op Pells eenzame zoektocht door de bossen en velden is de hond Roek haar onafscheidelijke gezel.
De Nederlandse vertaling door Jenny de Jonge maakt Pells queeste naar haar broertje, haar paard en enig geluk in de liefde zeer aanschouwelijk. [Herman De Graef]
NBD Biblion
Pluizer
Op de ochtend dat ze zou trouwen kroop Pell Ridley in het donker haar bed uit, kuste haar zusters vaarwel, haalde Jack uit de wind en de regen op de hei en vertelde hem dat ze weggingen. Zo begint dit boek veelbelovend. Pell heeft genoeg gezien hoe haar moeder seks- en kinderslaaf was en ze wil zichzelf behoeden voor eenzelfde droevig bestaan. Haar vader is een predikant, een tiran, een dronkaard en een rokkenjager. Naast de negen kinderen bij zijn vrouw heeft hij her en der bastaards rondlopen. Eén ervan, Bean, brengt hij op een dag als boreling mee naar huis, als tiende kind. Bean is stom. Ze wonen in een gehucht, Nomansland, in de omgeving van Salisbury. Hun woning is amper meer dan een hut. Pell heeft echter bij de familie van haar aanstaande bruidegom geleerd met paarden om te gaan. Ze begrijpt als geen ander de psyche van een paard. Ze was van plan om alleen te vertrekken, maar Bean komt achter haar aan. Ze neemt hem mee. Op de paardenmarkt van Salisbury hoopt ze werk te vinden. Ze weet zich te doen opmerken als paardenexpert omdat ze feilloos een goed van een waardeloos paard kan onderscheiden. Toch wordt ze slachtoffer van een oplichter, die er met haar paard, haar geld en Bean vandoor gaat. De oplichter was vergezeld van een 'Hondenman'. Het grootste deel van het verhaal gaat over Pells zoektocht naar Bean en naar haar paard Jack. Ze reist een tijd samen met Esther, een zigeunervrouw. Je voelt al snel dat Esther iets met Bean te maken heeft. Pell vindt geen werk en ze heeft ook geen enkel spoor van Bean. Omdat ze niet onaantrekkelijk is, heeft ze regelmatig af te rekenen met seksuele agressie. Zo komt ze zwaar gehavend op een avond in een uithoek van een bos bij de Hondenman terecht. Hij is een stroper die haar in het schuurtje duldt maar niets van haar verlangt of met haar te maken wil hebben. Alleen als ze zware koorts krijgt, neemt hij haar in zijn huisje op. Pell ervaart voor het eerst wat onvoorwaardelijke geborgenheid betekent en gaat zich aan de Hondenman hechten. Dan komt de ontknoping waarbij - een beetje veel - toevalligheden een rol spelen. Het verhaal speelt zich vermoedelijk af in de 17e of 18e eeuw. Het is een verhaal over vrijheids- en emancipatiedrang maar het leest niet vlot, de taal is stroef. Ik vraag me af of het aan de vertaling ligt. Enkele voorbeelden: een zaak traineren (p. 173); Maar ze kon ondanks dat ze moe was de slaap niet vatten (p. 47): Loon wordt gebeurd (p. 121); ze bleef achteraf in een donkere hoek staan (p. 104). Er zijn ook sterke momenten in het boek en de thema's vrijheidsdrang en emancipatie zijn zeker interessant. Toch voldoet het boek niet aan de verwachtingen of aan wat de voor- en achterflap beloven.