Als we zingen : roman
Als we zingen : roman
Details
196 p.
Besprekingen
De Standaard
De dertienjarige Agnes groeit op met haar ouders en tweelingbroer Kasper ergens in de Noorse natuur in de jaren 70. De dood van een pasgeboren baby doet de relaties in het gezin verkillen. Terwijl de ouders met hun frustratie geen blijf weten en Kasper in sneltempo volwassen wordt, observeert Agnes vol verwondering de buitenwereld en zichzelf. Steeds eenzamer keert ze in haar gedachten terug naar het gestorven kind dat ze nauwelijks heeft gekend: “Maar jouw naam is er nog, verstopt tussen de andere gedachten, hij is net als jijzelf een lied geworden.”
Als we zingen is een boek dat het vooral van introspectie en het onuitgesprokene moet hebben. Veel plot is er niet. Zelfs wanneer het gezin pleegkind Bastian in huis haalt, vult dat het gemis van de baby niet op. In korte hoofdstukken geeft Agnes impressionistische indrukken van haar gevoelswereld, en van de experimenten met haar lichaam, met taal en van de reacties van haar omgeving.
Dat onderzoek naar het onuitgesprokene zat ook al in Dagen in de geschiedenis van stilte . In 2012 won Lindstrøm met die roman de Literatuurprijs van de Noorse Raad. Uit het juryrapport: “In zachtaardig, nauwkeurig en doordacht proza vertelt Lindstrøm hoe een dramatisch verleden langzaam doorbreekt in het leven en bewustzijn van een oudere vrouw.”
Met Agnes doorgrondt ze deze keer het bewustzijn van een jonge vrouw, maar verder is ook dit proza over de doorwerking van een drama.
Wat er echt toe doet
Dialogen worden zonder leestekens losjes in beschrijvingen verwerkt, hoofdzinnen zijn vaak enkel gescheiden door komma's. “Mama kijkt uit het raam, ik kan niet goed horen wat ze zegt, maar ik denk dat ze zegt je mag blij zijn met Kasper, je hebt een tweede exemplaar van jezelf waardoor je nooit alleen hoeft te zijn.” Agnes en haar omgeving zitten gevangen in een taal waarin ze nooit weten te zeggen wat er écht toe doet.
In plaats daarvan uiten de personages dan maar hun frustraties op een andere manier. Er zit heel wat dierenleed in dit boek, partnergeweld, handtastelijkheid, een vleugje incest. Met die elementen behoort Als we zingen tot de trend van recente bildungsromans vol literair leed. Ook in Noorwegen werd de vergelijking met Lucas Rijnevelds De avond is ongemak gemaakt. Lindstrøms boek is geen slap afkooksel, daarvoor is haar stijl te beheerst en te trefzeker.
Tegelijk maakt ze veelvuldig gebruik van vergelijkende beeldspraak, stilaan zowat de stijlfiguur bij uitstek van dit genre. Zo drukt Agnes zich uit in zinnen als “Bastian is als de laatste pannenkoek die altijd klein en raar uitvalt” of “We zijn als kersen voor mama, of als de kookworstjes die twee aan twee aan elkaar hangen.”
Waardering voor dit boek hangt dan ook sterk af van de manier waarop je naar die bredere tendensen kijkt. In deze krant werd Rijnevelds De avond is ongemak recent verkozen tot het op drie na beste Nederlandstalige boek van de eeuw. Wie niet genoeg kan krijgen van Rijnevelds proza zal allicht ook onder de indruk zijn van Lindstrøms nieuwste.
Leg een zin als “Misschien verlies ik je weer, word je losgeschud, zoals wanneer we in de herfst aan de appelboom schudden om alle badmintonshuttles die tijdens de zomer zijn verdwenen naar beneden te halen” naast “In verlies vinden we onszelf en zijn we wie we zijn: kwetsbare wezens als uitgeklede spreeuwenjongen, die zo nu en dan naakt uit hun nest vallen en hopen dat ze weer opgepikt worden” en het onderscheid tussen de twee auteurs vervaagt. Beide zinnen zullen allicht nog op menig schrijfkamp worden bestudeerd en geïmiteerd.