Jammer de jammer
×
Jammer de jammer Jammer de jammer
Nederlands
2007
Vanaf 3-5 jaar
Hondje Rambamboelie moet altijd maar blaffen omdat de mensen vinden dat hij dat zo bijzonder doet. Op een dag heeft hij er genoeg van en gaat uitzoeken of andere dieren dat nou ook hebben. Prentenboek met grote tekeningen in pastelkleuren. Vanaf ca. 3 jaar.
Onderwerp Dierengeluiden, Honden
Titel Jammer de jammer
Auteur Mies Bouwman 1929-2018
Illustrator Philip Hopman
Taal Nederlands
Parallelle titel Jammerdejammer
Uitgever Amsterdam: Ploegsma, 2007
[36] p. : ill.
ISBN 9789021665047
Plaatsingssuggestie Dieren (ZIZO)

Leeswelp

Het hondje Rambamboelie is het zat dat de mensen hem steeds weer vragen te blaffen. Hij wil wel eens weten of de andere dieren dat ook hebben. Hij vraagt het aan een muis, maar die vindt het net jammerdejammer dat hij niet gevraagd wordt te piepen, want "muizen pieperdepiepen zo cool". Ook de kat, het geitje, het vogeltje en de andere dieren vinden van zichzelf dat ze heel mooie geluiden maken en betreuren het dat de mensen dat niet beseffen. Allemaal geven ze een demonstratie. Het keerpunt komt als Rambamboelie zijn vraag stelt aan een slak, die geen geluid maakt. De kleine hond beseft hoe erg het is als alle mensen langs je heen lopen en niet van je houden. Terug thuis krijgt Rambamboelie een hoop vragen te verwerken, maar hij weet nu dat de mensen om hem geven. Aan het eind lezen we: "En Rambamboelie keek gelukkig naar al zijn vrienden, deed z'n mondje open en blafte mooier dan ooit."

Door de klanknabootsingen is het verhaal prettig om voor te lezen, maar verder heeft het weinig om het lijf en wordt de les wel erg duidelijk uiteengezet. De taal is helder maar weinig creatief, een indruk die weerspiegeld wordt in de prenten, die keurig de taferelen uitbeelden en weinig toevoegen. [Jan Van Coillie]

NBD Biblion

Drs. A.W.M. Duijx
Rambamboelie, die bekend staat om zijn grappige manier van blaffen, vindt het hondenleven niet meer zo leuk, want overal waar hij met het mevrouwtje komt wordt hij gevraagd te blaffen. Hij gaat op onderzoek uit of andere dieren dat ook hebben. Muis, kat, een geitje, een vogeltje vinden het helemaal geen probleem om hun specifieke geluid te produceren. Papegaai praat hem alleen maar na, zoals een papegaai normaal is te doen. En de slak maakt helemaal geen geluid en dan komt het hondje tot de conclusie dat blaffen ook wel erg mooi is. Groot formaat prentenboek dat het vooral van de mooie illustraties bij het verder nogal magere verhaaltje moet hebben (eerder verscheen van deze vroegere televisiepersoonlijkheid 'Rambamboelie'*). In het stapelverhaal gebeurt eigenlijk amper iets en het taalgebruik is wel erg eenvoudig en soms zelfs gewoon flauw; het slot kan niet opzienbarend genoemd worden. Gelukkig geven de steeds twee pagina’s grote, gekleurde illustraties erg veel details, waardoor kinderen het verhaal zelf kunnen uitbreiden. Een prentenboek met tekst in een schreefloze letter op beige papier, dat vooral veel kijkplezier zal geven. Vanaf ca. 3 jaar.

Pluizer

Jammer de jammer
Claudine Vandendriessche - 22 januari 2015
Rambamboelie, het hondje dat zo grappig kan blaffen, kennen we al uit een vorig prentenboek. Nu is hij het beu dat zijn mevrouwtje hem om de haverklap vraagt zijn blafje te laten horen. Hij gaat ervandoor en vraagt aan allerlei dieren die hij in het dorp tegenkomt of ze ook zo vaak hun kunstje moeten doen. Dat is niet het geval - jammerdejammer - en ze zijn blij dat ze nu wel een keer hun geluid mogen laten horen. Tot het hondje de slak tegenkomt. Die slaagt er niet in om ook maar het kleinste geluidje te maken. Dan beseft Rambamboelie dat hij eigenlijk toch gelukkig is dat hij zo mooi kan blaffen. Zeer mooi en eenvoudig kleuterboek. Het is een vrij simpel verhaal dat toch een beetje poëzie in zich heeft. De taal is duidelijk en direct, aangepast aan de taal van de doelgroep. De ontmoetingen van Rambamboelie met de andere dieren verlopen steeds volgens hetzelfde stramien. De dieren zijn erg met zichzelf ingenomen: het geluid dat ze maken vinden ze zelf te gek, gaaf of vet. De zacht ingekleurde tekeningen van Philip Hopman zijn bijna schilderijtjes. Zij ondersteunen het verhaal ook zeer goed. Er is zoveel op te zien - de straten vol winkels en mensen - dat de kleuters er zelf een heleboel verhalen kunnen bij verzinnen.