Daisy
Nederlands

Als werden wij ergens ontboden : gedichten

Miriam Van hee (auteur), Carine Francken (verteller)
+1
Als werden wij ergens ontboden : gedichten
×
Als werden wij ergens ontboden : gedichten Als werden wij ergens ontboden : gedichten

Als werden wij ergens ontboden : gedichten

In deze bundel zijn de verzen haast als de Russische treinen die de auteur beschrijft, wiegend tussen verlangen en heimwee. Daartussenin: onmacht. Van hee houdt het spanningsveld tegen het licht tussen het zoeken, het reizen, de afweging om eropuit te gaan en om thuis te blijven. Onder de oppervlakte sluimert er steeds een existentiële dreiging, een angst, een troost van de natuur en wordt geborge
Titel
Als werden wij ergens ontboden : gedichten
Auteur
Miriam Van hee
Verteller
Carine Francken  (inlezer)
Taal
Nederlands
Distributeur
Brussel: Luisterpunt, 2017
1 cd
Speelduur
0:36
Oorspr. uitgever
De Bezige Bij
Aantekening
Vlaamse stem Stem: Vrouw

Andere formaten:

Beschikbaarheid in Vlaamse bibliotheken

Besprekingen

Verrassingen in het vertrouwde

Poëzie. Alles is voortdurend in verandering. Miriam Van hee toont er zich gefascineerd door in haar nieuwe bundel als werden wij ergens ontboden. De dichter is 65 geworden, maar ze blijft zich verwonderen.

De zintuigen van de dichter worden gescherpt door de nieuwe indrukken op de plaatsen waar ze komt. Maar ze houdt net zo van vertrouwde plekken en landschappen. Want ook die kunnen vragen oproepen en je alles opnieuw doen overdenken. Want, zoals ze schrijft in 'reis en bestemming': 'het is waar,/ in andere steden doen wij meer moeite, kijken/ naar peuken en stof op de weg'.

Van hee koos niet toevallig een motto van de bijzondere Oostenrijkse schrijver Robert Walser, voor wie het wandelen zo belangrijk was: 'Je hoeft niet veel bijzonders te zien. Je ziet al zo veel.' Dat sluit ook aan bij de manier waarop ze schrijft. Alles in haar poëzie lijkt op het eerste gezicht vredig en vertrouwd. Het rustige ritme van haar gedichten, de herkenbare situaties en de heldere zegging dragen daartoe bij.

Maar altijd weer worden we als lezer op het verkeerde been gezet. Door Van hee's poëzie zoeken we het verrassende in het vertrouwde op, he…Lees verder

Stillevens in beweging

Als werden wij ergens ontboden is misschien wel de beste bundel van Miriam Van hee tot nog toe. Kijken is het bindmiddel van de gedichten.

Miriam Van hee (65) heeft veel talent voor eenzaamheid. Die inspireert haar en doet haar scherper kijken, niet afgeleid door een medemens. Niet dat zij niet begaafd in samenzijn is. Samen wandelen, bijvoorbeeld, wijn drinken, deelnemen aan een vertaalworkshop, reizen en nog zoveel meer: daar wordt net zo goed groot enthousiasme voor opgebracht. In Als werden wij ergens ontboden, haar nieuwste, staan dan ook zowel gedichten die vanuit isolement zijn geschreven, als andere die de weerslag van een grote verbondenheid zijn. Samenkomst en afscheid zijn in gelijke mate aanwezig. Wat die eerste categorie betreft, is de slotcyclus, 'Lente in Käsmu', een van de hoogtepunten. In Käsmu in Estland verbleef ze in een schrijversresidentie. Alleen. Meer van haar gedichten zijn in zo'n residentie ontstaan. Ook op de eilanden Comacina en Texel. Altijd tovert Van hee daarin erg filmische beelden op het netvlies van de lezer. Zij ontpopt zich als een bi…Lees verder

Gedichten waarmee je kunt thuiskomen

Het idee van thuiskomen heb ik op zoveel plekken gehad dat ik het niet meer serieus zou moeten nemen. En toch: een raam, een schip, een glimp van de zee kan genoeg zijn om te weten: hier hoor ik thuis. Totdat het volgende raam zich voordoet.

Miriam Van hee (1952) beschrijft het schemergebied tussen zoeken naar een plek die geborgenheid geeft en weten dat deze plek niet bestaat - of altijd blijft verschuiven:

je hecht je vlug aan buitenlanden, een/ tafel is genoeg of een raam waardoor/ je naar de zee kunt kijken, er ligt iets/ in de verte, een eiland of een schip, je// doet je ogen dicht en het is al naar de/ raamlijst toegeschoven achter amberbier/ en kaarslicht, een stad die onverstoorbaar/ vordert in de list, je loopt het strand op// als heb je vleugels, maar de feiten passen/ zich niet aan, er liggen stroken schelpen/ die je stuk trapt en bevroren zeesterren,/ hele families die het niet hebben gehaald.

De zeesterren hebben geen thuis maar de dood gevonden. Bovendien wordt de gedachte opgeroepen aan vluchtelingen die de oversteek naar Europa probeerden te maken, vergeefs.

Met kalme observaties neemt Van hee de lezer mee langs havens, stranden, een berg…Lees verder

Montere melancholie, zo is de poëzie van Van Hee (‘Ook daar valt het licht’*, 2013) eens omschreven. Die weemoed wekt de dichter op door in beweging te komen. Het openingsgedicht ‘haven’ biedt al uitzicht op wat haar innerlijke reizen teweegbrengen: een kind maakt zich los van een ouder. Het reizen is een leeftocht, de dichter een soms angstige zwerfkei aan een meer, op een bergtop, op een eiland. Ze komt daar per fiets, boot, trein, auto en via haar verbeelding: het uitzicht stond niets in de weg. Van haven naar haven, maar veilig is het niet echt. De actualiteit breekt af en toe ongenadig in, of een donkere herinnering. De dieren in de gedichten horen bij de natuur, de mens niet echt. ‘Dit is geen tijd voor de gebiedende wijs’, dicht ze. Toch dreigt er gevaar: door de dennen duiken de kampen opeens op, of een kleine dode vluchteling op de rand van zee en strand. Subtiele gedichten tussen wal en schip. Dichten betekent op doorreis zijn op zoek naar een helder uitzicht. Poëzie voor zo…Lees verder

'Rijmen die werken als wijn'

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw.

Twee jaar geleden was hij wereldnieuws, de Syrische Aylan Kurdi. Drie jaar was hij pas toen zijn lichaampje aanspoelde op de Turkse kust. Hij was met zijn ouders op zoek geweest naar een leven zonder oorlog en nu lag hij daar, in een rood T-shirtje met zijn gezichtje in het zand. En toch, hoe verpletterend en hartverscheurend de foto van het levenloze jongetje ook was, langzaam verdween Aylan naar de achtergrond, om plaats te maken voor ander nieuws.

Maar zeer recent was hij er weer even, in een gedicht van Miriam Van hee. Zijn naam werd niet genoemd, maar hij was het onmiskenbaar, de jongen met het rode shirt: "hij droomde, maar / hij ging dood, hij werd voorzichtig opgetild, / een vergeefse opdracht, een lichtgewicht, // terwijl hij reisvaardig was, zijn veters had hij // zelf geknoopt."

In bescheiden woorden werd een dekentje om de jongen gelegd.

Het gedicht staat in Van hee's nieuwe bundel, 'als werden wij ergens…Lees verder

Over Miriam Van hee

Miriam Van hee (Gent, 16 augustus 1952) is een Vlaamse dichteres en slaviste.

Miriam Van hee groeide op in Oostakker en Gent, waar ze slavistiek studeerde aan de Rijksuniversiteit Gent. Ze vertaalde poëzie van onder meer Anna Achmatova, Osip Mandelstam en Joseph Brodsky en doceert momenteel slavistiek aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen. In 1978 debuteerde ze met haar bundel Het karige maal, waarmee ze de Oost-Vlaamse prijs voor Letterkunde won. Haar poëzie is vertaald in tien talen en ze is lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Haar tiende bundel werd in 2017 bekroond met de Ultima voor Letteren.

Lees verder op Wikipedia