Graafdier
×
Graafdier Graafdier
Nederlands
2024
Volwassenen
Reis door de tijd aan de hand van de Nederlandse geschiedenis die verborgen ligt in de bodem van De Groote Peel, waarbij de auteur het landschap verbindt aan persoonlijke verhalen en levensvragen.
Genre Romans
Titel Graafdier
Auteur Nikki Dekker 1989-
Taal Nederlands
Uitgever Amsterdam: De Bezige Bij, 2024
213 p.
ISBN 9789403131429

De Standaard

De Grote Waarom-vraag
Lodewijk Verduin - 23 november 2024

Opeens was het op. Na een intensieve periode als freelanceschrijver merkte Nikki Dekker dat haar lichaam en geest stokten. Het leidde tot een crisismoment, maar op het juiste moment diende zich een ontsnappingskans aan: Dekker werd gevraagd voor een tweeweekse schrijversresidentie in het Nederlandse natuurgebied De Groote Peel, op de grens tussen Limburg en Noord-Brabant. Daar probeerde ze greep te krijgen op haar klachten, die afwisselend werden toegeschreven aan burn-out en long covid, en boog ze zich over de 'Grote Waarom-vraag': waarom bestaan we, en wat is de zin van het leven?

Met Diepdiepblauw (2022) schreef Dekker een essayistische roman waarin ze biseksualiteit en het gedrag van zeedieren onderzocht. Graafdier is het product van grofweg hetzelfde procedé: ditmaal worden existentiële vraagstukken gekoppeld aan geologie en bodembewoners zoals de veenmol.

Net als landdieren zoekt deze rusteloze schrijver naar een vaste grond voor haar bestaan. Daartoe graaft Dekker zich tijdens haar residentie figuurlijk in: ze zeult rond met atlassen, bladert in boeken van Paul Verhaeghe, Annie Dillard en Jenny Odell, gaat op expeditie met plaatselijke gidsen. Het opdoen van kennis wordt consequent beschreven met termen als delven en opdiepen; haar drang om de wereld te doorgronden heeft van de schrijver een graafdier gemaakt.

De eclectische werkwijze levert een wisselvallig boek op. De tekst bevat rake observaties, maar net als in Dekkers debuut worden wezenlijke inzichten omringd door Wikipedia-achtige feitjes. Die ga je op den duur scannen, veeleer dan lezen. Zelfbewust merkt ze op: “Ik probeer houvast te krijgen door al deze waarnemingen te benoemen, het juiste woord op de juiste plek te zetten, en zo de wereld eer te bewijzen. Maar ik kan het allemaal nog zo secuur beschrijven, het blijft maar een opsomming, een ordening in symbolen die niks te maken hebben met de dag.” Als de schrijver al geen samenhang ontwaart, wat moet de lezer er dan mee?

Dat geldt ook voor de 'oefeningen' tussen de hoofdstukken. Die zijn soms aanmatigend (“Van nu af aan ga je voelen, horen, ruiken en proeven”), af en toe afgezaagd (“Ga zitten in het zand en buig voorover, uit eerbied voor de grond”) en hebben een onduidelijke functie. Het belevend 'ik' van Dekker drijft dit boek voort - zij is degene die het contact met de natuur verloren is - waardoor de uitstapjes af-leiden en als opvulling aandoen, terwijl Dekker geen trucs nodig heeft. Haar gedachtegang is boeiend en aangrijpend genoeg. Zo ook de opmerkelijke conclusie waar zij op uitkomt, een creatieve denkkronkel die Dekker toestaat om te midden van zorgwekkende berichten op een wrang-hoopgevende noot te eindigen: “Het leven vindt een weg.”

De Bezige Bij, 216 blz., € 18,99 (e-boek € 11,99).

De Volkskrant

Recensie Graafdier -Graven is tijdreizen
Jarl Van Der Ploeg - 26 oktober 2024

Het is een groot onrecht dat we bij het kijken naar de natuur nooit veel verder komen dan de oppervlakte, want juist daaronder 'bevindt zich een gebied van bijna buitenaardse wezens als mijnspinnen, regenwormen, lederboktorren, gevlekte akkerslakken, pissebedden, miljoenpoten, meikevers en glanzende houtmieren'. Sterker nog: 'Als ze gemakkelijker te zien waren, zouden we net zo gefascineerd zijn door bodemdieren als door dinosaurussen.'

Hoog tijd dus, zo dacht Nikki Dekker, om te gaan graven. Daarom vertrekt ze voor twee weken naar De Groote Peel, het nationaal park tussen Brabant en Limburg, om in dat voormalig hoogveengebied stap voor stap af te dalen in de geschiedenis van onze bodem, van 2024 naar 1300, naar 25 duizend jaar geleden, naar uiteindelijk 300 miljoen jaar geleden. Graven is immers tijdreizen. Met het verstrijken van de tijd komt er boven op de ene aardlaag namelijk steeds weer een nieuwe laag te liggen van zand, afzetsel en dode planten en dieren. Hoe dieper Dekker graaft, hoe meer ze over de bodem te weten komt, net als over de geschiedenis van het land op die bodem en, gek genoeg, over zichzelf.

Nikki Dekker (1989) heeft al lang een voorliefde voor de natuur. Dat weten we uit haar essayistische debuutroman diepdiepblauw, waarin ze het leven van een in de jaren negentig opgroeiende vrouw spiegelt aan dat van de vele wezens onder water. Dat spiegelen deed ze met zoveel verve, en gebruikmakend van zoveel wonderlijke weetjes over het diepzeeleven (wist u bijvoorbeeld dat de anemoonvis van geslacht kan veranderen? En dat de eerste vis die de zee verliet de tiktaalik heette?) dat de Volkskrant haar prompt uitriep tot literair talent van het jaar 2023.

Een van de gevolgen van die uitverkiezing: een uitnodiging van het Van Abbemuseum in Eindhoven om naar aanleiding van hun tentoonstelling Soils een essay te schrijven over de relatie tussen mens en bodem, niet toevallig ook het thema van diezelfde tentoonstelling. Dekker begon te googelen, stuitte vrij rap op het bestaan van de veenmol, een vreemdsoortig ondergrondse krekel die haar subiet fascineerde, en dacht: het komt wel goed met dat essay.

En het kwam ook goed want Graafdier groeide uit tot een heus boek. Het gaat over een vrouw die twee weken in De Groote Peel verblijft en daar gaat graven, en is het best te omschrijven als ecoliteratuur; een relatief nieuwe stroming waarin ecologisch bewuste schrijvers niet zozeer de mens centraal stellen, maar vooral de bedreigde natuur een stem willen geven.

Het enige probleem van die kwalificatie is alleen dat je Dekker zelf er waarschijnlijk geen plezier mee doet. Halverwege Graafdier houdt ze namelijk een vurig betoog over hoe alle woorden met 'eco' of 'bio' erin bij haar alleen nog associaties opwekken met dieet, activistisch, gezeik over milieunormen en mensen die denken dat ze beter zijn dan anderen. Zelf heeft ze het daarom liever over 'een instinctief weten dat we deel zijn van onze omgeving, dat we geen gif willen inademen, opeten of uitwasemen'.

Dat instinctieve weten volgend, stuit Dekker in De Groote Peel op diertjes en stenen die ze niet kent en die daarom vragen bij haar oproepen, met als gevolg dat Graafdier, net als haar debuutroman, vol staat met betoverende feitjes over bacteriën, zich voortplantende eendagsvliegen, aangevuld met hersenspinsels over vliegenmeppers, het voortschrijden van de tijd, natuurherstel en wat de moderne mens eigenlijk kan leren van de inheemse bevolking van Australië.

Heus niet al die feitjes zijn even relevant voor het verhaal (en bovendien volgen ze elkaar in zo'n hoog tempo op dat het soms voelt alsof je door een scheurkalender van Quest bladert). Toch blijkt het erg aangenaam om samen door een natuurgebied te lopen met iemand die zo'n associatief brein weet te combineren met zo'n scherpe blik en vooral: zo'n leergierigheid.

'Zodra twee verschillende voorwerpen tegen elkaar aan botsen', schrijft ze zelf over de drang om continu bij te leren, 'begint er iets te vonken, ontstaan er vuur en licht. Het heeft iets magisch. Wanneer je leert, vlamt eenzelfde vuur op in je brein; er schiet een chemische stof door je neuronen, je hersenen leggen nieuwe paden aan tussen plekken die voorheen gescheiden waren'.

Omdat Dekker een autodidact is, blijft haar boek over het Nederlandse bodemleven voor de kenners ironisch gezien behoorlijk oppervlakkig. Waar ze echter wel in uitblinkt, is het delen van precies die verwondering. De nieuwsgierige blik waarmee ze naar de natuur kijkt - een blik die aanzet tot lezen, googelen, opnieuw kijken en nog meer lezen - is namelijk zo aanstekelijk, dat je na het lezen van Graafdier maar een behoefte hebt: je jas aan en de natuur in.

De voorliefde van Nikki Dekker voor de natuur bleek ook al uit haar debuut.

De Bezige Bij; 216 pagina's; €22,99.

NBD Biblion

Bookarang (AI samenvatting)
Literaire non-fictie over de vraag waarom we bestaan, aan de hand van de Nederlandse (cultuur)geschiedenis die verborgen ligt in de bodem van De Groote Peel. Nikki Dekker neemt de lezer mee op een diepgaande persoonlijke reis door het Nederlandse landschap en graaft het verleden in, langs de veenmol, ruilverkaveling, pratende schimmels, de uitvinding van de klok en de periode waarin walvissen en reuzenhaaien overzwommen. Deze reis voert de lezer terug tot 300 miljoen jaar geleden. Tijdens de afdaling ontvouwen zich fascinerende verhalen en de grote vragen des levens. Geschreven in een talige, maar heldere en lichtvoetige stijl. Met een enkele zwart-witfoto. Geschikt voor een brede tot literaire lezersgroep. Nikki Dekker (1989) is een Nederlandse auteur. Ze debuteerde in 2022 met ‘Diepdiepblauw’. Dekker schreef ‘Graafdier' in aanloop naar de opening van de tentoonstelling Soils, te bezichtigen van 15 juni tot 24 november 2024 in het Van Abbemuseum te Eindhoven, in opdracht van Tilt en het Cultuurfonds Noord-Brabant.