Boek
Nederlands
Andere formaten
Toegankelijke formaten:
Een vrouw opent een boekwinkel in een klein Engels kustplaatsje, maar houdt daarbij geen rekening met enkele kwaadwillende personen die haar het leven moeilijk willen maken.
Titel
De boekhandel
Auteur
Penelope Fitzgerald
Vertaler
Mieke Prins
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Engels
Oorspr. titel
The bookshop
Uitgever
Elburg: Uitgeverij Karmijn, 2018 | Andere uitgaves
140 p.
ISBN
9789492168252 (paperback)

Andere formaten:

Toegankelijke formaten:

Andere talen:

Beschikbaarheid in Vlaamse bibliotheken

Meer dan 150 keer in Vlaamse bibliotheken

Besprekingen

Lolita in het moeras

Penelope Fitzgerald debuteerde op haar achtenvijftigste. Toch vond ze nog de tijd om drie biografieën en negen romans te schrijven, waaronder het verrukkelijke De boekhandel.

Volgens Fitzgerald (1916-2000) moet je biografieën schrijven over mensen die je bewondert en respecteert, romans over mensen die zich jammerlijk schijnen te vergissen. Wanneer Florence Green, een vrouw op middelbare leeftijd, een boekhandel opent in het landelijke Suffolk stevent ze af op zo'n schromelijke vergissing. Op de eerste bladzijden van De boekhandel, een roman uit 1978, voorziet Fitzgerald haar hoofdpersonage van een minzaam hart, om er meteen aan toe te voegen dat deze minzaamheid nauwelijks van pas komt wanneer het gaat om zelfbehoud.

Florence is een typisch Fitzgerald-personage, ietwat wereldvreemd, onhandig en alleen. In Hardborough, een vochtig dorp dat ingeklemd zit tussen een rivier en de zee is al jaren geen boekhandel meer. Het is een plek van vissers en moerasmannen, de bankdirecteur blaast er hoog van de toren en de vrouw van de generaal is de lokale patrones van de kunsten. Laatstgenoemde wil in Old House, de door Florence uitgekozen locatie voor haar bo…Lees verder

Weduwe Florence Green koopt op haar vijftigste een vervallen historisch pand in het kustplaatsje Hardborough (Engeland) en richt er een kleine boekhandel in. Het is 1959, Engeland krabbelt overeind na de armoede van de eerste naoorlogse jaren. Een dorp als Hardborough staat stijf van de roddel, mensen worden om een bagatel uitgesloten. De zaken gaan redelijk, ze krijgt steun voor haar initiatief ook een leenbibliotheek op te zetten, maar Florence onderschat de ijzeren wil van de rijke generaalsvrouw uit het dorp, die een oogje op het pand had om er een kunstcentrum te openen. Kleine pesterijen beginnen en ze krijgt ook te maken met de economische realiteit in haar regio. De generaalsvrouw weet uiteindelijk via een bevriend parlementslid te bewerkstelligen dat een nieuwe wet wordt aangenomen waarmee historische panden onteigend kunnen worden. In lichtvoetig, precies proza dat de schrijfster ooit de Booker-prijs bezorgde, wordt verteld hoe de bescheiden onderneming van een gewone, vrien…Lees verder