Boek

Blauwboek : gedichten voor de grote reuzin

Blauwboek : gedichten voor de grote reuzin
×
Blauwboek : gedichten voor de grote reuzin
Boek

Blauwboek : gedichten voor de grote reuzin

Nederlands
2018
Volwassenen
Twintig jaar geleden rammelde zijn debuut Dwangbuis van Houdini aan de kettingen. Nu zet Peter Holvoet-Hanssen, Vlaanderens meest eigenzinnige taaltovenaar, alles op alles: Blauwboek is niets minder dan een brandbom. Een nachtmatroos verdwijnt van het toneel, zijn kleine reuzin wordt groot. De vernietigende Goleman komt dichterbij, een grillig verschuivende ondergrond breekt alles open. Humor word…
Twintig jaar geleden rammelde zijn debuut Dwangbuis van Houdini aan de kettingen. Nu zet Peter Holvoet-Hanssen, Vlaanderens meest eigenzinnige taaltovenaar, alles op alles: Blauwboek is niets minder dan een brandbom. Een nachtmatroos verdwijnt van het toneel, zijn kleine reuzin wordt groot. De vernietigende Goleman komt dichterbij, een grillig verschuivende ondergrond breekt alles open. Humor wordt hilarische kitsch, droefenis kleurt donkerblauw. Na een adembenemende reeks kruisweggedichten eindigt dit poëzietestament met een zwierig lied: in het wassalon spoelt het leven voort. Met Blauwboek zet Peter Holvoet-Hanssen zijn nieuwe poëzieproject voort. Gedichten voor de kleine reus (2016) was slechts een prelude, de voorbode van een storm.
Genre Gedichten
Titel Blauwboek : gedichten voor de grote reuzin
Taal Nederlands
Uitgever Kalmthout: Polis, 2018
98 p. : ill.
ISBN 9789463102674

De Morgen

Zoekende dichters
Paul Demets - 23 mei 2018

Blauwdruk

'het hart is groot genoeg, de ruimte is te klein'

dat zong de zeereus en geen lied stilt onze pijn

Goleman vermomd als noodlot slaat weer toe

roet en vloed, de driesprong is de tweespalt moe

als een weggevaagde stad klinkt onze tijd

de geur van zomerregen leert ons dit refrein

vel de boom, de dikke boom

vark de slachter, blauw de koe

maak van profiteurs gehakt

gooi die homo van het dak

steek die thuisloze in brand

schakel uit dat nepverstand

verdraaid vernuftig was het dichtersconcentraat

verfraaid met witte humor, zwarte honingraat

afstand ik-ik-jij en nu de spreektaalgeit

het oude hondje zet zich schrap, wil niet meer voort

nog hangt de zonnegloed de wolken aan een koord.

vierde statie

gratie heen

zo steunt leed

op moeders been

Peter Holvoet-Hanssen

Volg de magiër

Zoals in zijn vorige bundels neemt Peter Holvoet-Hanssen ons in Blauwboek mee op een reis die vol verrassingen zit. Hij is de gids die nu en dan opduikt om ervoor te zorgen dat we niet verloren lopen. Hij structureert zijn oeuvre maar hij zorgt ook voor ontregeling. Door de ondertitel 'gedichten voor de grote reuzin' verbindt Holvoet-Hanssen zijn nieuwe bundel duidelijk met de vorige, Gedichten voor de kleine reus (2016). Het blauw is de kleur van de lucht, maar ook van het water. We kunnen er een niet te stelpen verlangen in lezen om te ontsnappen aan het alledaagse in het fantasmatische. Maar net zo goed als een fascinatie voor en een bezwering van het lijden en van de dreigende vergankelijkheid, waarvoor de poëzie niet op veilig mag spelen, zoals blijkt uit het gedicht 'Blauwdruk'. Het maakt deel uit van een beklemmende reeks 'kruisweggedichten'.

Holvoet-Hanssens poëzie in deze bundel doet denken aan het late werk van Paul van Ostaijen. De beeldenrijkdom en het ritme betoveren en bezweren, ontroeren en brengen je aan het lachen. Misschien is het omwille van de dreigende Goleman, die dichterbij komt in het gedicht dat ik koos, dat Holvoet-Hanssen deze bundel als zijn 'poëtisch testament' omschrijft. Om de zoveel tijd kondigt de dichter een ommezwaai in zijn poëzie aan. Hier is immers sprake van een programmatisch dichterschap: Holvoet-Hanssen reflecteert voortdurend over zijn positie als dichter in de maatschappij en binnen het poëzielandschap. Maar ophouden zal deze unieke dichter niet. Want een taalmagiër als hij geraakt alleen maar uitverteld wanneer hij zijn laatste adem uitblaast. Blauwboek laat zien dat Holvoet-Hanssen, ondanks de blauwzucht door de kou van de dreigende vergankelijkheid, heel sterke longen heeft.

Gedichten voor de grote reuzin, Polis, 101 p., 19,99 Euro

De Standaard

Een bedreigde diersoort
Jeroen Dera - 06 april 2018

Wat doen Harald Blauwtand, Blauwbaard, Speed Queen Wasmachien, de Geit met Duizend Jongen en het Hondje Skip samen in één bundel? Een rationeel antwoord op die vraag is niet nodig, want Peter Holvoet-Hanssen (57) heeft eclecticisme tot grondbeginsel van zijn poëzie verheven. Over zijn nieuwe bundel Blauwboek. Gedichten voor de grote reuzin schrijft hij, in de ballade van de fictieve Gérardie Byarvoi: 'een talisman met veel gezichten/ zo moet mijn Blauwboek zijn'.

Wie een poëziebundel aanduidt als een talisman, drukt daarmee het geloof uit dat gedichten ons kunnen beschermen tegen onheil en gevaar. Tegelijkertijd gaat dat gevaar van Holvoet-Hanssens schrijven uit, want hij zet in zijn bundel nogal wat op het spel. 'Ware poëzie is rebellie', schrijft de dichter militant, en in andere regels trekt hij actief ten strijde tegen gedichten die een veilige cocon vormen waarin hun maker zich risicoloos verwondert over de wereld.

'Bespaar mij de spruw der herkenbaarheid', hoont Holvoet-Hanssen, en: 'spiets de rolmopspoëzie'! Zijn eigen 'muziekdoosgedichten' passen niet in een potje met zuur, maar spatten en spartelen alle kanten uit, vol bombastische regels en intertekstuele referenties. Enigszins megalomaan heet het op de achterflap zelfs dat Blauwboek 'niets minder dan de lont van een brandbom' is.

Wrakhout

Die lont werd alvast aangestoken in Holvoet-Hanssens vorige bundel, Gedichten voor de kleine reus (2016), het eerste deel van een triptiek waarin Blauwboek het tweede luik vormt. Zoals Yves T'Sjoen onlangs liet zien in de essaybundel Bundels van het nieuwe millennium, gaat Holvoet-Hanssen in zijn oeuvre voortdurend de dialoog aan met zijn eigen werk, dat hij vormgeeft als een expeditie of hellevaart waarin de dichter als rondreizende minstreel fungeert. Ook in Blauwbloek zijn de verwijzingen naar eigen werk talrijk - zo stond het gedicht 'Rozenbloedje' eerder in Spinalonga (2005) en is de 'Jalalabad Blues' 'gepuurd' uit De reis naar Inframundo (2011). Wie deze nieuwe Holvoet-Hanssen ten volle wil appreciëren, kan kortom niet om de complete Holvoet-Hanssen heen.

Los van die zelfrecycling is Blauwboek een ongemeen gulle bundel, waarin de dichter alle remmen losgooit. Holvoet-Hanssen stort zijn associaties ongebreideld over ons uit, met zinderende regels als 'Waarheid achter de sterrenval die ons als mieren plet,/ ik ben onooglijk, zo zing ik u aan - gij Goleman, STOP/ om dit piepkleinste zandkorreltje uit uw ogen te wrijven'. In de woordenstroom sleurt de dichter helaas ook het wrakhout van flauwiteiten met zich mee, bijvoorbeeld in overbodige rijmpjes als 'Regenlied' ('hij huppelt door goten/ en druppelt in sloten'). Als ware poëzie rebellie is, dan had de dichter zulke spielereien wat meer mogen doseren.

Tegelijkertijd is juist die kitscherige rijmelarij moeilijk uit Holvoet-Hanssens poëtische universum weg te denken. De dichter laaft zich aan een kosmisch vitalisme dat hier en daar de Verzen van Hendrik Marsman overtreft: 'het zilverwerk van de nacht klettert op het dek'. Holvoet-Hanssens levensdrift is zo onbegrensd, dat zelfs de dood in zijn wassende verzen wordt meegezogen. Ook als we op een draaikolk afstevenen, zo suggereert de poëzie in Blauwboek, hebben we de taal nog om ons aan op te trekken. Geen wonder dat Holvoet-Hanssen, een 'verdwaalde tijdmachine die raast achter het tuinhek', gretig met het werk van bewonderde voorgangers speelt. J.H. Leopold is niet uit de bundel weg te denken, om over Paul van Ostaijen nog maar te zwijgen. 'Melopee' resoneert in de memorabele regel 'een pistolet op de grond schoof over de vloer naar de piano'.

Onverzettelijk

En toch spreken zelfs uit Blauwboek, een bundel met een onverzettelijkheid die aan het werk van H.H. ter Balkt doet denken, reserves ten opzichte van wat de poëzie vermag. 'Achmatova's branding is verzand', schrijft Holvoet-Hanssen: langzamerhand verliest de poëziezee terrein. Blauwboek mag zich dan wel aankondigen als de aangestoken lont van een brandbom, maar bij de brandbom van de eenentwintigste-eeuwse werkelijkheid steekt de bundel toch schril af. In de 'Jalalabad Blues' (waarin de Arabische kreet 'yalla!' doorklinkt) probeert de dichter de oorlog te bezweren ('angst uit Kandahar, krijg vleugels'), maar natuurlijk haalt die oproep niets uit: 'in Gaza speelde een kind zich dood'. Geen wonder dat de muze haar minstreel uiteindelijk een 'stoethaspel' noemt die dood mag vallen: zelfs met bombastische poëzie sla je op het toneel van de werkelijkheid geen deuk in een pakje boter.

Desondanks schrijft Holvoet-Hanssen door. In het gedicht 'Niemandsland', dat lijkt te verwijzen naar de aanslag tijdens het concert van Ariana Grande in Manchester op 22 mei 2017 ('die avond werd een jong concertpubliek opgeblazen') gebiedt hij ons zijn voorbeeld te volgen:

doop je pen in de door de nacht gewassen inkt

hang het vers nog niet te drogen het vallen van de vink

open je lodderoog voor alles wat je tegenkomt

Er zit een zekere dubbelheid in deze regels. Ze zijn een oproep tot literaire reflectie in een tijd waarin de nacht gevallen is, maar er is ook sprake van een vink die valt: de zangvogel of de bard die de dichter Holvoet-Hanssen is, wordt stilaan een bedreigde diersoort. Toch laat de dichter de poëzie ook hier overleven, al was het maar via de verwijzing naar Vondels 'Kinder-lijck' (met daarin de regel 'd'ydelheden hier beneden/ uitlagt met een lodderoogh'), die ook op de aanslag op het jeugdige publiek in Manchester betrokken kan worden.

Of de branding nu is verzand of niet: voor Holvoet-Hanssen is een leven met concessies simpelweg niet mogelijk. 'De wereld is alles of niets', schrijft hij vol vuur - en daar hoort ook een 'vertrumpt intermezzo' bij, waarin de wantoestanden in Aleppo, Mosul en de Sahel voorbijkomen. Blauwboek sluit de ogen niet voor deze ontwikkelingen, maar probeert ze te bezweren met het vitalisme van de poëzie als talisman. De dichter houdt de wind in de zeilen, ongeacht de omstandigheden: 'mijn boot een kletse kloot de zeilen zijn bebloed/ maar ik ga hier niet zeuren zeker niet'.

De vraag blijft natuurlijk of zijn lezers dat optimisme delen, of dat Holvoet-Hanssen een dolende zeevaarder is die in zijn eentje de grote reuzin trotseert.

Polis, 120 blz., 19,99 €