Boek

Gedichten voor de kleine reus

Gedichten voor de kleine reus
×
Gedichten voor de kleine reus Gedichten voor de kleine reus
Boek

Gedichten voor de kleine reus

Nederlands
2016
Volwassenen
Bundel experimentele poe͏̈zie van een eigentijdse Vlaamse dichter.
Genre Gedichten
Titel Gedichten voor de kleine reus
Taal Nederlands
Uitgever Antwerpen: Polis, 2016
69 p.
ISBN 9789463100137

De Morgen

Wonderlijke muziekdoos
Paul Demets - 09 maart 2016

De wind in het wonderlik kastanjelaarke

hier staat een wit kistje wit

wiegeliedje vult mijn hart

naar de aarde gaat het terug

per adres daar ligt de wind

goede dood in Music-Hall

waar je nooit meer sterven zal

dromen spelen kroon en kind

lustig diefje op mijn rug

altijd zingt het in mijn schoot

door het klapdeurtje mijn schat

goede reis naar Music-Hall

groen het gras onuitgepakt

Peter Holvoet-Hanssen

Een deel van de bundel, meer bepaald meerdere gedichten in de afdeling 'Het land van Music-Hall', verscheen al in het boek Miavoye, een boeiende bedevaart naar het gehucht in de provincie Namen waar Paul van Ostaijen in 1928 op amper 32-jarige leeftijd stierf. Die tocht was geïnspireerd door dichter Richard Minne, die de herinnering aan Van Ostaijen wou bewaren 'als zinnebeeld van wat de dichter is in de maatschappij. Zingen en kreveren.'

Zingen en kreveren vormen ook de grondthema's van Gedichten voor de kleine reus. De vergankelijkheid zit sterk in deze bundel, maar ze wordt zingend, sprookjesachtig bezworen. In het slotgedicht luidt dat welluidend: 'minnemeiend tegen de vluchtstroom in/ gewapend met weerloze muziekdoosjes/ door het rattenkasteel naar de kolos Goleman'. Of neem het gedicht dat ik koos, een muziekdoosje van de dood waarmee hij een van onze grootste Vlaamse dichters memoreert. Of nog, deze versregels, als een herinnering van Holvoet-Hanssen aan de kamer met zicht op de rode beuk waarop Van Ostaijen uitzicht had toen hij stierf: 'Moeder de Gans kan elk moment gaan/ slapen in het bed van de dood/ alles versnelt en zij vertraagt/ doffer, het leven is een draaikolk/ je komt alsmaar dichter bij de kern/ en als je sterft, valt de bodem weg.'

Peter Holvoet-Hanssen is een dichter-troubadour die zich op allerlei manieren engageert en zich betrokken toont op mensen. Zo valt hier het gedicht 'Springtime' te lezen, een referentie naar de tijd toen hij stadsdichter was. Het is tegelijk een hommage aan de overleden schrijver Kamiel Vanhole: 'matroos, jij klimt het want in/ de reus springt op het strand/ ons lied doet zeilen bollen/ en zat Gods blazersband.' Prachtig zijn de Van Ostaijense 'Rodica spreekt walvis' en 'Dodica zingt walvis', twee gedichten die de leefwereld van een meisje met een verstandelijke 'beperking' oproepen. Want wat is dat, een beperking?

Ongrijpbaar

Zoals die van Paul van Ostaijen, bijvoorbeeld in zijn 'Alpenjagerslied', is de poëzie van Holvoet-Hanssen tastbaar en toch ongrijpbaar, door de unieke vermenging van ernst en speelsheid, diepgaande inhoud en bedrieglijk lichtheid, door de muzikaliteit. Dit is poëzie over de wind die komt opzetten, 'een voorbode van de storm', zoals we in het motto van Lautréamont kunnen lezen.

Peter Holvoet-Hanssen heeft met Gedichten voor de kleine reus een wonderlijke muziekdoos op het poëzierek van de boekhandel gezet. Druk uw oor aandachtig tegen de pagina's, lees en luister.

Peter Holvoet- Hanssen, Gedichten voor de kleine reus, Polis, 72 p.


NBD Biblion

O.W. Dubois
Volgens de tekst op de binnenkant van het mooie omslag van deze al even fraai verzorgde bundel gaat de dichter 'op zoek naar "muziekdoosgedichten" die schoonheid én sluipend gif bevatten. De gedichten zijn intiem, maar onheil rukt op in de gedaante van een vernietigende reus die aan de einder verschijnt. Een troubadour zal Goleman tegemoet gaan, enkel gewapend met woordentover'. Wie deze poëzie onbevangen en zo aandachtig mogelijk leest, kan soms getroffen worden door de taalvirtuosteit en de evocatieve kracht van beelden die een geheel eigen werkelijkheid suggereren. Maar vermoedelijk zal ook de poëziegevoelige lezer tevergeefs zoeken naar leidende thema's, naar innerlijke bezieling. Deze poëzie, die originaliteit overigens niet kan worden ontzegd, lijkt vooral op te gaan in louter klank en beeld. Kunst is hier vooral vorm geworden, vorm die zich van een eigenlijke substantie of inhoud heeft losgezongen. Voor hen die gevoelig zijn voor een dergelijke poëzie en ook haar geheimen weten te ontsluiten, zal deze bundel echter waardevol zijn. Met aantekeningen en gedicht op achterplat.