Boek

Het continent zonder eigenschappen : bladwijzers in het boek Europa

Het continent zonder eigenschappen : bladwijzers in het boek Europa
×
Het continent zonder eigenschappen : bladwijzers in het boek Europa Het continent zonder eigenschappen : bladwijzers in het boek Europa
Boek

Het continent zonder eigenschappen : bladwijzers in het boek Europa

Nederlands
© 2025
Volwassenen
Indrukwekkende beantwoording van de vraag: Wat is Europa? Nu de geopolitieke kaarten opnieuw worden geschud, is het hoog tijd voor een Europees zelfonderzoek. In Het continent zonder eigenschappen formuleert Peter Sloterdijk een scherpe kritiek op Europa’s identiteitscrisis. Hij ‘leest’ de wording van Europa als ware het een boek, en markeert daarbij fundamentele passages: van de wezenlijke rol va…

Indrukwekkende beantwoording van de vraag: Wat is Europa?


Nu de geopolitieke kaarten opnieuw worden geschud, is het hoog tijd voor een Europees zelfonderzoek. In Het continent zonder eigenschappen formuleert Peter Sloterdijk een scherpe kritiek op Europa’s identiteitscrisis. Hij ‘leest’ de wording van Europa als ware het een boek, en markeert daarbij fundamentele passages: van de wezenlijke rol van het Latijn, het imperium als bestuursmodel, de betekenis van Comenius voor de Europese cultuur als ‘lerende’ gemeenschap tot de industrialisatie als resultaat van de winning van delfstoffen.


In zijn kenmerkende stijl duidt Sloterdijk de geschiedenis van Europa en haar culturele, politieke (imperiale) en symbolische betekenis in de wereld. Daarbij neemt hij afstand van naïeve ‘Europtimisten’ en verzet hij zich evenzeer tegen het ondergangsdenken dat de voedingsbodem lijkt te zijn voor het nieuwe extreem-rechts. In Het continent zonder eigenschappen zien we meesterdenker Peter Sloterdijk op de toppen van zijn kunnen: ironisch, kritisch en messcherp.


Peter Sloterdijk (1947) is zowel geliefd als omstreden: enfant terrible van de Duitse filosofie, auteur van filosofische bestsellers, briljant stilist, controversieel denker en vele malen onderscheiden. Met zijn eerste boek, Kritiek van de cynische rede, verwierf hij onmiddellijk internationale faam. Sindsdien schreef hij tal van bestsellers waaronder de trilogie Sferen en Je moet je leven veranderen. Zijn belangrijkste werken verschenen bij Boom in Nederlandse vertaling.

Persoononderwerp Sloterdijk, Peter
Titel Het continent zonder eigenschappen : bladwijzers in het boek Europa
Taal Nederlands, Duits
Oorspr. taal Duits
Oorspr. titel Der Kontinent ohne Eigenschaften : Lesezeichen im Buch Europa
Uitgever [Amsterdam]: Boom, © 2025
284 p.
ISBN 9789024471317
Plaatsingssuggestie 157.3 (SISO)
Europese Unie (ZIZO)

De Standaard

Ingeslikte doctrines
Rudi Laermans - 22 november 2025

Het is niet niets wat Peter Sloterdijk zijn lezers inwrijft in zijn jongste boek. We zouden ons wentelen in eurofobie, “uitgeruste middelmatigheid” en ongeloof in de toekomst van de Oude Wereld. Op de vraag 'waarvoor staat Europa?' volgt meestal een lange stilte, ook in de hoofdkwartieren van de Europese Unie.

In Het continent zonder eigenschappen , dat teruggaat op een reeks lezingen aan het Parijse Collège de France, duikt Sloterdijk in de Europese geschiedenis, maar hij bedrijft geen historische therapie die de diepere persoonlijkheid van het continent zal blootleggen. Selectieve vingerwijzingen moeten volstaan. Zo krijgen de verlichting en de romantiek geen aparte hoofdstukken. Dat Europa industrialiseerde dankzij de ontdekking van steenkool als “energetisch subject” is dan weer oud nieuws.

Leren is verleren, nieuwe wetenschappelijke kennis ging gepaard met blijvende geloofsafval. De liberaal in Sloterdijk betreurt dat niet: vrijdenkerij is 's mans handelsmerk. Tegelijk staat hij uitvoerig stil bij de Belijdenissen van Augustinus, omdat ze een christelijke traditie van zelfonderzoek in gang zetten, die in een seculiere gedaante mee gestalte gaf aan de moderne cultuur. Van Rousseaus Bekentenissen over het dagboek als literair genre tot het huidige succes van de memoir: Europa is een “autobiografisch continent” volgens Sloterijk.

De filosoof maakt zijn naam van intellectuele speculant al meteen waar in wat in dit boek de “tweede openingstoespraak” heet. Daarin beschrijft hij de politieke geschiedenis van Europa na de implosie van het Romeinse Rijk als een rist pogingen tot re-enactment van dat imperium. Sinds de ineenstorting van het Derde Rijk verschoof de imperiale ambitie echter definitief naar de andere kant van de Atlantische Oceaan, stelt Sloterdijk: “Het agerende Europa, om niet te zeggen het ambtshalve fungerende, bevindt zich na 1945 (…) aan de oostkust van de Verenigde Staten.”

Soms maakt Sloterdijk het zich wat te makkelijk. Het hoofdstuk over de omwentelingen die de voorbije vijf eeuwen de Europese geschiedenis tekenden, is een lang uitgevallen recensie van De grote revoluties van Eugen Rosenstock-Huessy. En de Europese neiging tot zelfbeklag fileert hij aan de hand van een stoet aantekeningen bij - te voorspelbaar - Oswald Spenglers De ondergang van het Avondland .

Uiteraard kent Sloterdijk de vele zwarte bladzijden in de Europese geschiedenis sinds 1492, te beginnen met het overzeese kolonialisme. Hij weigert dat te reduceren tot een verhaal over genadeloze geopolitiek, economische plundering, wrede slavernij en door superioriteitsgevoelens gemotiveerde zendingsdrang. Aanvankelijk speelden volgens hem ook een verhitte nieuwsgierigheid en exploratiedrang een rol, vooral binnen het overschot aan ambitieuze jonge mannen van goeden huize die het zonder grote erfenis moesten stellen.

De waarheid provoceren

In de slotbladzijden doet Sloterdijk een ingenieuze zet tegen het gangbare postkoloniale discours: hij confronteert het denken van Frantz Fanon met het Antropofage manifest van Oswald de Andrade. Fanon vond geweld noodzakelijk in de afrekening met de kolonisator, De Andrade bepleitte daarentegen met veel surrealistische panache de inlijving van de heerser en diens cultuur. Dat kannibaliseren lukt nooit helemaal, want bijvoorbeeld “de doctrines van het westerse universalisme blijken niet biologisch afbreekbare figuren te zijn, vergelijkbaar met ingeslikte diamanten”.

Sloterdijk gaat wel vaker voluit op het taalorgel. Dat waarborgt veel leesplezier, maar de man excelleert ook in het genre van de essayistische omslachtigheid. Weliswaar met brille: vervelend wordt het nooit. Wie houdt van prikkelende terminologische nieuwbouw als “futloze subalteriteit” is bij hem aan het juiste adres. Net als Nietzsche koestert hij bovendien het maxime dat je de waarheid moet provoceren: overdrijven vergroot de kans dat ze zich toont.

Met dit boek bevestigt Sloterdijk zijn roep van intelligente conservatief. Benepen nationalisme is hem even vreemd als gemakkelijk doemdenken, maar hij wantrouwt de massa en vindt een verlichte elite noodzakelijk. Wat zijn werk positief doet afsteken tegen dat van de verbeten verdedigers van verdwijnende erfgoed, is een meestal fijnzinnige ironie die de lach niet schuwt en slechts per uitzondering sarcasme en waarheidsspreken op een lijn plaatst. Tot zo'n conservatief kan ook een progressief zich verhouden.