De jacht op de sabeltandtijger
Details
Titel
Metromonsters
Auteur
Pieter Van Oudheusden
Illustrator
Sebastiaan Van Doninck
Taal
Nederlands
Uitgever
Wielsbeke: De Eenhoorn, 2008
[28] p. : ill.
[28] p. : ill.
ISBN
9789058385031
Plaatsingssuggestie
Bang zijn (ZIZO)
Besprekingen
Leeswelp
In Metromonsters wordt een stukje uit het leven van het kleine meisje Mimi verteld. Mimi wordt door…
In Metromonsters wordt een stukje uit het leven van het kleine meisje Mimi verteld. Mimi wordt door haar mama bij haar oma opgehaald en gaat samen met haar met de metro naar huis. De omgeving van de metro intimideert de kleine Mimi dermate dat ze overal monsters meent te zien. Aanvankelijk jagen die haar schrik aan. Die grote griezels zitten mensen achterna of tillen, gierend van het lachen, de hele metro op alsof het niks is. Dan ontdekt Mimi onder haar stoel een klein monstertje dat banger is van haar dan zij van hem. Mimi overwint haar angst en weet het wezentje te sussen. Even denk je als lezer dat dat het was: ze stapt van de metro en zwaait naar alle monsters, waarvan ze nu beseft dat het eigenlijk helemaal geen griezels zijn. Wanneer Mimi echter in bed wordt gestopt, blijkt dat ze het kleine monstertje stiekem heeft meegenomen en dat ze intussen dikke vriendjes zijn. Een hartverwarmend verhaal, dat niet in clichés vervalt. Zo is de moeder niet, zoals zo vaak, de ideale mama die al haar liefdevolle geduld op haar kind richt. Ze is wel een eigentijdse jonge vrouw die haar eigen leven leidt en die verwacht dat haar kind daar begrip voor heeft ("In de stad kwam ik Liesbeth tegen,' zegt mama. '[...] Helemaal de tijd vergeten. Dat vind je toch niet erg, hè?'"). De keerzijde is dat mama soms wel erg weinig aandacht heeft voor haar kind. Zo zet ze in de metro gewoon haar koptelefoon op ("Hippetsjik-hippetsjik-hippetsjik", hoort Mimi.). Een leuke vondst is dat je van de mama nooit het hoofd te zien krijgt: er is geen werkelijke communicatie met Mimi. De oma, die wél echt aandacht voor Mimi heeft, wordt wel volledig afgebeeld. Toch wordt dit boek nooit moraliserend.
De illustraties zijn nergens zeemzoet en geven iets weer van de monsterlijkheid die de wereld voor een klein meisje kan hebben. Toch zijn ze zeker niet schrikwekkend. De tekeningen sluiten nauw aan bij de tekst, maar verruimen hem ook. Zo zien we bij de woorden "Zou er een raampje openstaan? Brrr, het tocht langs mijn benen" een gigantisch sneeuwmonster dat koude lucht uitademt. Tot slot wil ik de aandacht vestigen op de prachtige tekst, die met zijn subtiel poëtische taal tegelijk bondig, krachtig en treffend is. Over de metrodeuren lezen we bv.: "Ping-pong, klinkt het belletje. De deuren gaan zuchtend open." [Hanna Hertmans]
De illustraties zijn nergens zeemzoet en geven iets weer van de monsterlijkheid die de wereld voor een klein meisje kan hebben. Toch zijn ze zeker niet schrikwekkend. De tekeningen sluiten nauw aan bij de tekst, maar verruimen hem ook. Zo zien we bij de woorden "Zou er een raampje openstaan? Brrr, het tocht langs mijn benen" een gigantisch sneeuwmonster dat koude lucht uitademt. Tot slot wil ik de aandacht vestigen op de prachtige tekst, die met zijn subtiel poëtische taal tegelijk bondig, krachtig en treffend is. Over de metrodeuren lezen we bv.: "Ping-pong, klinkt het belletje. De deuren gaan zuchtend open." [Hanna Hertmans]
NBD Biblion
Yolanda Roosen
Mama, die nooit tijd heeft, haalt Mimi op bij oma. Ze gaan naar huis met de metro. Er zijn haastige…
Mama, die nooit tijd heeft, haalt Mimi op bij oma. Ze gaan naar huis met de metro. Er zijn haastige mensen, lange tochtige dwaalgangen, schaduwen en rare geluiden. In haar fantasie ziet en hoort Mimi overal monsters. Aanvankelijk is ze wat angstig, maar ze ontdekt dat griezels óók bang kunnen zijn. Fris uitziend prentenboek dat zowel kinderen als volwassenen veel herkenbaars biedt. Er komt meer aan de orde dan in eerste instantie lijkt. Zo vindt mama al die haast maar onzin. Haar gedrag zegt echter het tegenovergestelde. En hoewel vriendelijk tegen Mimi, is ze vooral bezig met zichzelf. Ze leest, winkelt met een vriendin of luistert naar haar koptelefoon. Nog voordat ze thuis zijn, maakt ze alweer een afspraak met iemand die ze 'schat' noemt. Een contrast met oma die het gezellig maakt met Mimi samen. Wat voor de jonge lezertjes zal overkomen als een bijzonder avontuur, is in feite een verhaal over een eenzaam meisje dat troost vindt in haar verbeelding. De meer dan paginagrote illustraties zijn mooi, gedetailleerd en kleurrijk. De personages hebben grote hoofden en lange, dunne ledematen. Ze ademen een zekere ouderwetse sfeer. Bruikbaar om te praten met kinderen over angst. Vanaf ca. 5 jaar.
Pluizer
Metromonsters
Inge Umans - 22 januari 2015
Mimi is bij haar oma gaan logeren en wordt door haar mama opgehaald om weer naar huis te gaan. Mama…
Mimi is bij haar oma gaan logeren en wordt door haar mama opgehaald om weer naar huis te gaan. Mama is gehaast en maant Mimi aan tot een snel afscheid. Ze reppen zich naar de metro. Mimi klemt haar koffertje stevig tegen zich aan en denkt aan het mooie kleurpotlood dat ze van oma heeft gekregen en waar ze straks, als ze thuis is, monsters mee zal tekenen. Op weg naar de metro voelt ze ogen prikken in haar rug maar tijd om zich om te draaien heeft Mimi niet. Mama zet er stevig de pas in, kletst er duchtig op los, leest in een glossy tijdschrift en luistert naar muziek op haar mp3-speler. Mimi luistert en kijkt gespannen om zich heen. Mama probeert de geluiden te duiden voor Mimi maar diens fantasie neemt de overhand. Ze hoort en ziet monsters. Neemt er zelfs eentje in haar koffertje mee naar huis. Zo is ze niet alleen als mama ’s avonds de deur uitgaat ... Mooi en erg gelaagd verhaal... De personages zijn leuk getypeerd: een hippe en erg gejaagde moeder die meer met zichzelf dan met haar kind bezig is. Een trage en zeer kindgerichte oma: ook al komt ze enkel in het begin en op het einde vluchtig aan bod, toch is het meteen duidelijk om wat voor oma het gaat. Een kind met een zeer levendige fantasie, dat alle prikkels die op haar afkomen zelf interpreteert en invult. Mimi heeft haar fantasie nodig om te overleven. Ze groeit op in een éénoudergezin waarbij de moeder vooral met zichzelf bezig is. Schrijnend mooi hoe ze het monstertje koestert in haar bed, wanneer mama haar weer eens alleen achterlaat. Sebastiaan van Doninck brengt dit verhaal, dat prachtig van tekst is, geweldig in beeld. Gedurfde vormen, kleurkeuzes en perspectieven brengen dit verhaal vol monsters zeer warm tot leven, met een grote knipoog naar de illustraties uit de jaren '60. Een origineel en vernieuwend boek!