Details
238 p.
Besprekingen
De Standaard
Een roman lang ben je, samen met de verteller Thomas die dat al zijn leven lang doet, naar Licia aan het verlangen, over haar aan het fantaseren, als helemaal aan het einde de grote schok komt. Licia bekent dan pas in Thomas Verbogts nieuwe roman, tijdens een bezoek aan haar ouderlijk huis, wat er gebeurd is in haar jonge jaren. Zelden kwam een bekentenis in de literatuur zo onverwacht, en werd die tegelijk zo uitgekiend gebracht.
Thomas is een dromer en zes jaar oud als hij tot hun beider grote geluk zijn buurmeisje Licia ontmoet. Zij is de eerste die hem echt ziet, waardoor hij beseft 'ik ben er', en ze beloven altijd bij elkaar te blijven. Maar als ze op het punt staan naar de middelbare school te gaan, vertrekt Licia plotseling met haar vader en diens nieuwe vrouw - Licia's moeder is overleden - naar Italië. 'Alles is afgelopen', zegt ze. Ze geraken uit elkaars zicht, maar niet bepaald uit elkaars hart. 'Sinds ze haar vertrek aankondigde, beschouwde ik haar als mijn geliefde, niet als een geliefde die me in de steek had gelaten, maar die bij me bleef, ook al was ze ver weg.'
Mentale foto's
Met bijzondere en verfijnde opmerkingsgave beschrijft Verbogt de omgang tussen Licia en Thomas. Als ze ziek is, bezoekt hij haar op haar kamer: 'Licia ligt met haar gezicht naar de muur, het laken en de deken zijn gedeeltelijk van haar afgegleden, haar rug is naakt en glanst van het zweet en is gebogen alsof ze ergens voor weggedoken is.'
Hij herinnert zich alles in 'de woorden die de tijd ervan gemaakt heeft', met de precieze details die zo dicht bij de oorspronkelijke ervaring komen, dat het tijdsverloop lijkt te worden opgeheven. Mentale foto's van het intieme verleden zijn het, zoals K. Schippers dat ook zo meesterlijk kan. Slechts hier en daar voegt Verbogt wat toe uit de omgeving van Thomas: een gesprek met zijn moeder, een karakterschets van zijn vader. Maar zelfs de meest traumatische belevenis, een hersenvliesontsteking die hem als kleuter op de rand van de dood brengt en hem een levenslang schuldgevoel bezorgt, beweegt zich in de buitenring van de lens. De focus ligt op Licia.
Slaande ruzie
Na hun scheiding op twaalfjarige leeftijd zien de twee elkaar nog drie keer, als Thomas 21, bijna 40 en 63 is. Uitgebreid beschrijft hij die ontmoetingen, waarin alle herinneringen en wederzijdse gevoelens van aantrekkingskracht en irritatie voortdurend resoneren. Een deel van hun verbond lijkt nog te bestaan, maar het lijkt ook vaak of zij 'iemand anders' is. Niets liever wil hij dan steeds 'opnieuw beginnen' met Licia, ook al leeft hij inmiddels in werkelijkheid met Stella. Hij verzint haar zijn leven in. Tot dus die verschrikkelijke bekentenis, helemaal aan het einde, die de hele klankkleur van de roman met terugwerkende kracht ingrijpend verandert. Let wel: de roman gaat over liefde, maar met een liefdesromannetje heeft Hoe alles moest beginnen niets te maken. Verbogt zoekt voortdurend naar hóe je als schrijver, maar net zo goed als mens, vorm geeft aan je herinneringen en je leven. Steeds tast hij naar de juiste bewoording, en bevraagt zichzelf intussen op filosofische wijze. Thomas is toeschouwer en maakt letterlijk van zijn leven literatuur. In plaats van de man die hij had willen zijn, die liefde toelaat in zijn leven, is hij een man geworden 'die zich niet kan overgeven, niet in overgave gelooft. Als er iemand op mijn pad komt van wie ik denk te kunnen houden, begint het afscheid al te branden.' Verbogt is melancholisch, serieus en uiterst gevoelig, maar ook licht en humoristisch. Hij loopt op middelbare leeftijd door het park en hoort een 'zware Oost-Europese man' op zijn klarinet 'Zie de maan schijnt door de bomen' spelen, en dat jazzy sinterklaaslied katapulteert hem terug naar de hilarische scène waarin hij en Licia, acht jaar oud, getuige zijn van een slaande ruzie tussen Sinterklaas en Zwarte Piet op straat. Ook het geklets van de kunstscène rondom Licia in Italië, jaren later, werkt op de lachspieren.
Verbogt beeldt zich het leven in, net zo ingenieus en interessant als de Engelse schrijver Julian Barnes in Alsof het voorbij is en Hoogteverschillen, en met eenzelfde besef van de onbetrouwbaarheid van het geheugen. Hij schuwt niets, lijkt zichzelf helemaal open te leggen in zijn semi-autobiografische romans en hult zich tegelijkertijd in verbeelding en taal. Hij is een meester van de binnenwereld. Iedere ontvankelijke lezer zal naar de toppen van de emotie worden gedreven, en tegelijk een bijzondere literaire ervaring beleven.
Nieuw Amsterdam, 240 blz., 19,99 € (e-book 11,99 €).
De Volkskrant
Herinnering, verbeelding, droom: dat wat niet in de fysieke werkelijkheid gebeurt, maar evengoed echt is, daar draait het om in het omvangrijke oeuvre van Thomas Verbogt. Zijn boeken gaan vaak over verloren liefdes, hunkering, een vluchtige kus waardoor een personage decennia later nog wordt achtervolgd.
Verbogt noemt het graag 'het verzonnen leven'. In dat leven achter de oogleden vertoeft hij liever dan in de zichtbare realiteit. Maar voor de schrijver is dat niet persé een vlucht. Een droom heb je toch zelf gezien, schrijft hij ergens, waarom zou dat minder echt zijn dan wat je ziet als je wakker bent? Leven en droom zijn gelijkwaardig.
In zijn nieuwe roman Hoe alles moest beginnen weeft Verbogt opnieuw een tapijt van imaginair draad. Na meer dan dertig romans heeft hij nog steeds niet alles over zijn thema gezegd, blijkt uit gloedvolle passages als deze:
'Een dichte mist van hitte - daaruit doemt ze op, nee, daarin verschijnt ze, langzaam alsof ze opnieuw haar entree in mijn leven wil maken, na een pauze van acht jaar, waarin we in golven ouder werden, ouder en anders, en uiteindelijk begonnen aan wat nog niet zo lang geleden later werd genoemd.'
Verbogt vindt nieuwe zinnen voor bekende gebeurtenissen. Want veel elementen herkennen we uit zijn vorige, voor de Libris Literatuurprijs genomineerde Als de winter voorbij is: een verteller genaamd Thomas, een jeugd in Nijmegen. Als klein kind was hij ernstig ziek, hij kon niet meer lopen en was bijna dood. Niemand mocht bij hem komen, zelfs zijn ouders niet. Een traumatische gebeurtenis, waarvan hij de rest van zijn leven de gevolgen ondergaat.
De nieuwe roman draait om de geïdealiseerde, symbiotische kindervriendschap met het overbuurmeisje Licia. Licia en Thomas zijn altijd samen, ze verzinnen samen het leven bij elkaar. Hun zielsverwantschap, die deels romantisch is (al is die typering te begrenzend), is zo sterk dat ze elkaar ook zien en horen wanneer ze niet bij elkaar zijn. Niet op een droom- of geestachtige manier; het is een van Verbogts kwaliteiten dat hij niet in dat soort categorieën denkt. Het verzonnen leven ís; woorden als droom en herinnering bakenen het af, trekken er een lijn omheen, terwijl die lijn voor Thomas en Licia juist niet bestaat.
Aan de vriendschap komt een eind wanneer Licia naar Italië verhuist. De roman bestaat uit vier delen, levensfases waarin de twee elkaar weer tegenkomen of opzoeken. Thomas blijft hangen in het afscheid, zijn leven zonder Licia gaat grotendeels aan hem voorbij. Hij blijft terugverlangen naar die toestand van volmaakt samenzijn. Licia beweert dat haar leven na Thomas is doorgegaan, maar ze houdt zichzelf voor de gek. Ze kan nergens aarden, ze ontspoort.
De vier delen, met hoofdstuktitels die Thomas' leeftijd in de pagina kerven, leggen het boek een dwingende orde op. Maar eigenlijk - laat dat maar aan Verbogt over - lijkt de tijd nauwelijks te verglijden. De verteller blijft tot aan de ouderdom dezelfde, over zijn wereld na en naast Licia komen we nauwelijks iets te weten. In een paar uur lezen (het boek is beknopt) passeert een heel leven, zowel voor de verteller als voor de lezer niets dan een zucht.
Ergens halverwege bezoekt Thomas een psychiater en schrijft hij een openhartige brief aan zijn vader. Dat had dan weer niet gehoeven, in geen enkele roman trouwens, het verklaart te veel. Ineens is de verteller een beetje klagerig. Zonder die confessies is het verhaal vager, mysterieuzer. Daar waar het reële vervluchtigt en alleen de herinnering, het verlangen zichtbaar is, daar is Verbogt op zijn best. In die 'dichte mist van hitte'.
****
Nieuw Amsterdam; 240 pagina's; € 19,99.
Knack
Thomas is schrijver geworden omdat hij niet goed wist hoe te leven of hoe ergens bij te horen. In gedachten is hij al zijn hele leven bij Licia, het meisje dat zijn kindertijd kleur schonk. Geliefden waren ze, op hun manier, twee kinderen die wisten wat de poes dacht en wat de wind fluisterde. Alleen zij kenden de betekenis van het stromende rivierwater. ‘Alles wat gebeurt, gebeurt alleen maar omdat wij dat willen’, hielden ze elkaar voor en op hun negende ontdekten ze zelfs hoe volwassenen zoenen.
Maar dan komt de breuk. De moeder van Licia is gestorven en haar vader heeft iemand anders leren kennen, een Amerikaanse kunstenares die in Rome woont. Vader volgt zijn hart en zijn twaalfjarige dochter moet mee, maar elkaar echt verlaten zullen Licia en Thomas nooit. Kan je leven bepaald worden door iets wat nooit gebeurd is of door iemand die er niet meer is? In Hoe alles moest beginnen lezen we hoe de geliefden elkaar nog drie keer ontmoeten, als twintigers, wanneer ze afscheid proberen te nemen in Rome, als veertigers, nadat Thomas Licia op tv heeft gezien en hij helemaal naar Keulen rijdt om haar te spreken, en als zestigers, wanneer Licia zonder verwittigen opduikt tijdens de crematie van Thomas’ moeder.
Thomas Verbogt was lang het goedbewaarde geheim van de Nederlandse literatuur. Hij had een kleine schare enthousiaste lezers, maar de doorbraak kwam er maar niet. Tot hij met zijn vorige roman Als de winter voorbij is op de shortlist van de Libris 2016 stond. Opeens viel literair Nederland voor zijn kwetsbare stijl, die doet denken aan het beste wat Graham Swift en John Banville ooit schreven: associatieve verhalen over de kleine drama’s in het leven. Zware thema’s, maar met een luchtige brille op papier gezet. Op het einde van Hoe alles moest beginnen wandelen Licia en Thomas door hun geboortedorp. ‘Kijk’, zegt Licia, terwijl ze naar de wolken aan de hemel wijst. ‘Dat is ons leven.’ Net zoals die wolken hun eigen gang gaan, doet ook ons leven dat, lijkt Verbogt te suggereren. En dat kunnen we maar beter leren aanvaarden.
*****
Nieuw Amsterdam, 240 blz., € 19,99.
NBD Biblion
Trouw
Oordeel
Eenvoudige, oprechte stijl, direct gericht tot het hart
Een boek dat je leest reageert natuurlijk in belangrijke mate ook op de andere boeken die je er toevallig omheen leest. Toen ik me aan Thomas Verbogts 'Hoe alles moest beginnen' zette, had ik net Rob van Essens 'Winter in Amerika' met zijn verhulde bedoelingen gelezen. Daarnaast grasduinde ik alvast in de overdadige en heftige gebeurtenissen in Max Pams 'Leviathan of het hart in de steen' en genoot ik op de achtergrond, elke dag een paar hoofdstukjes mondjesmaat proevend, van de briljante stijl in Anthony Burgess' 'Machten der duisternis'. Niets van dat alles in het jongste boek van Verbogt, dat een wonder van eenvoud is. Als een 'Lied ohne Worte' van Mendelssohn tegenover het parelende, halsbrekende pianospel van Chopin en Liszt, een bosje veldbloemen temidden van zorgvuldig opgemaakte dure boeketten.
Thomas Verbogt is de meester van herinneringen en weemoed. In de ongeveer dertig romans, toneelstukken en andere teksten die hij tot nu schreef, keert hij steevast terug naar het verleden om te zien wat ervan is overgebleven; meestal vermoed je ook een autobiografische achtergrond.
Het zijn warme, liefdevolle teksten over een jeugd in de buurt van Nijmegen, van een terugblikkende oudere die probeert er lijnen en betekenis in te ontdekken, vaak vergeefs want een van de dingen die Verbogt laat zien is dat het verleden ongrijpbaar is en net als dromen slechts flarden en fragmenten overlaat.
In zijn vorige roman, het publiekssucces 'Als de winter voorbij is' waarmee hij genomineerd werd voor de Libris literatuurprijs 2016, blikte de schrijver terug op een vakantieliefde die misschien bijna niks had voorgesteld maar toch zijn sporen had nagelaten. Iets dergelijks is ook het geval in 'Hoe alles moest beginnen'. Thema: boy meets girl. De jonge Thomas leeft met zijn speelkameraadje Licia in een geheel eigen fantasiewereld. In vier parten beschrijft Verbogt wat Licia voor Thomas betekent, als jeugdvriendinnetje, later in zijn studententijd, wanneer hij een jaar of veertig is en ten slotte op oudere leeftijd.
Het eerste deel is een dromerige idylle, de wereld begin jaren zestig met twee kinderen die alleen met zichzelf bezig zijn, met ergens boven hen al die geheimzinnige ouderen. Steeds is ook de terugblikkende schrijver aanwezig die probeert zijn herinneringen een plaats te geven: "Ik zie ons vaak terug, in die dagen. Het is ruim een halve eeuw later, volle, overvolle jaren waarvan veel minder overbleef dan ik dacht. Ik zit te mijmeren in de namiddag, het beste tijdstip van de dag, ik drink een glas wijn, Stella speelt in de achterkamer piano, ik voel mijn leven om me heen als iets wat me beschermt, wat verder nooit zo is, alleen soms op namiddagen, ik hoef niet eens mijn ogen te sluiten, we lopen door onze oude buurt, Licia en ik, we zijn zes jaar of acht of twaalf, het laatste jaar van de lagere school, ons laatste gezamenlijke jaar in onze kindertijd, waarna zij vertrok, met haar vader naar zijn nieuwe vrouw." Zoete, soms pijnlijke herinneringen.
In het tweede deel raken de twee los van elkaar. Heel subtiel, haast onmerkbaar beschrijft Verbogt de bittere smaak van het afscheid en de verwijdering, de irritaties om de verloren fantasiewereld: "Er moet een nieuw verzonnen leven komen dat alleen van mij is, maar ik moet er eerst voor zorgen dat ik in een andere tijd verzeild raak en in een andere omgeving, een nieuwe ruimte om me heen." Als ze allebei veertig zijn zien ze elkaar opnieuw, helemaal uit elkaar gegroeid maar met nog steeds die band uit het verleden, terwijl op het laatst, rond hun zestigste een aantal gebeurtenissen uit hun jeugd (de dood van Licia's moeder, de wraak op een vermeende pederast) aan het licht komen.
Niets in Verbogts verhaal, op misschien de laatste onthullingen na, is spectaculair, bedoeld om aandacht te trekken. Integendeel, hij schetst in zekere zin keer op keer ons aller levensgang, de verloren jeugd, de toenemende melancholie, de berusting dat alles gaat zoals het gaat.
Met zijn eenvoudige, oprechte stijl zonder versieringen en relativeringen, richt hij zich direct tot het hart van de lezer. Misschien is het meest bijzondere aan boeken als 'Hoe alles moest beginnen' wel dat de schrijver zich niet schaamt voor zijn emoties. Geen sublimering, geen hoge woorden, maar mensentaal voor mensengevoelens. Het meest wezenlijke wat Verbogt je meegeeft is dat je al groeiende, afscheid nemende, ouders en geliefden begravende, langzaam tot inzichten komt, dat alles wat je meemaakt ergens toe dient. Zoals hier, wanneer Licia verhuist: "In die radeloze periode wist ik voor het eerst zeker dat wat je echt wezenlijk belangrijk vindt, alleen maar in jezelf kan leven."
Eigenlijk is het een onmogelijke opdracht die Verbogt zichzelf met zijn schrijven geeft, de binnenkant van de mensenziel tonen, zonder opsmuk of gepsychologiseer, maar vol sentimenten, aanvechtingen en twijfels. Het is een gevoelige wereld die hij schetst, die van de pure aanvechtingen; je kunt er makkelijk cynisch over doen, het wegzetten als sentimentele kitsch maar de waarheid is dat Verbogt je met zijn zoektocht naar de kern van gevoelens werkelijk weet te ontroeren, een beetje zoals het 'Trio Elegiaque' van Rachmaninov dat doet, dat ergens in dit boek genoemd wordt: onversneden romantiek in een atonale tijd.
Met zo nu en dan een golf van pure extase: "Het is ook de gedachte dat nu alles op mag houden, want beter kan het leven niet zijn en hierna is het leven alleen nog maar een verhaal dat je leest en zo nu en dan meemaakt, maar wat het leven leven maakt, is nu, deze paar seconden die zo kolossaal van omvang zijn en gedurende die paar seconden eeuwiger dan de eeuwigheid lijken. Dit is het, dit is alles, alles, alles."
Hoe alles moest beginnen
Nieuw Amsterdam; 240 blz. € 19,99.