Eentje meer
×
Eentje meer Eentje meer
Een jongetje springt in het zwembad. Dan springt er eentje bij. Ze spelen met zand, rennen rond en steeds komt er een jongetje bij. Tel je mee? Oblong hardkartonnen prentenboek met stoere, cartoonachtige kleurenillustraties en tekst op rijm. Vanaf ca. 3 jaar.
Onderwerp Tellen, Samen spelen
Titel Eentje meer
Illustrator Christiane Pieper
Vertaler Bette Westera
Taal Nederlands, Duits
Oorspr. taal Duits
Oorspr. titel Einer mehr
Editie 1
Uitgever Haarlem: Gottmer, 2014
[22] p. : ill.
ISBN 9789025755959
Plaatsingssuggestie Telboeken (ZIZO)

Leeswelp

In Eentje meer begint het tellen bij nul: ‘Hartje zomer, heerlijk weer. Nul in bad. Plons! Eentje meer.’ Vreemd, ik zie helemaal geen bad. Pas als ik het blad omsla, zit er een kleuter in een zwembadje. ‘Grote plons. Nog eentje meer.’ Op elke spread voegt een kind zich bij de groep. Ze spelen een spel of doen zich te goed aan taart en frisdrank. Wat de kinderen bij elkaar brengt, is niet duidelijk. Bij zeven en acht zie ik een stel omgevallen stoelen, uitgelopen drinkbekers en een op tafel kruipend kind — het beeld heeft veel weg van een uit de hand gelopen verjaardagsfeestje.
Dit prentenboek van de Duitsers Yvonne Hergane en Christiane Pieper werd in 2012 genomineerd voor de Deutscher Jugendliteraturpreis. In het verslag prijst de jury de kleurige, comicachtige illustraties omwille van hun expressiviteit en de inlevingsmogelijkheden die het verhaal biedt. Inderdaad, de kinderen gebaren uitbundig en hun gezichten drukken emotie uit. Toch ogen de kleurige, zwart omrande figuurtjes erg braaf en als dertien in een dozijn.
Van een verhaallijn kan je nauwelijks spreken. In de eerste scènes spelen de kinderen in het zwembad. Tot het bad leeg loopt en bij nummer vier de hele bende ‘ik wil ook nog!’ brult. Op de volgende pagina's dansen de kinderen, spelen ze tikkertje en bouwen ze zandkastelen. Het telprincipe ‘ééntje meer’ verbindt de prenten. Na het cijfer vijf valt de nieuweling in de groep niet meteen meer op. De kijker moet hem zoeken. Dat zoeken is een prettig spel, maar van inleving is er in mijn ogen eigenlijk maar weinig sprake. Het tellen en het cijferbegrip worden volop geoefend, de personages daarentegen zijn gereduceerd tot te tellen pionnetjes, de uitgebeelde spelsituaties worden vertelplaten. Tot op de voorlaatste prent, daar liggen negen kleuters op een rij te slapen. Eentje komt, met een laken in zijn hand, dichterbij. Eén pagina verder stuift de hele rij uit elkaar. Boe — een spook, dan toch weer een verhalend element.
En de tekst? De kleine rijmpjes ondersteunen het principe ‘eentje meer’: ‘Vijf die rennen als een speer. Pak me dan!’ en ‘Nog eentje meer!’ Die drie kleine woordjes vormen een prettig refrein en houden het tellen draaiende. Vaak klinkt de tekst echter ook een beetje geforceerd: ‘Acht met trek. Echt waar? Alweer? Lekker toetje. Eentje meer.’ De oorspronkelijk Duitse tekst — ‘Acht, die freun sich aufs Dessert. Oh, da kommt's schon! Einer mehr!’ — klinkt een stuk smeuïger.
Eentje meer is vooral een didactisch werkinstrument, als verhaal is het erg mager.
[Gerda Tersago]

NBD Biblion

R.P.
Plons! Daar springt een jongetje het zwembad in. En plons! Daar hopt er nog eentje bij. Terwijl de deugnieten spetteren en spelen en snoepen en slapen, komt er steeds een nieuw vriendje aangelopen. Dat is de insteek van schrijfster Yvonne Hergane en illustratrice Christiane Pieper in deze oblong uitgave. Het resultaat is een grappig stapelverhaal, dat jonge lezers onnadrukkelijk tot tien leert tellen – en ondertussen aanzet om de verschillende knaapjes met elkaar te vergelijken. De door Bette Westera vertaalde, soepel rijmende tekst is minimalistisch, maar het vrolijke beeld compenseert dat. Op elke rechterpagina eindigt de korte tekst met '...eentje meer'. De cartooneske tekeningen doen denken aan de karakters uit de ‘Peanuts’-reeks van Charles M. Schulz. De oorspronkelijke Duitse versie van dit geestige hardkartonnen boekje werd genomineerd voor de Deutschen Jugendliteraturpreis 2012. Vanaf ca. 3 jaar.

Pluizer

Eentje meer
Lieve Raymaekers - 22 januari 2015
Het tellen in dit kartonboekje begin met de wat vreemde zin “Nul in bad.” Waarop het eerste jongetje in een opblaasbaar zwembadje plonst, gevolgd door nog één. Met drie hebben ze geen plaats meer, en ook de vierde brult, omdat hij er niet meer bij kan. Zo gaat het door, tot er negen jongetjes op een rij een dutje liggen te doen. In de verte nadert jongetje 10 en verkleed als spook jaagt hij iedereen weg. Waarop het boekje eindigt met “Geen eentje meer!”.
Dit telboekje is zeker geen uitschieter. De illustraties hebben weinig charme, het verhaaltje, als je daarover al kan spreken, weegt licht. De tekst op rijm is ook niet echt inspirerend te noemen: “Vijf die rennen als een speer. Pak me dan! Nog eentje meer.”