Bundeling van het beschouwend, vaak poe͏̈zie besprekend, proza van de Vlaamse dichter (1944-1997).
Title
Het proza / Herman de Coninck ; samengest. en verantwoord door Paul de Wispelaere
Author
Herman De Coninck
Compiler
Paul De Wispelaere
Language
Dutch
Publisher
Amsterdam: De Arbeiderspers, 2000
2 dl.
ISBN
90-295-0953-8

Availability in Flemish libraries

More than 100 times in Flemish libraries

Reviews

Proza Herman de Coninck werft lezers voor poëzie

ANTWERPEN - In de kantoren van zijn uitgeverij De Arbeiderspers, aan de voet van het standbeeld van Elsschot, is woensdag het verzamelde prozawerk van de dichter-essayist en journalist Herman de Coninck voorgesteld. Zelfs in zijn proza werft hij lezers voor poëzie. "Er zat een leraar in Herman", zegt zijn weduwe Kristien Hemmerechts.

"Als een soort missionaris die altijd opnieuw mensen wil bekeren stelde hij dichtbundels van collega's voor in zijn poëziekritieken. Hij wilde lezers enthousiasmeren voor die of die dichter. Het belangrijkste kenmerk van zijn proza is de speelse vlotheid waarmee de stukken zijn geschreven. Je merkt de gedrevenheid."

Zo de dichter, zo de prozaïst. Ook in zijn proza ging het over schoonheid, taal, de onherhaalbaarheid van het bestaan, liefde, verdriet en troost. Maar welke De Coninck ligt Hemmerechts het meest na aan het hart? "Misschien wel de dichter. Omdat poëzie dat gebalde heeft. Ik hou meer van sterke regels dan van een lange lap."

Met Taal zonder mij schreef Kristien een prachtige hommage aan Herman die op 22 mei 1997 onverwachts overleed in Lissabon. Daarin herleest ze zijn poëzie met biografisch oog. Waarom stelde ze niet mee Het proza, de grote editie, samen? "Kwestie van tijd. Bovendien kan ik me niemand beter dan Paul de Wispelaere voorstellen als samensteller…Read more

Alles is stijl

Vandaag verschijnt Het proza van Herman de Coninck, een ruime keuze uit zijn essays, poëziekritieken, opstellen en columns. Behalve de stukken die De Coninck selecteerde voor zijn zes essayboeken, werd ook nooit eerder in boekvorm verschenen proza opgenomen. Jeroen de Preter was nauw bij de samenstelling van Het proza betrokken, en zag hoe De Coninck zich slechts met vallen en opstaan ontwikkelde tot 'de populairste, meest enthousiasmerende en best schrijvende poëziecriticus die Nederland en Vlaanderen ooit hebben gekend.'
Laat ik, in het spoor van de hier te bespreken poëziecriticus, beginnen met enkele citaten. Citaat nummer één komt uit Subtiele alledaagsheid, het vroegste essay dat in het verzameld proza van Herman de Coninck werd opgenomen. "Poëzie," zo stelde de 21-jarige student Germaanse filologie, "vertrekt uiteraard van de werkelijkheid. Vertrekt van; niet: blijft bij. (...) Een omscheppingsproces heeft plaats, de dichter integreert de realiteit in zijn realiteit, het is een proces van toeëigening. (...) Als poëzie en realiteit gewoonweg zouden gelijkgesteld worden, is het eerste niet meer nodig." Drie jaar later schreef De Coninck in een opstel over Hans Lodeizen "dat romantiek steeds is aanwezig geweest in alle werkelijk populaire poëzie en dat een der grootste komplimenten die men een dichter maken kan, de verzekering is, dat hij verdriet en moeilijkheden zo mooi kan voorstellen dat iedereen het geruststellend vindt ze ook wel eens te hebben".

Het is een onthutsende, en voor beginnende es…Read more

Een heldere scheelziener

Herman de Coninck, overleden in 1997, wijkt niet uit onze literatuur: zijn Verzamelde gedichten liggen nog in elke boekhandel (die naam waard), de samenstelling van een brieveneditie is net aangekondigd, en deze week arriveert zijn gebundeld proza in de winkel. Het proza bestaat uit twee kloeke delen, met daarin de zes prozabundels die tijdens De Conincks leven verschenen, maar ook ongebundelde stukken, essayistisch werk uit de vroege en late jaren. Op een voorstelling gisteravond sprak Kristien Hemmerechts de aanwezigen toe, over het schrijfwerk van de afwezige.

,,Lieve engel'' staat er in mijn handschrift in de marge van de krant, ,,dit is een ontzettend goed stuk, dikke kus.'' De Morgen van 14 februari 1992, toevallig of niet Valentijnsdag. ,,Pleidooi voor scheelzien'', heet het stuk, een typische Herman-titel, hij draaide zijn hand niet om voor een pleidooi meer of minder, pleidooi voor lelijkheid, pleidooi voor vlinders, pleidooi voor slechte poëzie, pleidooi voor traagheid - dat laatste vooral.

Zoals archeologen aan de hand van een potscherf een hele beschaving kunnen reconstrueren, zo laat deze krabbel mij een voltooid verleden tijd zien. Herman die tot diep in de nacht zit te tikken, die met twee vingers op het klavier ramt, altijd de man bleef die de stiel op een mechanische machine heeft geleerd, er Humo -interview na Humo -interview op uittikte, dapper tegen deadlines aanhikkend.

Toen ik hem leerde kennen, had hij een elektrische machine mét correctielint, die om de haverklap stuk ging. Hij rolde zijn sigaretjes b…Read more

De Coninck van het proza

,,Toen ik ooit les gaf, poëzie, aan jongens die daar helemaal niet om gevraagd hadden, was de eerste vraag: moeten we dat kennen voor het examen? Nee, voor het leven, zei ik.'' Zo begint het eerste essay uit de prachtig uitgegeven, tweedelige verzameling Het proza van Herman de Coninck. Lang les gegeven heeft hij niet, maar hij is Vlaanderen en de wereld wel blijven onderrichten in de schoonheid van de poëzie.

Herman de Coninck is altijd een beetje een leraar gebleven, maar dan een enthousiaste, geen uitgebluste. Hij wilde de wereld laten delen in wat hij mooi en waardevol vond. Voor hem was dat vooral poëzie, maar bijvoorbeeld ook fotografie, waarover hij ook nogal wat essays heeft geschreven. Hij was de ultieme poëzieliefhebber die zo graag wilde dat iedereen poëzie zou waarderen.

Nu is poëzie altijd al een moeilijk genre geweest, bestemd voor de happy few. Want poëzie is hermetisch, symbolisch, talig. Maar als geen ander slaagde de Coninck erin om gedichten te openen, niet door ze stuk te interpreteren, maar door er op een heldere, toegankelijke en vaak erg grappige manier over te schrijven.

Eigenlijk was Herman de Coninck een idealist. Hoe is het mogelijk, moet hij dikwijls gedacht hebben, dat iets wat zo mooi, geestig, ontroerend, waardevol is, door zo weinig mensen wordt gewaardeerd. Kom, laat ik het eens proberen uit te leggen. In een paar latere essays merk je dat hij…Read more

Herman de Coninck debuteerde in 1970 als dichter met de bundel De lenige liefde'. In datzelfde jaar publiceerde hij in het tijdschrift 'Dietsche Warande & Belfort' het essay 'Het parlandisme', thans in de verzamelbundel Het proza' opgenomen bij de 'Verspreide stukken'. In dit stuk noemt De Coninck parlandisme ("letterlijk: het promoveren van de spreekstijl tot poëziestijl") pas echt geslaagd als "de zakelijkheid slechts een manier van zien is, een middel om heimelijk en daardoor ook onthutsender en verrassender tragiek te beschrijven bijvoorbeeld." Of, nog steeds in hetzelfde essay, maar dan meteen een aantal (zogenaamd) nieuwrealistische producten naar de lappenmand verwijzend: "Deze poëzie schiet tekort wanneer er onder de 'Oberfläche' geen 'Tiefe' verborgen zit, wanneer 'the visible' niet bekrachtigd wordt door 'the invisible'." Dit stuk geeft, samen met andere verspreide essays en de gebundelde bijdragen, de ontwikkeling te zien van De Conincks persoonlijke poëtica i…Read more
Meer dan vijftienhonderd bladzijden veelal beschouwend proza heeft Herman de Coninck (1944-1997) geschreven: vijf essaybundels, een boek met reisverhalen en enkele tientallen verspreide prozapublicaties, die bij elkaar een goed beeld geven van hoe hij over het leven en meer in het bijzonder over de poëzie dacht. Poëzie was voor deze dichter van levensbelang, hij schreef zelf veel en met succes, maar hij kon het ook niet laten zich over poëzie uit te spreken, in animerende zin. Zijn stukken behoren tot de meest lezenswaardige die er over gedichten zijn geschreven, ze zijn verrassend, persoonlijk en licht van toon. Al meteen in zijn eerste essays in 'Over de troost van pessimisme' (1983) liet hij zich kennen als een tekstgevoelige lezer, die een heel rekkelijke smaak bezat. Ook voor dichters van het tweede garnituur kon hij belangstelling opbrengen. Zijn instelling was die van een collega-dichter en bovendien was hij altijd bezig zijn eigen poëzieopvattingen te verhelderen aan het werk …Read more

About Herman De Coninck

Herman de Coninck (21 February 1944 – 22 May 1997) was a Belgian poet, essayist, journalist and publisher.

Life

Herman de Coninck was born in Mechelen, Belgium, where his parents ran a Catholic bookshop. He attended the Sint-Rombouts College in Mechelen where he contributed to the school newspaper. Determined to become a writer, he studied Germanic philology at the Katholieke Universiteit Leuven. While in Leuven he wrote for the University paper Universitas. Graduating in 1966, he took up teaching in Berchem while he lived in Heverlee, near Leuven. In 1967 he fulfilled his compulsory civilian duty in the Belgian army.

In 1970 he left teaching to become an editor of the weekly magazine HUMO, a post he held until 1983. During this period he regularly delivered interviews together with Piet Piryns. These interviews were collected and published as Woe is Woe in de Nedderlens in 1972.

Tired of interviews…Read more on Wikipedia

Suggestions