Book
Dutch
Other formats
Accessible formats:

Slordig met geluk : gedichten

Menno Wigman (author)

Slordig met geluk : gedichten

Gedichten die zich vooral op (gemankeerde) liefde en dood richten en die deels een reflectie zijn op Wigmans stadsdichterschap van Amsterdam.
Title
Slordig met geluk : gedichten
Author
Menno Wigman 1966-2018
Language
Dutch
Publisher
Amsterdam: Prometheus, 2018 | Other editions
61 p.
ISBN
9789044623635 (paperback)

Other formats:

Accessible formats:

Availability in Flemish libraries

More than 100 times in Flemish libraries

Reviews

Afscheid van mijn lichaam

Waarom, mijn lichaam, was je mij zo weinig waard? Waarom bleef ik zo koppig tronen in mijn hoofd en woonde ik mezelf zo hevig uit? O ja, ik hield van wijn, van zwaar doorrookte feesten, lucide katers en oneindig gulle lakens. Zo leefde ik verlicht mijn tijd aan stukken. Nu ...

POËZIE. De toon van Menno Wigmans nieuwe bundel Slordig met geluk is vaak heftig. De Nederlander opent met het gedicht 'Herostratos', een verwijzing naar een man die in de oudheid een tempel in brand stak om beroemd te worden. Akelig actueler kunnen deze woorden niet klinken na wat in Brussel gebeurde: 'Moet je horen: ik/ ga straks de straat op, ik besta het, schiet/ me leeg en verf de feeststad groen./ Nog voor het eind van het festijn/ zal ik de grootste zoekterm zijn.'

Diezelfde toon weerklinkt als Wigman het in het volgende gedicht over het dichterschap heeft, een belangrijk thema in deze bundel: 'Gretig ben je, slordig met geluk./ Je leeft. Leeft niet. Schuilt steeds verscheurd in een gedicht/ en haalt pas adem als je gure schoonheid ziet.'

Obsessieve aandacht voor ritme en vorm zorgt voor een esthetisering van de vergankelijkheid. Toch is de dichter geen narcist. Hij heeft veel oog voor de buitenwereld, zoals voor ee…Read more

Iedereen is een lente waard

Menno Wigman heeft het moeilijk met zijn falende lijf, en met de poëzie die hem een alternatief bestaan moet garanderen. Hij is altijd slordig met geluk geweest, maar dat levert ons troostende gedichten op.

Weinig dichters hebben zo'n problematische relatie met het eigen lichaam als Menno Wigman. Zeker in Slordig met geluk. Het is van hem bekend dat hij aan slaapangst lijdt, als was hij bang zichzelf voorgoed kwijt te spelen. Hoewel het soms lijkt of hij dat wil: 'Hoe kom ik uit dit lichaam weg?' schrijft hij. En: 'Hoe moet ik slapen op een mes?' Maar er is meer aan de orde dan een medisch probleem. De angst om te slapen blijkt ook te staan voor de verscheurende vraag of het beter is te bestaan of niet te bestaan. Tot overmaat van ramp belandt de dichter op intensive care met een uiterst zeldzame en mysterieuze hartkwaal die hem twee weken lang het dubieuze voorrecht gunt in het eigen graf te kijken. Hij is 'de man die uit een vulva viel'. Geboren worden is een soort vallen. En tussen vulva en graf, die andere 'vermoeide scheur', ligt uiteindelijk niet zoveel verschil. Zelfs die ene remedie hiertegen ('seks - veel seks') voldoet niet. ''…Read more

Vernieuwend is de poëzie van Menno Wigman (1966, Beverwijk) bepaald niet. Hij moet het vooral van de zegging en de beeldspraak hebben en ja, op de kruising daarvan komen zijn onregelmatig strofisch gevormde gedichten het best tot hun recht. Deze bundel, deels een reactie op Wigmans tweejarige stadsdichterschap van Amsterdam, kent een proloog en epiloog, daartussen staan vijfmaal zeven gedichten die uit o.a. disticha, terzetten en sonnetten bestaan. De titel onthult al grotendeels de thematiek. Ondersteunende onderwerpen zijn zelfreflectie en het definitieve einde. De manier waarop Wigman deze materie uitwerkt, is niet alleen eigentijds maar ook origineel. Overal staan kort verwoorde en daarom extra treffende beelden, die per vers dan nog door klankovereenkomst worden verbonden: 'Blijf scherp. Zo kostbaar kan een kut niet zijn.' Vaak haakt, zoals de Romantische reflex nu eenmaal wil, erotiek in dood en falen: 'mooie zieke meisjes / die je schipbreuk lieten lijden in hun dijen'. Inhoude…Read more