Book
Dutch

De gouddelver : over het lezen van poëzie

Yves T'Sjoen (author)

De gouddelver : over het lezen van poëzie

Essays over hedendaagse Vlaamse en Nederlandse dichters.
Title
De gouddelver : over het lezen van poëzie
Author
Yves T'Sjoen
Language
Dutch
Publisher
Tielt: Lannoo, 2005
315 p.
ISBN
90-774-4112-3
Placing suggestion
Nederlands 855.7 (SISO) Nederlandse literatuur ; Na 1880 (ZIZO)

Availability in Flemish libraries

More than 11 times in Flemish libraries

Reviews

Yves T'Sjoen is al vele jaren actief als poëziecriticus. In die hoedanigheid schreef hij voor kranten en tijdschriften tal van bijdragen over hedendaagse en wat oudere poëzie. Nu publiceert hij een boek dat (in een nauwelijks nog leesbaar lettertype) een hoop van die bijdragen bundelt. De gouddelver bestaat zowel uit langere essays als uit een reeks korte artikels, waarin afzonderlijke dichtbundels worden besproken. T'Sjoen toont zich hierin een behoedzaam criticus, die een brede belangstelling heeft en ervan houdt om zich goed te documenteren; op die manier krijg je heel wat interessante informatie aangereikt omtrent de situering van een dichter, de uitspraken die hijzelf in interviews over zijn poëzie heeft geformuleerd, zijn eerdere poëzieverleden... Die contextuele informatie wordt dan soms, maar lang niet altijd, ingezet bij een analyse van de betreffende bundel zelf. Die analytische benadering blijft echter nogal eens schetsmatig of nogal willekeurig, terwijl de auteur vo…Read more
T'sjoen is een literatuurwetenschapper die zich ook begeeft op het vlak van de essayistiek en de poëziekritiek. Voor 'De gouddelver' verzamelde en herschreef hij een fors aantal grote en korte stukken. De meeste aandacht gaat daarbij uit naar belangrijke Vlaamse dichters als Paul Snoek, Hugues C. Pernath, Leonard Nolens, Peter Ghyssaert en Herman de Coninck. Maar ook Nederlandse dichters komen aan bod: Remco Campert, H.C. ten Berge, Vasalis en Mustafa Stitou. T'sjoen verloochent zijn stiel als editiewetenschapper en literatuurhistoricus niet. Hij brengt de dichters steeds onder in hun stroming en benoemt waar ze ervan afwijken. Wij werkt naar een precieze benoeming van hun dichterschap toe. Hij gaat eerder kwalificerend dan interpreterend te werk en laat interpretaties van anderen ruimhartig aan bod komen. In zijn inleidende essay schetst hij de stand van de poëziekritiek in Nederland en Vlaanderen. Hij houdt een pleidooi voor trager lezen, een lezen dat zichzelf de tijd gunt een tege…Read more