Livre
Néerlandais
Plusieurs formats
Formats accessibles:

De jongen die het paard van Attila stal

Iván Repila (auteur), Irene Van de Mheen (traducteur)

De jongen die het paard van Attila stal

Genre:
Twee broers moeten, in afwachting van een bevrijdingskans, wekenlang zien te overleven in een diepe put in een woud.
Sujet
Overleven, Broers
Titre
De jongen die het paard van Attila stal
Auteur
Iván Repila 1978-
Traducteur
Irene Van de Mheen
Langue
Néerlandais
Langue originale
Espagnol
Titre original
El niño que robó el caballo de Atila
Éditeur
Amsterdam: De Bezige Bij, 2016
123 p.
ISBN
9789023494751 (hardback)

Plusieurs formats:

Formats accessibles:

Plusieurs langues:

Disponibilité dans les bibliothèques flamandes

Disponible plus de 100 fois dans les bibliothèques flamandes

Commentaires

Overleven in een put

De jongen die het paard van Attila stal, De Bezige Bij, 128 p.Vertaald door Irene van de Mheen. Twee broers die onder in een zeven meter diepe put zitten en zich voeden met wormen en wortels. Ziehier het gegeven van de fascinerende novelle De jongen die het paard van Attila stal.

Hoe de broers er terecht zijn gekomen, dat verneem je niet van de Spaanse schrijver Iván Repila (1978), maar hun verhouding staat vanaf het begin op scherp: 'Als het op overleven aankomt, zijn uitingen van genegenheid een overbodige luxe.'

De twee jongens, enkel aangeduid met 'de Grote' en 'de Kleine', zijn zo verschillend als maar kan. De Grote doet bij voorkeur gymnastiekoefeningen, de Kleine zoekt zijn heil in de verbeelding. Wat hen bindt, is de strijd om eten en het verlangen ooit te ontsnappen. Dat ze in de wereld niet langer welkom zijn, blijkt uit zinnetjes als: 'Boven hebben ze ruimte nodig.'

Een enkele keer gluurt er een wezen over de rand van de put, maar ook dat belooft niet veel goeds. Het zijn hongerige wolven of het is de dood die komt kijken of een van de jongens het al heeft opgegeven. Zo nu en dan is er sprake van een moeder. Toch verwachten de jongens niet dat hun moeder naar hen op zoek zal gaan, wat a…Lire la suite

We treffen twee naamloze broers aan in een aarden put. Ze kunnen er niet uit en voeden zich met wormen, wortels en insecten. Allengs verkommeren ze en verhongeren bijna. De oudere broer traint zijn lichaam tot hij sterk genoeg is om de jongere als een pakje naar boven te slingeren. De laatste is uiteindelijk zo zwak dat hij de grens tussen werkelijkheid en droom niet meer herkent. Gek van de honger gaat hij op in soms ondoorgrondelijke hallucinatorische gedachten en gesprekken, ook met zichzelf. Het mooist in de novelle is de band tussen de jongens die elkaar voor alles nodig hebben. De metaforische kracht is groot. Er is een ontknoping. De Spaanse auteur (1978) was werkzaam als grafisch vormgever en uitgever. Tevens deed hij freelance organisatorisch werk voor diverse Spaanse en internationale culturele instellingen. Na 'Una comedia canalla' (2012), is dit zijn tweede roman.