Livre
Néerlandais

De rode prinses

Paul Biegel (auteur), Fiel Van der Veen (dessinateur)
Dans la série:
Public cible:
9-11 ans et plus
De Rode Prinses heeft tot haar twaalfde jaar opgesloten gezeten in het paleis. Tijdens een feestelijke rijtoer wordt ze aan het volk vertoond, maar dan verschijnen er woeste rovers die haar ontvoeren. Voorlezen vanaf ca. 7 jaar, zelf lezen vanaf ca. 10 jaar.
Sujet
Rovers
Titre
De rode prinses
Auteur
Paul Biegel
Dessinateur
Fiel Van der Veen
Langue
Néerlandais
Éditeur
Sans lieu de publication: Lemniscaat, [2008?] | Autres éditions
127 p. : ill.
ISBN
9789047750048

Plusieurs formats:

Disponibilité dans les bibliothèques flamandes

Disponible plus de 50 fois dans les bibliothèques flamandes

Commentaires

De boeken van Paul Biegel spreken jaren na publicatie nog steeds aan. Zo ook deze roman, die in 1988 een Zilveren Griffel en Zilveren Penseel won in Nederland. Het verhaal speelt zich af in een onbestemd verleden, ergens in een onbekend koninkrijk. Niemand daar heeft ooit de Rode Prinses gezien, aangezien zij is opgegroeid binnen de muren van het Witte-Torenpaleis. Pas op haar twaalfde verjaardag zal ze voor het eerst aan het volk getoond worden. Tijdens die feestelijke rondrit wordt ze echter ontvoerd door drie woeste rovers, die veel losgeld voor haar vragen. Aanvankelijk vindt het prinsesje de woeste rit met de rovers erg spannend en leuk, maar dan begint ze toch haar prachtige en beschermde leventje op het kasteel te missen. Ze weet te ontsnappen en belandt in allerlei avonturen. Ondertussen begint het volk te twijfelen aan het bestaan van de prinses: is haar zogenaamde ontvoering niet gewoon een truc om het volk nog meer geld afhandig te maken? Er komt zelfs een nepprinses aan te…Lire la suite
De 12-jarige Rode Prinses wordt ontvoerd door drie gemene rovers, als zij voor de eerste keer buiten het paleis, in 'de Rest van de Wereld', komt. Ze vindt de ontvoering helemaal niet eng, geniet er zelfs van. Van het volk heeft niemand ooit de Rode Prinses gezien, en men gaat denken dat ze niet echt bestaat, dat het een truc van de koning is om zo (los)geld van de bevolking te krijgen. Intussen beleeft de Rode Prinses het ene avontuur na het andere. Een spannend, sprookjesachtig verhaal, met veel humor geschreven (Zilveren Griffel 1988). Die humor gaat soms wel over de hoofden van de kinderen heen. Een fijn boek, in typische Biegelstijl, met prima, tekstaanvullende, gedetailleerde pentekeningen (Zilveren Penseel 1988). Deel uit de Biegel Bibliotheek. Zelf te lezen vanaf ca. 10 jaar, voorlezen vanaf ca. 7 jaar, waarbij ook de volwassen voorlezer zal genieten.

De rode prinses

De rode prinses' is een avontuurlijk en verrassend sprookjesverhaal over een mysterieuze prinses met rode haren. Niemand had haar ooit gezien maar op haar twaalfde zou ze voor het eerst het Witte- Torenpaleis verlaten en voor het volk verschijnen. Maar voor ook maar iemand een glimp van haar kan opvangen, wordt ze ontvoerd door drie wilde rovers. Eén van hen, Schwanzenstolz, blijkt eigenlijk een heel zachtmoedige en aardige man te zijn, die het beste voorheeft met de kleine prinses. Ze wordt gevangengenomen en ontsnapt, komt terecht bij de Verschrikkelijke Umberto, die ook weer niet zo verschrikkelijk blijkt te zijn; op een boerenbruiloft en zelfs in het gekkenhuis. Ondertussen staat heel de hofhouding in rep en roer en is er een beloning van duizend pond zilver en duizend pond goud beloofd aan degene die de prinses heelhuids terugbrengt. Dat brengt sommigen op ideeën ... Na lange avonturen in de Rest van de Wereld keert de Rode Prinses terug. Niet meer als een broos onwetend meisje m…Lire la suite

À propos de Paul Biegel

Paul Biegel (25 mars 1925, Bussum – 21 octobre 2006, Laren) est un auteur néerlandais de littérature d'enfance et de jeunesse.

Biographie

Paul Biegel naît à Bussum en 1925. Son père, Hermann Biegel, d'origine allemande, tenait un commerce de matériaux de construction. Avec sa femme Madeleine Povel-Guillot, ils ont neuf enfants, six filles et trois garçons, dont Paul est le plus jeune. Il lit peu dans son enfance, préférant jouer dehors. Ses livres préférés sont les contes de Grimm et les romans de Jules Verne. Après le primaire à Bussum, il passe son examen à Amsterdam en 1945.

Sa première histoire, De ontevreden kabouter (Le gnome malheureux), écrite quand il a 14 ans, paraît dans le journal De Tijd. Il veut d'abord être pianiste, mais il trouve qu'il…En lire plus sur Wikipedia

Suggestions