Livre
Néerlandais

Duitse filosofie 1760-1860 : de erfenis van het idealisme

Terry Pinkard (auteur)

Duitse filosofie 1760-1860 : de erfenis van het idealisme

In de tweede helft van de achttiende eeuw ging de Duitse filosofie de Europese overheersen. Hierdoor veranderde de manier waarop niet alleen Europeanen, maar mensen overal in de westerse wereld dachten over zichzelf, de natuur, de geschiedenis van de mensheid, religie, politiek en de structuur van de menselijke geest. In dit rijke en breed opgezette boek verweeft Terry Pinkard het verhaal van ‘Dui
Titre
Duitse filosofie 1760-1860 : de erfenis van het idealisme
Auteur
Terry Pinkard
Langue
Néerlandais
Édition
1
Éditeur
Amsterdam: Atlas, 2010
448 p.
ISBN
9789045007496 (hardback)
Placing suggestion
156.1 (SISO) Filosofie ; Overzichten (ZIZO)

Disponibilité dans les bibliothèques flamandes

Disponible plus de 22 fois dans les bibliothèques flamandes

Commentaires

De studie van de Duitse vroegromantiek en het idealisme is de voorbije decennia een van de boeiendste en opwindendste gebieden in de Forschung geweest. Onder impuls van het fundamenteel bronnenonderzoek van hoofdzakelijk Dieter Henrich (binnen het zogenaamde 'Konstellationen'-project, dat de banden tussen grote en minder grote denkers uit de periode in kaart bracht) en Manfred Frank (die in 1999 de interpretatie van de voegromantiek grondig herschikte met zijn monumentale Unendliche Annäherung) is deze periode in de filosofie een ontzettend vruchtbaar wingewest gebleken voor nieuw historisch inzicht. Met figuren als Frederick C. Beiser, Karl Ameriks en Paul Guyer heeft ook de Angelsaksische wereld bijgedragen tot deze ware hausse aan nieuwe inzichten. Terry Pinkards boek, dat in 2002 voor het eerst verscheen, kan op vele manieren worden gelezen. Een daarvan is als een thematische status quaestionis in het licht van recent onderzoek. De nadruk ligt daarbij op het t…Lire la suite
De auteur is hoogleraar filosofie en Duitse taal aan de Northwestern University (Illinois, Verenigde Staten). Hij plaatst op uiterst zorgvuldige wijze de filosofische ontwikkelingen tussen 1760 en 1860 binnen de context van het in een groot aantal vorstendommetjes uiteengevallen Duitse Rijk, de Franse overheersing tot aan de beginnende industrialisatie en het 'Bildungsbürgertum' dat greep poogt te krijgen op de menselijke natuur, God en over hoe we met elkaar om behoren te gaan. Vooral Kants analyse komt uitvoerig aan de orde. Zijn drie grote vragen geven aan het idealisme de richting: wat kan ik weten? Wat mag ik hopen? Wat moet ik doen? Die resulteren uiteindelijk in de existentiële vraag: wie is de mens? Vervolgens passeren onder meer Fichte, Schleiermacher en Schlegel, en Hegels systeem van natuur en geest de revue. Met Schelling, de Deen (!) Kierkegaard en Schopenhauer eindigt het Duitse idealisme. Een helder en toegankelijk geschreven en duidelijk ingedeeld handboek over het Dui…Lire la suite